<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARN:2012:BW1762</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T09:21:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BW1762</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.061.940</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2012:BW1762">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2012:BW1762</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T09:59:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARN:2012:BW1762 Gerechtshof Arnhem , 27-03-2012 / 200.061.940</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARN:2012:BW1762:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkrijgende verjaring van bezit van een strook. Tussentijds komen buurpercelen in één hand.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARN:2012:BW1762:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ARNHEM</para>
      <para>sector civiel recht						</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer hof: 200.061.940</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank: 187821)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>arrest van de tweede kamer van 27 maart 2012</para>
    <para />
    <para>inzake</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>hierna: [appellant],</para>
      <para>advocaat: mr. N.P.H. Vissers,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[geïntimeerde],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>hierna: [geïntimeerde],</para>
      <para>advocaat: mr. D.J. Brugge.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</para>
    <para />
    <para>1.1 Het hof volhardt bij zijn tussenarrest van 15 november 2011.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2 Het verdere verloop blijkt uit: </para>
      <para>- de akte aan de zijde van [appellant] en de antwoordakte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.3 Vervolgens heeft [appellant] de stukken andermaal voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2  De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep </para>
      <para>2.1 Bij het laatste tussenarrest is [appellant] in de gelegenheid gesteld te reageren op het verweer van [geïntimeerde] dat de percelen [straatnaam] op enig moment weer in één hand zijn gekomen, namelijk in handen van DGG, en dat daardoor de inbezitneming van de strook is geëindigd. Tevens is [appellant] verzocht de akte van levering in het geding te brengen waarbij hij het perceel [straatnaam] geleverd heeft gekregen.</para>
      <para>2.2 [appellant] heeft de akte van levering in het geding gebracht en gereageerd op voormeld verweer. [geïntimeerde] heeft bij antwoordakte gereageerd. Uit de thans overgelegde akte volgt dat DGG op 3 februari 2003 de eigendom heeft verkregen van het later op 31 juli 2003 aan [apellant] geleverde perceel. In het tussenarrest is al overwogen dat DGG [straatnaam] op 20 november 2001 heeft verworven en op 15 december 2008 aan [geïntimeerde] heeft geleverd. Vast staat daarmee dat de percelen [straatnaam] enige tijd in één hand zijn geweest. Vervolgens ligt de vraag voor welke gevolgen dit heeft voor het beroep op verjaring van [appellant]. [appellant] heeft in zijn akte betoogd dat voordat DGG [straatnaam] aankocht de verjaringstermijn al was voltooid en dat DGG het bezit van de strook voortgezet heeft. Zonder betekenis is dat [persoonsnaam] in zijn verklaring heeft gesteld dat DGG alleen de kadastrale grenzen heeft erkend. Bovendien blijkt nergens uit, aldus nog steeds [appellant], dat DGG als eigenaar van [straatnaam] afstand heeft gedaan van het recht de door [appellant] gestelde eigendom te claimen op grond van verjaring.</para>
      <para>2.3 Het hof passeert dit betoog. DGG heeft als rechthebbende op het buurperceel [straatnaam] gekocht waardoor beide percelen in één hand kwamen en een geheel zijn gaan vormen. Voor zover DGG niet reeds eigenaar was van de strook, is zij daarmee eigenaar/rechthebbende op de strook geworden. </para>
      <para>2.4 Vervolgens heeft DGG het haar in eigendom toebehorende ongedeelde perceel gesplitst verkocht. In de overgelegde leveringsakten wordt in dat verband slechts verwezen naar kadastrale nummers, behorend bij de adressen [straatnaam]. Gesteld noch gebleken is dat DGG de strook, die kadastraal hoort bij het buurperceel, desondanks aan [appellant] heeft verkocht. Vanaf de levering op 31 juli 2003 is een nieuwe verjaringstermijn gaan lopen die niet is voltooid. De conclusie is dat [appellant] geen eigenaar is geworden van de strook.</para>
      <para>2.5 Bij deze stand van zaken komt het hof aan de (overige) stellingen en het daaraan gekoppelde bewijsaanbod van [appellant] niet toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Slotsom</para>
      <para>2.6 Het hoger beroep faalt. Het bestreden vonnis moet onder verbetering van gronden worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen. De kosten aan de zijde van [geïntimeerde] worden begroot op € 314 voor griffierecht en op € 2.235 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief (2,5 punten x tarief II).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3 De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    <para />
    <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 17 februari 2010; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 2.235 voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en op </para>
      <para>€ 314 voor griffierecht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.M. Mostermans, K.J. Haarhuis en Th.C.M. Willemse en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2012.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>