<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARN:2010:BL6938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:57:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BL6938</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2010-03-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24-002341-09</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BL6938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2010:BL6938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T06:03:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2010-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARN:2010:BL6938 Gerechtshof Arnhem , 09-03-2010 / 24-002341-09</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARN:2010:BL6938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verdachte wordt wegens diefstal veroordeeld tot een geldboete van 180 euro.</para>
        <para>Het verweer van de raadsvrouw dat door betaling van het transactiebedrag van 180 de dag voorafgaand aan de zitting het Openbaar Ministerie geen recht meer had om verdachte te vervolgen wordt verworpen. De legitimatie voor het stellen van een termijn ligt besloten in het vijfde lid van artikel 74 Sr. Na die termijn staat het het openbaar ministerie in beginsel vrij tot dagvaarding over te gaan.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARN:2010:BL6938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 24-002341-09 </para>
      <para>Parketnummer eerste aanleg: 07-602448-08</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Arrest van 9 maart 2010 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 september 2009 in de strafzaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren op [1989] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte </para>
      <para>mr. D.G. Nagel, advocaat te Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep</para>
      <para>De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebruik van het rechtsmiddel</para>
      <para>De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep</para>
      <para>De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de advocaat-generaal</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van 180 euro, subsidiair 3 dagen vervangende hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het verweer terzake de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</para>
      <para>Namens verdachte heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het vonnis moet worden vernietigd en dat het openbaar ministerie alsnog niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, omdat aan verdachte een transactie is aangeboden en hij vóór de zitting in eerste aanleg het in het transactievoorstel bedoelde bedrag heeft betaald. Dit wordt volgens de raadsvrouw niet anders indien de betaling van verdachte niet binnen de door het openbaar ministerie gestelde termijn is geschied, omdat die termijn  niet is genoemd in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht. De opsomming in dat artikel is limitatief, aldus de raadsvrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De advocaat-generaal heeft ter zitting aangevoerd dat bij een transactievoorstel een termijn wordt aangegeven waarbinnen betaling moet plaatsvinden. Vindt betaling na die datum plaats, dan wordt het betaalde bedrag door het CJIB teruggestort. In dit geval is volgens de advocaat generaal op 25 november 2009 door verdachte aan het CJIB een rekeningnummer verschaft waarop het betaalde bedrag teruggestort kon worden. Het geldbedrag is inmiddels teruggestort.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat aan verdachte door het openbaar ministerie op 11 april 2008 een transactievoorstel is gedaan waarbij hem is meegedeeld dat hij strafvervolging kon voorkomen door uiterlijk op 11 mei 2008 een bedrag van honderdtachtig euro (€ 180,-) te betalen. In dit voorstel wordt meegedeeld dat toezending van een acceptgirokaart volgt.</para>
      <para>Verder beschikt het hof over een door de raadsvrouw overgelegde kopie van een op naam van verdachte gestelde acceptgirokaart van het CJIB waaruit moet blijken dat in deze zaak het voorgestelde transactiebedrag is voldaan. Op deze kaart is vermeld "betalen voor 27 oktober 2008". De raadsvrouw legt uit dat het stempel "100909" op deze kaart zo moet worden geduid dat op 10 september 2009, een dag voor de zitting in eerste aanleg, het op de kaart vermelde bedrag van </para>
      <para>€ 180,- is gestort. </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat een betalingstermijn gesteld aan een transactieaanbod onderdeel uitmaakt van dat aanbod. De legitimatie voor het stellen van een termijn ligt besloten in het vijfde lid van artikel 74 Sr. Na ommekomst van die termijn staat het het openbaar ministerie in beginsel vrij tot dagvaarding over te gaan. Gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld is dat in dit geval niet anders. Het hof verwerpt het verweer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing op het hoger beroep</para>
      <para>Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenlastelegging</para>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:</para>
      <para>hij op of omstreeks 9 april 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles whiskey, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezenverklaring</para>
      <para>Het hof acht bewezen dat:</para>
      <para>hij op 9 april 2008 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles whiskey, toebehorende aan [slachtoffer].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kwalificatie</para>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>diefstal, gepleegd door twee of meer verenigde personen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafbaarheid</para>
      <para>Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafmotivering</para>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verdachte heeft zich samen met een ander op 9 april 2008 schuldig gemaakt aan diefstal van een fles whiskey uit een winkel. </para>
    <para />
    <para>Verdachte is, blijkens een uittreksel justitiële documentatie d.d. 18 januari 2010, eerder ter zake van (vermogens)misdrijven veroordeeld.</para>
    <para />
    <para>Gelet op het vorenstaande acht het hof, rekening houdende met de gebruikelijk in dit soort zaken op te leggen straf, de door de advocaat-generaal gevorderde geldboete een passende bestraffing. Het hof zal die boete dan ook aan verdachte opleggen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toepassing van wetsartikelen</para>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak</para>
      <para>HET HOF,</para>
      <para>RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:</para>
    <para />
    <para>verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para>veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van honderdtachtig euro; </para>
    <para />
    <para>beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;</para>
    <para />
    <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. P.J.M. van den Bergh en mr. G.J. Niezink, in tegenwoordigheid van G.G. Eisma als griffier, zijnde mr. G.J. Niezink buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>