<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARN:2010:BO2093</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-31T08:26:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BO2093</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">09/00061</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2010-2531</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2010102912</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BO2093">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BO2093</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T07:08:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARN:2010:BO2093 Gerechtshof Arnhem , 12-10-2010 / 09/00061</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARN:2010:BO2093:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Inkomstenbelasting.</para>
        <para>Werkwijze van inspecteur is niet onzorgvuldig. Heffingsrente terecht in rekening gebracht.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARN:2010:BO2093:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>GERECHTSHOF ARNHEM</para>
      <para>Sector belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>nummer 09/00061</para>
    <para />
    <para>uitspraakdatum: 12 oktober 2010</para>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer</para>
    <para />
    <para>op het hoger beroep van</para>
    <para />
    <para>de inspecteur van de Belastingdienst/P (hierna: de Inspecteur),</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 9 januari 2009, nummer AWB 08/1427, in het geding tussen </para>
    <para />
    <para>X te Z (hierna: belanghebbende) en de Inspecteur.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1.	Ontstaan en loop van het geding</para>
    <para />
    <para>1.1	Aan belanghebbende is voor het jaar 2005 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 81.069. Aan heffingsrente is € 2.809 berekend.</para>
    <para />
    <para>1.2	Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de Inspecteur bij uitspraak op bezwaar de beschikking heffingsrente gehandhaafd.</para>
    <para />
    <para>1.3	Belanghebbende is tegen die uitspraak op 13 maart 2008 in beroep gekomen bij de rechtbank Arnhem (hierna: de Rechtbank).</para>
    <para />
    <para>1.4	De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de beschikking heffingsrente verminderd tot een bedrag van € 1.606.</para>
    <para />
    <para>1.5	De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>1.6	Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 april 2010 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende alsmede de Inspecteur.</para>
    <para />
    <para>1.7	Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt, waarvan afschriften op 12 april 2010 aan partijen zijn verzonden.</para>
    <para />
    <para>1.8	Het Hof heeft het onderzoek ter zitting geschorst en belanghebbende in de gelegenheid gesteld om bij haar voormalige accountant navraag te doen. Belanghebbende heeft bij brief van 20 april 2010 inlichtingen verstrekt. De Inspecteur heeft hierop bij brief van 23 juni 2010 gereageerd. De reactie van de Inspecteur op de schriftelijke inlichtingen van belanghebbende is in afschrift doorgezonden aan belanghebbende.</para>
    <para />
    <para>1.9	Met schriftelijke toestemming van beide partijen heeft het Hof op de voet van artikel 8:64, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.</para>
    <para />
    <para>2.	De vaststaande feiten</para>
    <para />
    <para>2.1	Voor rekening en risico van belanghebbende wordt een onderneming gedreven.</para>
    <para />
    <para>2.2	Aan belanghebbende is met dagtekening 4 oktober 2005 een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 opgelegd, tot een bedrag van € 33.160.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3	De voormalige accountant van belanghebbende heeft op 7 juli 2006 namens belanghebbende elektronisch aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 gedaan. In de ‘Weergave elektronische aangifte inkomstenbelasting 2005’ is – voor zover van belang – het volgende opgenomen:</para>
      <para>‘BelastbareWinst	103005</para>
      <para>(…)</para>
      <para>SaldoFiscaleWinstberekening	-1738</para>
      <para>(…)</para>
      <para>BedragOndernemingsvermogenEindeBoekjaar	11193</para>
      <para>(…)</para>
      <para>BedragTotaalBeginVermogenKapitaalstorting	12931</para>
      <para>(…)</para>
      <para>BedragOndernemingsvermogenBeginBoekjaar	9001</para>
      <para>(…)</para>
      <para>BedragStortingKapitaalVermogenSprongBoekjaar	3930</para>
      <para>(…)</para>
      <para>EigenOndernemingsVermogen</para>
      <para>CommercieelEindeBoekjaar	11193</para>
      <para>FiscaalEindeBoekjaar	11193</para>
      <para>FiscaalStartBoekjaar	9001</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>SaldoFiscaleWinstBerekening</para>
      <para>CommercieelDitBoekjaar	106937</para>
      <para>FiscaalDitBoekjaar	106937</para>
      <para>FiscaalVorigBoekjaar	123803’</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.4	De Belastingdienst heeft de ontvangst van de aangifte elektronisch bevestigd.</para>
    <para />
    <para>2.5	Aan de hand van de in 2.3 vermelde gegevens, heeft de Inspecteur de elektronisch aangegeven belastbare winst als volgt berekend:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondernemingsvermogen einde jaar	11.193</para>
      <para>Onttrekkingen	0</para>
      <para>		11.193</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ondernemingsvermogen begin jaar	9.001</para>
      <para>Bij: stortingen	3.930</para>
      <para>		12.931</para>
      <para>			–1.738</para>
      <para>Bij: beperkt aftrekbare kosten			 784</para>
      <para>Af: toevoeging fiscale oudedagsreserve			–648</para>
      <para>		              	______</para>
      <para>Winst vóór ondernemersaftrek			–1.602</para>
      <para>Af: zelfstandigenaftrek			–4.068</para>
      <para>Belastbare winst			–5.670</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.6	De elektronisch ingediende aangifte heeft tot een negatieve voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 geleid, waarbij aan belanghebbende onder meer werd betaald € 32.278 aan inkomstenbelasting/premie volksver¬zekeringen en € 1.606 aan heffingsrente. Hierbij is ervan uitgegaan dat de onttrekkingen nihil bedroegen.</para>
    <para />
    <para>2.7	Bij brief van 10 september 2007 aan de voormalige accountant van belanghebbende heeft de Inspecteur verzocht de balansen per 1 januari 2005 en 31 december 2005 en de winst- en verliesrekening over 2005 toe te sturen.</para>
    <para />
    <para>2.8	Bij brief van 19 september 2007 heeft belanghebbende aan de Inspecteur een kopie van het Financieel verslag 2005, zoals opgesteld door de voormalige accountant, toegestuurd.</para>
    <para />
    <para>2.9	Bij brief van 12 oktober 2007 schrijft de Inspecteur aan belanghebbende dat het voornemen bestaat om van de ingediende aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 af te wijken. De reden hiervoor is dat de aangegeven winst uit onderneming te laag is.</para>
    <para />
    <para>2.10	Bij brief van 15 oktober 2007 heeft belanghebbende aan de Inspecteur een kopie van de ingediende aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 toegestuurd. Deze is gedateerd 7 juli 2006 en vermeldt als winst uit onderneming € 106.937. In de vermogensvergelijking is als onttrekking een bedrag van € 108.675 vermeld. Met betrekking tot de belastingpositie is op bladzijde 6 vermeld:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>(…)</para>
      <para>Te betalen	33.160</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verrekening voorlopige aanslag</para>
      <para>Belasting	33.160</para>
      <para>1.H.50 d.d. 4-10-2005	–34.725</para>
      <para>Terug te ontvangen	 1.565</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.11	Bij het vaststellen van de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 is de Inspecteur afgeweken van de ingediende aangifte. Daarbij is € 2.809 aan heffingsrente berekend.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3.	Het geschil en de standpunten</para>
    <para />
    <para>3.1	In geschil is of de beschikking heffingsrente tot een juist bedrag, namelijk € 2.809, is vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>3.2	De Inspecteur beantwoordt deze vraag bevestigend.</para>
    <para />
    <para>3.3	Belanghebbende stelt dat het juiste bedrag aan heffingsrente € 1.606 moet zijn.</para>
    <para />
    <para>3.4	Beide partijen hebben voor hun standpunt aangevoerd wat is vermeld in de van hen afkomstige stukken. Daaraan hebben zij ter zitting toegevoegd hetgeen is vermeld in het onder 1.7 vermelde proces-verbaal.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4.	Beoordeling van het geschil</para>
    <para />
    <para>4.1	Heffingsrente wordt berekend indien een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen wordt opgelegd. De omstandigheid dat een aanslag lang op zich heeft laten wachten, heeft in het algemeen niet tot gevolg dat de inspecteur de heffingsrente moet matigen (HR 22 maart 2000, nr. 35155, LJN: AA5225, BNB 2000/175). Wel heeft de Hoge Raad geoordeeld dat schending van het zorgvuldigheidsbeginsel of een ander beginsel van behoorlijk bestuur, ertoe kan leiden dat berekening van heffingsrente beperkt moet worden of achterwege moet blijven (zie bijvoorbeeld HR 28 maart 2001, nr. 35968, LJN: AB0764, BNB 2001/297).</para>
    <para />
    <para>4.2	Belanghebbende is – naar het Hof begrijpt – van mening dat het aan onzorgvuldigheid van de Inspecteur te wijten is dat aan haar een onjuiste voorlopige aanslag is opgelegd en dat daarom geen heffingsrente mag worden berekend.</para>
    <para />
    <para>4.3	Uit hetgeen hiervoor in 2.3 is vermeld, leidt het Hof af dat in de elektronisch ingediende aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2005 – vermoedelijk per abuis – geen bedrag als onttrekking is vermeld. Een bedrag van € 108.675 had daarin als onttrekking moeten worden vermeld (zie 2.10).</para>
    <para />
    <para>4.4	Naar het oordeel van het Hof maakt belanghebbende niet aannemelijk dat de Inspecteur dermate onzorgvuldig heeft gehandeld dat dit aan het in rekening brengen van heffingsrente in de weg staat (vgl. Tweede Kamer 1986-1987, 19 557, nr. 6, blz. 3, en HR 28 maart 2001, nr. 35968, LJN: AB0764, BNB 2001/297). Hierbij neemt het Hof in aanmerking dat het proces van de voorlopige aanslagregeling de Inspecteur niet of nauwelijks de mogelijkheid biedt de ingediende aangifte uitgebreid te beoordelen. Belanghebbende had bovendien, na ontvangst van de in 2.6 vermelde voorlopige aanslag, de Inspecteur kunnen verzoeken alsnog een juiste voorlopige aanslag op te leggen. Belanghebbende beschikte immers over een berekening van haar belastingpositie (zie 2.10).</para>
    <para />
    <para />
    <para>Slotsom</para>
    <para />
    <para>Op grond van het voorgaande is het hoger beroep van de Inspecteur gegrond. Het beroep tegen zijn uitspraak is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>5.	Kosten</para>
    <para />
    <para>Het Hof acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para>6.	Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Gerechtshof:</para>
      <para>–	vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;</para>
      <para>–	verklaart het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.A. van Huijgevoort, voorzitter, mr. J. Lamens en mr. J. van de Merwe in tegenwoordigheid van mr. W.J.N.M. Snoijink als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2010.</para>
    <para />
    <para>De griffier,	De voorzitter,</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>(W.J.N.M. Snoijink)	(B.F.A. van Huijgevoort)</para>
    <para />
    <para>Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 13 oktober 2010.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij 	</para>
      <para>	de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer)</para>
      <para>	Postbus 20303,</para>
      <para>	2500 EH  Den Haag.</para>
      <para>Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:</para>
      <para>1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
      <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. de dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para> 	d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.</para>
      <para>In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>