<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2013:2895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-26T14:28:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2013:2122</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-002663-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:2895">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:2895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-01T09:43:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2013:2895 Gerechtshof Den Haag , 27-06-2013 / 22-002663-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2013:2895:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De verdachte heeft zijn vriendin opzettelijk mishandelend. Hij heeft tegen het hoofd geslagen, waardoor zij veel pijn heeft ondervonden en de door haar gedragen bril kapot is gegaan. </para>
      <para />
      <para>Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2013:2895:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer:		22-002663-12 </para>
  <para>Parketnummer:		10-732340-10 </para>
  <para>Datum uitspraak:	27 juni 2013</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 21 juli 2011 in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1986, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 13 juni 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2</nr>
      <para>jaren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij in of omstreeks de periode van 01 september 2009 tot en met 05 januari 2010 te Rotterdam meermalen opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), op/tegen het oog, althans het gezicht, althans het lichaam, heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft – onder verwijzing naar de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Salduz – betoogd dat de door de verdachte bij de politie op 13 april 2010 afgelegde verklaring, van het bewijs dient te worden uitgesloten, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof overweegt als volgt.<?linebreak?>Blijkens het proces-verbaal van bevindingen nr. PL17CO 2010004177-8 d.d. 13 april 2010 is de verdachte op 13 april 2010 om 06.15 uur aangehouden en is hij vervolgens om 06.30 uur die dag voorgeleid voor een hulpofficier van justitie.</para>
        <para>Hierna is per een fax een bericht verzonden aan de piketcentrale met het verzoek om de verdachte een raadsman toe te wijzen. Later die ochtend bleek dat vanwege een technisch probleem aan de fax, er geen bericht was verzonden aan de piketcentrale. Vervolgens is omstreeks 12.10 uur dezelfde dag opnieuw een bericht verzonden aan de piketcentrale.</para>
        <para>Voorts blijkt uit het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 13 april 2010 dat het verhoor is aangevangen te 14.15 uur en dat ondanks het feit dat de verdachte consultatiebijstand verlangde, daar geen vervolg aan is gegeven, nu er geen raadsman is verschenen voor de verdachte binnen de vastgestelde termijnen. Door de dienstdoende hulpofficier van justitie is vervolgens opdracht gegeven om op bovengenoemd tijdstip met het verhoor aan te vangen.</para>
        <para>Voorts stelt het hof vast dat uit de “Verklaring optreden piket” het verschijnen van de raadsman mr. G.E. van de Pols op 13 april 2010 is afgetekend om 16.20 uur.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het kader van het door de raadsman gevoerde verweer heeft het hof kennisgenomen van de piketregeling die geldt voor het ressort Den Haag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de inhoud van de piketregeling leidt het hof af dat de piketcentrale tussen 08.00 uur en 20.00 uur operationeel is. Vanaf dat tijdstip worden piketmeldingen aan de advocatuur via SMS doorgegeven. Volgens de regeling dient de raadsman binnen vier uur nadat de melding aan de piketcentrale heeft plaatsgevonden op het politiebureau aanwezig te zijn. </para>
        <para>Naleving van de piketregeling brengt in de onderhavige zaak dus mee dat de raadsman zich uiterlijk om 16.10 uur op het politiebureau had dienen te melden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof leidt uit het vorenstaande af dat – uitgaande van het omstreeks 12.10 uur verzonden bericht aan de piketcentrale - de opdracht van de dienstdoende hulpofficier van justitie om het verhoor om 14.15 uur aan te vangen te vroeg is gegeven. Het verhoor is aangevangen, ondanks dat verdachte consultatiebijstand verlangde en ondanks de omstandigheid dat de termijn waarin de raadsman de verdachte behoort te bezoeken nog niet was verlopen. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat de op 13 april 2010 door verdachte afgelegde verklaring van het bewijs dient te worden uitgesloten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">hij op 05 januari 2010 te Rotterdam opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer] tegen het oog, heeft geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Bewijsvoering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Mishandeling.</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de advocaat-generaal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde (mishandeling, meermalen gepleegd) zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Strafmotivering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zijn vriendin tegen het hoofd geslagen, waardoor zij veel pijn heeft ondervonden en de door haar gedragen bril kapot is gegaan. Naar het oordeel van het hof is het bewezenverklaarde feit op zichzelf bezien zodanig ernstig dat hiervoor een gevangenisstraf op zijn plaats is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is echter - alles overwegende - van oordeel dat gelet op het feit dat de verdachte niet eerder en ook niet na het bewezenverklaarde feit voor een geweldsdelict met politie of justitie in aanraking is gekomen, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) maand</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz, mr. A.E. Mos-Verstraten en mr. T.J.P. van Os van den Abeelen in bijzijn van de griffier R. Luijken.</para>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 juni 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>