<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T12:00:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.362.085/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:817">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:817</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T15:56:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:817 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-02-2026 / 200.362.085/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:817:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging uithuisplaatsing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:817:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN		</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.362.085</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Gelderland 457325 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 12 februari 2026 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over de uithuisplaatsing van [kind1]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>, (de moeder)</para>
      <para>die woont in [woonplaats]  </para>
      <para>advocaat: mr. R.W. de Gruijl </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering</emphasis>, (de GI)</para>
      <para>die is gevestigd in Amsterdam </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, (de vader)</para>
      <para>die woont op een geheim adres</para>
      <para>advocaat: mr. E.R.T. Tromp</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de verzorgers van [kind1] van het <emphasis role="bold">Dushi Huis</emphasis>,</para>
      <para>dat is gevestigd in [plaats] (het Dushi Huis) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Samenvatting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind1] verlengd tot 2 november 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De ouders hebben samen vier kinderen, waarvan [kind1] de jongste is. [kind1] is [in] 2015 geboren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De ouders hebben samen het gezag over [kind1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [kind1] staat onder toezicht van de GI. [kind1] woonde tot zijn uithuisplaatsing bij de moeder. [kind1] is sinds 26 augustus 2018 uit huis geplaatst en heeft daarna op verschillende plekken gewoond. Sinds augustus 2023 woont [kind1] in het Dushi Huis in [plaats] . </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De procedure bij de kinderrechter </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI heeft de kinderrechter verzocht [kind1] nog langer uit huis te mogen plaatsen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft het verzoek van de GI toegewezen en de machtiging uithuisplaatsing van [kind1] verlengd tot 2 november 2026. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 29 oktober 2025. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De procedure bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">De moeder</emphasis> is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vader</emphasis> is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Hij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">De GI</emphasis> wil dat de beslissing in stand blijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het Dushi huis</emphasis> heeft geen standpunt gegeven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De informatie die het hof heeft ontvangen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van de GI</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de raad van 4 december 2025, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [kind1] heeft op 5 januari 2025 via beeldbellen (<emphasis role="italic">Teams</emphasis>) gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Hij heeft verteld wat hij vindt van de uithuisplaatsing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De zitting bij het hof was op 8 januari 2025. Bij de zitting waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder met haar advocaat</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader met zijn advocaat</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de GI </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>Namens het Dushi huis was niemand aanwezig bij de zitting. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De moeder, haar advocaat, de vader en zijn advocaat hebben digitaal (via Teams) deelgenomen aan de zitting. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wat staat in de wet?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kinderrechter kan een machtiging geven een kind uit huis te plaatsen. De rechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind of voor onderzoek van het kind<footnote-ref linkend="_c5854629-1521-4be8-8598-38f1907c78f1" />. De rechter kan die machtiging ook verlengen als de GI of de raad dat verzoeken<footnote-ref linkend="_3f09cf89-96be-45d1-8ac1-4acb341e98c8" />. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Hoe oordeelt het hof?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De machtiging voor de uithuisplaatsing van [kind1] loopt tot 2 november 2026. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het hof is net als de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind1] noodzakelijk is, omdat [kind1] niet thuis kan wonen. Het hof zal de beslissing van de kinderrechter over de uithuisplaatsing daarom in stand laten (bekrachtigen). Het hof neemt de motivering van de rechtbank (onder 7.2. en 7.3. van de bestreden beschikking) – na eigen onderzoek – over en maakt die tot de zijne. Voor de leesbaarheid volgt hier de motivering door de kinderrechter:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“7.2. De kinderrechter stelt vast dat er nog altijd ernstige zorgen bestaan over de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontwikkeling van [kind1] . Uit de stukken en de toelichting van de GI volgt dat [kind1]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">behoefte heeft aan een stabiele en voorspelbare omgeving. Bij het ontbreken van deze</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voorspelbaarheid kan [kind1] heftig reageren en raakt hij ontregeld in zijn gedrag. Het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">huidige verblijf in het Dushi Huis biedt [kind1] rust, structuur en veiligheid, waardoor hij</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">positieve stappen maakt en zich positief ontwikkelt. De kinderrechter acht het daarom op dit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">moment niet in het belang van [kind1] om terug naar huis te gaan. De huidige plaatsing in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het Dushi Huis sluit het beste aan bij wat [kind1] op dit moment nodig heeft. De verlenging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing is noodzakelijk om de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontwikkeling van [kind1] te beschermen en hem de kans te geven verder tot rust te komen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vader heeft verzocht de machtiging uithuisplaatsing te verlenen voor de duur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van zes maanden. De kinderrechter volgt de vader niet in dit standpunt. Uit de stukken is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gebleken dat [kind1] de laatste periode meer woede-uitbarstingen heeft en zichtbaar last</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">heeft van de voortdurende onzekerheid rondom zijn toekomst. Om die reden acht de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kinderrechter het van belang dat [kind1] gedurende langere tijd rust, duidelijkheid en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">stabiliteit ervaart zonder de spanningen van een zitting. (…)”  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof vult daarop nog het volgende aan. Uit de stukken en uit hetgeen op de zitting naar voren is gekomen, blijkt dat [kind1] niet thuis kan wonen. Na onderzoek door het NIFP heeft het NIFP in 2023 geadviseerd om niet te werken aan terugplaatsing van [kind1] bij één van de ouders. Uit dat onderzoek bleek onder meer dat [kind1] kenmerken laat zien van een problematische gehechtheid, waaronder wantrouwen, terughoudendheid in het aangaan van relaties en dat hij moeite heeft met het reguleren van emoties. Hij is gevoelig voor afwijzingen en heeft een sterke behoefte aan voorspelbaarheid en duidelijkheid. [kind1] heeft moeite om tot ontwikkeling te komen in afwisselende en onvoldoende op elkaar afgestemde opvoedcontexten. De opvoedingsvaardigheden van de moeder werden door het NIFP als beperkt beoordeeld. Na het NIFP-onderzoek is een nieuw perspectiefonderzoek uitgevoerd door Mare Bijzondere Zorg . Uit het “Psychologische verslag t.b.v perspectiefbepaling” van Mare Bijzonder Zorg van 22 augustus 2025 (verder: het verslag) blijkt dat de opvoedvaardigheden en pedagogische beschikbaarheid van de moeder wezenlijke beperkingen vertonen. De moeder heeft moeite om aan [kind1] consequent grenzen te stellen en deze grenzen te handhaven. Voor een stabiele opvoedsituatie is intensieve en blijvende ondersteuning noodzakelijk. Op dit moment lijkt het Dushihuis het meest passend om [kind1] de veiligheid, voorspelbaarheid en ontwikkelingsmogelijkheden te bieden die hij nodig heeft, aldus het verslag. Geadviseerd wordt om een intensief en systemisch traject op te zetten, gericht op het stapsgewijs creëren van een veiligere en stabielere opvoedsituatie binnen het kader van de omgangsregeling, aldus het verslag. </para>
        <para>Gelet op de uitkomst van de onderzoeken en de informatie van de GI is een thuisplaatsing van [kind1] bij de moeder op dit moment niet in zijn belang. De moeder is onvoldoende in staat om [kind1] te bieden wat hij nodig heeft om zich positief te ontwikkelen. De moeder ontvangt al ruim twee jaar 70 uur per week intensieve ambulante begeleiding thuis voor dochter [kind2] die na een eerdere uithuisplaatsing nu weer bij de moeder woont. Ondanks deze intensieve hulpverlening is de opvoedsituatie bij de moeder niet veranderd en maar minimaal goed genoeg voor [kind2] , aldus de GI.  De moeder heeft verschillende opvoedcursussen gevolgd maar ook deze hebben geen wezenlijke verbetering gebracht in het gedrag en de opvoedvaardigheden van de moeder. Volgens de ouderbegeleiding van de moeder zit de moeder vast in haar trauma en haar verleden en beschikt zij niet over de intrinsieke mogelijkheden om dit zelfstandig op te lossen. Zij wil hiervoor geen behandeling. Dat de moeder, zoals zij stelt, tijdens de vakanties al meerdere dagen achter elkaar alleen en zonder toezicht van hulpverlening voor [kind1] zorgt, heeft de GI gemotiveerd weersproken. De intensieve ambulante hulpverlening voor [kind2] ziet tijdens de omgang in de vakantie ook op de andere kinderen, waaronder [kind1] , aldus de GI.</para>
        <para>Het hof overweegt verder nog het volgende. [kind1] ervaart al langere tijd onduidelijkheid over waar hij mag opgroeien, mede omdat de moeder [kind1] belast met uitspraken over dat onderwerp. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat [kind1] een grote behoefte heeft aan duidelijkheid en voorspelbaarheid. Het is daarom in zijn belang dat ook over zijn perspectief op korte termijn duidelijkheid komt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 29 oktober 2025, over de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, H. Phaff en D.J.M. van de Voort en is in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2026 </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_c5854629-1521-4be8-8598-38f1907c78f1" label="1">
    <para> artikel 1:265b lid 1 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f09cf89-96be-45d1-8ac1-4acb341e98c8" label="2">
    <para> artikel 1:265c lid 2 BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>