<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHDHA:2013:2621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-26T14:28:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHDHA:2013:2491</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Den_Haag" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Den Haag</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-001818-10</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:2621">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2013:2621</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-17T10:01:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHDHA:2013:2621 Gerechtshof Den Haag , 20-06-2013 / 22-001818-10</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHDHA:2013:2621:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het Hof wijst af de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in Heineken-zaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHDHA:2013:2621:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Rolnummer: 	 	22-001818-10 PO </para>
  <para>Parketnummer:		09-755068-07 </para>
  <para>Datum uitspraak: 	20 juni 2013</para>
  <para>TEGENSPRAAK</para>
  <section>
    <title>Gerechtshof Den Haag</title>
    <para>meervoudige kamer voor strafzaken</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Arrest</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 maart 2010 in de ontnemingszaak tegen de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>[verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1949, </para>
      <para>[adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang in de ontnemingszaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank 's-Gravenhage heeft bij vonnis van 12 maart 2010 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 2.334.584,- en ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van eenzelfde bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de veroordeelde is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beslissing in de strafzaak tegen de veroordeelde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank te 's-Gravenhage van 29 augustus 2008 is de veroordeelde, voor zover hier van belang, ter zake van het in zijn strafzaak bewezen verklaarde, gekwalificeerd als:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeeld tot straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 28 januari 2013 en 6 juni 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vordering van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in eerste aanleg ingediende vordering van het openbaar ministerie houdt in dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van in totaal € 2.334.584,-, ter ontneming van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel uit de in zijn strafzaak bewezen verklaarde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot afwijzing van de vordering, en van hetgeen namens de veroordeelde naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van het vonnis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van de vordering</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juni 2013 is gebleken dat de rechtbank ’s-Gravenhage, sector civiel recht, op 9 november 2011 een vonnis bij verstek heeft gewezen. In die zaak trad Heineken Nederland B.V., mede handelend als lasthebber van de besloten vennootschap Heineken Beer Systems B.V. (hierna te noemen: Heineken), op als eiseres en was de veroordeelde de gedaagde. In dit vonnis wordt de gedaagde veroordeeld om een bedrag van € 2.557.205,04, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, aan Heineken te betalen. Uit het exploit van betekening blijkt dat dit vonnis op 29 november 2012 door de deurwaarder aan de veroordeelde is betekend en dat dit vonnis, blijkens een e-mailbericht van Heineken d.d. 5 juni 2013, inmiddels onherroepelijk is geworden. Dit is ter terechtzitting niet betwist door de veroordeelde en ook anderszins is niet gebleken dat de veroordeelde tijdig hoger beroep zou hebben ingesteld. Gelet op het bepaalde in artikel 36e, achtste lid, van het Wetboek van Strafrecht, dient het civiel toegewezen bedrag dan ook in mindering te worden gebracht op de ontnemingsvordering. Nu het civiel toegewezen bedrag een hoger bedrag bedraagt dan de ontnemingsvordering dient de vordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst af</emphasis> de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar, mr. T.W.H.E. Schmitz en mr. H. van den Heuvel, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.</para>
      <para>Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 juni 2013.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>