<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:23:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.356.703/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:873">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:873</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:23:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:873 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-02-2026 / Wahv 200.356.703/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:873:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>APK-zaak. De hoogte van het sanctiebedrag houdt verband met de ernst van het feit en strekt ertoe te voorkomen dat ongekeurde voertuigen aan het verkeer deelnemen. Niet aannemelijk is gemaakt dat de hoogte van het sanctiebedrag hier niet passend is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:873:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.356.703/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 261916284 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 16 februari 2026</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2025, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 450,- opgelegd voor: “motorrijtuig/aanhangwagen met toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg is geldigheid keuringsbewijs verloren”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 24 oktober 2023 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de sanctie onnodig hoog is. De betrokkene heeft een dure bus aangeschaft, maar heeft deze naar de sloop moeten afvoeren. De betrokkene is opgelicht. Uit het BCS-portaal blijkt wat er met de bus is gebeurd en de gemachtigde verzoekt daar rekening mee te houden en het bedrag van de sanctie te matigen. Op 13 januari 2024 is de bus gesloopt. Eerder ontving de betrokkene ook al een sanctie voor hetzelfde voertuig met feitcode A915 (schending verzekeringsplicht) en een sanctiebedrag van € 459,-. Er zit vijf maanden tussen de aankoop en de sloop van het voertuig. De gemachtigde geeft aan dat het een drama voor de betrokkene was. Naast de twee sancties heeft de bus ook nog een enorme afschrijving opgeleverd. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. Uit het dossier blijkt dat het keuringsbewijs voor het betreffende voertuig op 23 augustus 2023 zijn geldigheid had verloren. Voorts kan worden vastgesteld dat de tenaamstelling van het voertuig niet was geschorst. De gedraging wordt ook niet betwist. Het hof dient, gelet op hetgeen is aangevoerd, te beoordelen of er redenen zijn om het sanctiebedrag te matigen.</para>
    <para />
    <para>4. Het hof is van oordeel dat dergelijke redenen niet aanwezig zijn. De hoogte van het sanctiebedrag houdt verband met de ernst van het feit en strekt ertoe te voorkomen dat ongekeurde voertuigen aan het verkeer deelnemen. De hoogte van het sanctiebedrag is zodanig dat het niet loont om af te zien van een keuring en van het herstellen van (mogelijke) gebreken aan het voertuig. Niet is aannemelijk gemaakt dat hier sprake is van omstandigheden die maken dat een sanctie van deze hoogte -in het licht van het doel daarvan- hier niet passend is. De betrokkene heeft zijn stellingen slechts onderbouwd met het overleggen van een vrijwaringsbewijs en een foto van de bus waarop geen enkele bijzonderheid valt te zien. Dat de betrokkene ook een sanctie opgelegd heeft gekregen voor het niet verzekeren van dit voertuig, leidt evenmin tot matiging van het sanctiebedrag.</para>
    <para />
    <para>5. De gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>