<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARN:2010:BO9267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T00:21:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO9267</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-12-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24-002387-09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0009019&amp;artikel=3&amp;g=2010-12-29">Besluit identificatie en registratie van dieren 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005662&amp;artikel=96&amp;g=2010-12-29">Gezondheids- en welzijnswet voor dieren 96</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002063&amp;g=2010-12-29">Wet op de economische delicten</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0014538&amp;artikel=39&amp;g=2010-12-29">Regeling identificatie en registratie van dieren 2003 39</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BO9267">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BO9267</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:26:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARN:2010:BO9267 Gerechtshof Arnhem , 29-12-2010 / 24-002387-09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARN:2010:BO9267:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Economische zaak. Verdachte heeft nagelaten runderen overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren te identificeren en registreren. Verdachte wordt derhalve veroordeeld tot een geldboete van € 1.700,-, waarvan € 1.200,- voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. In deze straf is tevens rekening gehouden met de (beperkte) financiële draagkracht van verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARN:2010:BO9267:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 24-002387-09 </para>
      <para>Parketnummer eerste aanleg: 07-994940-08 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Arrest van 29 december 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 september 2009 in de strafzaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren op [1963] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. G. van den Brink, advocaat te Utrecht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep</para>
      <para>De economische politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebruik van het rechtsmiddel</para>
      <para>De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep</para>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de advocaat-generaal</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen terzake het hem ten laste gelegde tot een geldboete van € 1.700,- (subsidiair 27 dagen hechtenis), waarvan € 1.200,- (subsidiair 22 dagen hechtenis) voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing op het hoger beroep</para>
      <para>Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenlastelegging</para>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>hij op of omstreeks 7 maart 2008 te [plaats], al dan niet opzettelijk, één of meerdere dieren, te weten vier, althans een aantal runderen, heeft gehouden, (zulks) terwijl dat rund/die runderen niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren was/waren geïdentificeerd en/of geregistreerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezenverklaring</para>
      <para>Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>hij op 7 maart 2008 te [plaats], opzettelijk dieren, te weten vier runderen, heeft gehouden, terwijl die runderen niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geïdentificeerd en geregistreerd.</para>
    <para />
    <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kwalificatie</para>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafbaarheid</para>
      <para>Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafmotivering</para>
      <para>Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft een viertal kalveren in strijd met de Regeling identificatie en registratie van dieren opzettelijk niet binnen de daarvoor gestelde termijn voorzien van oormerken. Hij heeft namelijk niet binnen drie werkdagen vanaf de dag van geboorte van de betreffende kalveren oormerken aangebracht. Daarnaast heeft verdachte opzettelijk in strijd met die Regeling gehandeld door deze kalveren niet (tijdig) in een daartoe gecomputeriseerd gegevensbestand te registreren. Verdachte heeft dit, hoewel hij op de hoogte was van vorenbedoelde bepalingen in deze regeling, nagelaten. </para>
      <para>Om de gezondheid en het welzijn van dieren in zijn algemeenheid te kunnen waarborgen is een adequaat functionerend systeem van identificatie en registratie van dieren noodzakelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het hof heeft kennisgenomen van een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 4 oktober 2010, waaruit blijkt dat verdachte eenmaal eerder voor overtreding van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is veroordeeld. </para>
    <para />
    <para>Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat de door de economische politierechter opgelegde geldboete een passende sanctie is. Het hof ziet echter in de (beperkte) financiële draagkracht van verdachte een reden om een groter deel van deze geldboete voorwaardelijk op te leggen, zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof ziet geen aanleiding om verdachte, met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, schuldig te verklaren zonder oplegging van straf, zoals door de raadsman is verzocht. </para>
    <para />
    <para>Deze (deels) voorwaardelijke straf dient ook als stok achter de deur, teneinde te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan (soortgelijke) strafbare feiten. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toepassing van wetsartikelen</para>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 96 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, artikel 3 van Besluit identificatie en registratie van dieren en artikel 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak</para>
      <para>HET HOF,</para>
      <para>RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:</para>
    <para />
    <para>verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van duizend zevenhonderd euro; </para>
    <para />
    <para>beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van zevenentwintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;</para>
    <para />
    <para>beveelt, dat van de geldboete een gedeelte van duizend tweehonderd euro, subsidiair tweeëntwintig dagen hechtenis, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;</para>
    <para />
    <para>bepaalt dat het onvoorwaardelijke deel van de geldboete mag worden voldaan in vijf opeenvolgende tweemaandelijkse termijnen elk groot honderd euro.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. K.J. van Dijk en mr. K. Lahuis, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier, zijnde mr. Van Dijk voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>