<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:31:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.357.118/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:860">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:860</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T15:31:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:860 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-02-2026 / Wahv 200.357.118/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:860:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenvergoeding. Het sanctiebedrag is gematigd vanwege de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. Daarmee is geen sprake van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Dit brengt mee dat de in administratief beroep gemaakte proceskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:860:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.357.118/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 257303098 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 13 februari 2026</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 25 maart 2025, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd, het beroep tegen de inleidende beschikking deels gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 210,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 453,50.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 420,- opgelegd voor: “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 10 maart 2023 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [kenteken]. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie, naar aanleiding van het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie ter zitting, gematigd naar € 210,-.</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene betwist (naar het hof begrijpt) de gedraging niet, maar stelt dat het sanctiebedrag naar nihil had moeten worden gematigd gezien de omstandigheden van het geval. Daarnaast is de gemachtigde van mening dat de kantonrechter ten onrechte geen kosten heeft vergoed voor de fase van het administratief beroep. Daartoe voert de gemachtigde - kort gezegd - aan dat de officier van justitie ook zelf in administratief beroep het bedrag van de sanctie had kunnen matigen. In dat geval had geen beroep bij de kantonrechter ingesteld te hoeven worden. </para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Verder voert de gemachtigde aan dat vanwege schending van de hoorplicht de sanctie met </para>
    <para>25 procent dient te worden gematigd. De beslissing van de officier is genomen op 21 december 2023 en daarmee ruim na 1 oktober 2023. Daarbij wijst de gemachtigde erop dat de kantonrechter aan deze grond voorbij is gegaan. Tot slot merkt de gemachtigde op dat in deze zaak aanleiding is om bijzondere omstandigheden aan te nemen als bedoeld in artikel 13a, tweede lid van de Wahv. Dit omdat geen sprake is van verlening van rechtsbijstand op basis van no-cure, no-pay en het openbaar ministerie zelf debet is aan de procedure bij de kantonrechter. </para>
    <para />
    <para>4. De enkele niet onderbouwde stelling van de gemachtigde dat aanleiding bestaat het sanctiebedrag te matigen tot nihil, geeft het hof daar geen aanleiding toe. Hierbij wijst het hof er nog op dat matiging van het sanctiebedrag door de kantonrechter tot de helft van het oorspronkelijke bedrag in lijn is met de rechtspraak waarnaar de gemachtigde in de fase bij de kantonrechter heeft verwezen en de gemachtigde heeft verzocht in deze zaak in gelijke zin te oordelen.</para>
    <para />
    <para>5. Met betrekking tot de stelling van de gemachtigde dat vanwege schending van de hoorplicht het bedrag van de sanctie met 25 procent dient te worden gematigd, wordt als volgt overwogen. In deze zaak is op 9 juni 2023 door de gemachtigde administratief beroep ingesteld. Op 3 augustus 2023 is de gemachtigde door de officier van justitie een extra schriftelijke ronde geboden ter vervanging van het (telefonisch) horen. Op 31 augustus 2023 heeft de gemachtigde het beroep (schriftelijk) aangevuld, waarna de officier van justitie op 21 december 2023 op het beroep van de betrokkene heeft beslist. </para>
    <para />
    <para>6. In het arrest van 17 augustus 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:6930) heeft het hof geoordeeld dat voor zaken waarin een betrokkene in administratief beroep wordt bijgestaan door een gemachtigde aan de structurele schending van de hoorplicht door de officier van justitie geen consequenties voor de inleidende beschikking worden verbonden, omdat de professionele gemachtigde een extra schriftelijke ronde heeft gekregen om zijn standpunt naar voren te brengen en de officier van justitie op 1 oktober 2023 weer uitvoering zou gaan geven aan de verplichting tot het horen van gemachtigden. Hoewel de beslissing van de officier van justitie in deze zaak dateert van na 1 oktober 2023, is de feitelijk situatie hier niet anders dan in de zaak die heeft geleid tot genoemd arrest van 17 augustus 2023. Het hof zal daarom aan schending van de hoorplicht in deze zaak geen consequenties verbinden voor de inleidende beschikking.</para>
    <para />
    <para>7. Verder overweegt het hof dat de kantonrechter in dit geval - zo leidt het hof af uit het door de vertegenwoordiger van de officier van justitie ter zitting ingenomen standpunt - in de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht aanleiding heeft gezien voor een matiging van het sanctiebedrag. Het is vaste rechtspraak van dit hof dat daarmee geen sprake is van een aan de ambtenaar te wijten onrechtmatigheid (zie bijvoorbeeld de arresten van dit hof van 23 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4692 en 8 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:8811). Dit brengt mee dat de kantonrechter terecht voor de proceshandeling gemaakt in administratief beroep geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. Wat de gemachtigde heeft aangevoerd, geeft het hof geen aanleiding in dit geval van deze jurisprudentie af te wijken. </para>
    <para />
    <para>8. Nu de kantonrechter bij het toekennen van een proceskostenvergoeding de vermenigvuldigingsfactor als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv niet heeft toegepast en in hoger beroep geen aanleiding bestaat tot het toekennen van een proceskostenvergoeding, zal het hof voorbijgaan aan de grond van de gemachtigde dat in deze zaak sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv. </para>
    <para />
    <para>9. Tot slot overweegt het hof dat de gemachtigde terecht opmerkt dat de kantonrechter voorbij is gegaan aan de grond gevolgen te verbinden aan de schending van de hoorplicht. Nu dit motiverings-gebrek niet afdoet aan de juistheid van de door de kantonrechter gegeven beslissing, zal het hof deze beslissing bevestigen, zij het met verbetering van gronden.</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter met verbetering van gronden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>