<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T17:56:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BJ9036</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2009-09-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24-002677-07</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9036">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T05:16:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2009-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9036 Gerechtshof Arnhem , 30-09-2009 / 24-002677-07</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9036:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft in zijn opgave bezwaren tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle, aangevoerd dat er sprake was van (putatief)noodweer dan wel noodweerexces, subsidiair psychische overmacht. Het hof verwerpt deze verweren. Het hof acht verdachte derhalve strafbaar. Verdachte wordt ter zake van mishandeling veroordeeld tot een geldboete van € 220.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARN:2009:BJ9036:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 24-002677-07 </para>
      <para>Parketnummer eerste aanleg: 07-480790-06</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Arrest van 30 september 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 oktober 2007 in de strafzaak tegen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[verdachte],</para>
      <para>geboren op [1972] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], [adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>niet ter terechtzitting verschenen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis waarvan beroep</para>
      <para>De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebruik van het rechtsmiddel</para>
      <para>De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep</para>
      <para>Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de advocaat-generaal</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een geldboete van 220 euro, subsidiair </para>
      <para>4 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing op het hoger beroep</para>
      <para>Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tenlastelegging</para>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>hij op of omstreeks 23 juni 2006 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, althans eenmaal in het gezicht, althans het hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewezenverklaring</para>
      <para>Het hof acht bewezen dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>hij op 23 juni 2006 in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, tegen het lichaam heeft geslagen en geschopt, waardoor deze pijn heeft ondervonden.</para>
    <para />
    <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kwalificatie</para>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>mishandeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafbaarheid</para>
      <para>Verdachte heeft in zijn opgave bezwaren tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle, aangevoerd dat er sprake was van (putatief)noodweer dan wel noodweerexces, subsidiair psychische overmacht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof het volgende vastgesteld. </para>
      <para>Verdachte is op 23 juni 2006 - naar eigen zeggen om 'verhaal' te halen -  naar aangever [slachtoffer] toegegaan. Verdachte en die [slachtoffer] kregen ruzie, waarop verdachte hem meermalen heeft geslagen en geschopt.</para>
      <para>Noodweer(exces)</para>
      <para>Gelet op het voorgaande acht het hof aannemelijk dat verdachte zelf de confrontatie met aangever [slachtoffer] heeft opgezocht. Niet aannemelijk is geworden dat [slachtoffer] tijdens de ruzie is begonnen met de mishandeling. Er was derhalve geen sprake van een noodweersituatie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het hof is dan ook van oordeel dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen een noodzakelijke verdediging geboden was. Het hof verwerpt derhalve het beroep op noodweer.</para>
    <para />
    <para>Nu er nimmer sprake is geweest van een noodweersituatie, kan ook het beroep op noodweer-exces niet slagen. Het hof verwerpt derhalve ook dit verweer.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Putatief noodweer</para>
      <para>Evenmin is aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een situatie waarin verdachte redelijkerwijs kon veronderstellen dat het voor hem noodzakelijk was om zich te verdedigen. Het enkele feit dat aangever - naar zeggen van getuige [getuige] -zwaaiende armbewegingen richting verdachte heeft gemaakt is onvoldoende om een bovengenoemde situatie aan te nemen. Niet aannemelijk is geworden dat deze zwaaiende armbewegingen zijn gemaakt terwijl aangever zo dicht bij verdachte stond dat aangever verdachte zou kunnen raken. Evenmin is aannemelijk geworden dat aangever aanstalten maakte om naar verdachte toe te lopen. Integendeel is het ook volgens getuige [getuige] verdachte geweest die op aangever is toegelopen en hem een klap gaf tegen de bovenzijde van zijn lichaam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het beroep op putatief noodweer wordt dan ook verworpen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Psychische overmacht </para>
      <para>Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht moet het gaan om een drang waaraan door verdachte geen weerstand kon worden geboden en waaraan geen weerstand behoefde te worden geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aan het hof is niet gebleken dat er sprake was van een toestand waarin verdachte niet redelijkerwijs weerstand had kunnen en behoren te beiden aan de drang. Er waren voor verdachte genoeg alternatieven aanwezig. Verdachte had bijvoorbeeld weg kunnen gaan.</para>
    <para />
    <para>Gelet op het voorgaande acht het hof verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden derhalve niet aanwezig geacht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafmotivering</para>
      <para>Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verdachte heeft zich op 23 juni 2006 schuldig gemaakt aan mishandeling, door aangever [slachtoffer] meermalen tegen het lichaam te slaan en te schoppen. Door aldus te handelen heeft verdachte de lichamelijke integriteit van die [slachtoffer] aangetast.</para>
    <para />
    <para>Uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 8 juni 2009 blijkt, dat verdachte vaker strafrechtelijk is veroordeeld. </para>
    <para />
    <para>Gelet op het voorgaande, in samenhang beschouwd, acht het hof de in eerste aanleg opgelegde en de door de advocaat-generaal gevorderde geldboete van € 220, subsidiair 4 dagen hechtenis, een passende bestraffing. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Toepassing van wetsartikelen</para>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak</para>
      <para>HET HOF,</para>
      <para>RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:</para>
    <para />
    <para>verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para>verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij; </para>
    <para />
    <para>veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdtwintig euro; </para>
    <para />
    <para>beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vier dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. G. Dam en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier, zijnde mr. J.P. van Stempvoort en mr. Wachter voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>