<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:16:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.356.856/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:754">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:754</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-17T08:54:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:754 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-02-2026 / 200.356.856/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:754:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoofdverblijfplaats, inschrijving school, zorgregeling. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank over de hoofdverblijfplaats bij de vader en de schoolkeuze en verruimt de zorgregeling ten gunste van de moeder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:754:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.356.856/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 194984)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 10 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] </emphasis>(de moeder),						    </para>
      <para>die woont in [woonplaats1] ,</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. F.H. Gart te Drachten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis> (de vader),					           </para>
      <para>die woont in [woonplaats2] ,</para>
      <para>verweerder in hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. J. Oosterhof te Heerenveen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn toetsende en/of adviserende rol is gekend:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming</emphasis> (de raad) </para>
      <para>regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 11 april 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 9 juli 2025;<?linebreak?>- een brief namens de moeder van 22 juli 2025 met bijlage(n);</para>
      <para>- het verweerschrift met bijlage(n);<?linebreak?>- een journaalbericht namens de moeder van 23 december 2025 met bijlage(n);<?linebreak?>- een journaalbericht namens de vader van 2 januari 2026 met bijlage(n).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 13 januari 2026 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten en een beëdigde tolk in de [buitenlandse] taal voor de moeder. Namens de raad is een vertegenwoordiger verschenen. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het huwelijk van partijen is op 24 april 2025 ontbonden door echtscheiding. De moeder heeft de [buitenlandse] nationaliteit en de vader heeft de Nederlandse nationaliteit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Partijen zijn de ouders van [minderjarige] , geboren [in] 2021, over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De moeder heeft op 22 mei 2024 een echtscheidingsverzoek ingediend. Beide partijen hebben verzocht de echtscheiding uit te spreken en zij hebben daarbij nevenverzoeken gedaan. Zowel de vader als de moeder heeft verzocht om te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem of haar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De moeder heeft daarnaast, voor zover van belang, verzocht om een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) vast te stellen op grond waarvan [minderjarige] gedurende vier dagen bij de vader is en daarna zes dagen bij de moeder (4/6-regeling), waarbij aangesloten wordt bij de ploegendiensten van de vader, alsmede om haar vervangende toestemming te verlenen tot inschrijving van [minderjarige] op de [basisschool1] in [woonplaats1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De vader heeft, voor zover van belang, verzocht om een zorgregeling te bepalen op grond waarvan [minderjarige] wekelijks bij de moeder verblijft van vrijdag 18.30 uur tot maandag 12.15 uur en, zodra [minderjarige] naar school gaat, tot maandag 14.00 uur, alsmede om hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven op de openbare [basisschool2] te [woonplaats2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>
        [minderjarige] gaat sinds september 2025 naar [basisschool2] in [woonplaats2] .  </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking is, voor zover hier van belang, beslist:<?linebreak?>- dat [minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats heeft bij de vader en dat [minderjarige] in de basisregistratie personen (BRP) bij de vader ingeschreven blijft staan;<?linebreak?>- dat [minderjarige] in het kader van de zorgregeling wekelijks bij de moeder verblijft van vrijdag 18.30 uur tot maandag 12.15 uur en, zodra [minderjarige] naar school gaat, tot maandag 14.00 uur en dat partijen in onderling overleg de vakanties en feestdagen bij helfte verdelen;<?linebreak?>- dat de vader vervangende toestemming krijgt, die de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de openbare [basisschool2] aan de Skoallestrjitte 28 te [woonplaats2] .<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De moeder is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking van 11 april 2025. De moeder verzoekt vernietiging van de beslissingen in het dictum opgenomen onder 3.2, 3.3. en 3.4, het door de moeder verzochte alsnog toe te wijzen en de bestreden beschikking voor het overige in stand te laten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De vader voert verweer en hij verzoekt afwijzing van het verzoek van de moeder in hoger beroep. </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>De zaak draagt een internationaal karakter omdat de moeder de [buitenlandse] nationaliteit heeft. Het hof dient daarom ambtshalve te beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. De kwesties die in dit hoger beroep voorliggeen betreffen de ouderlijke verantwoordelijkheid en vallen daarmee onder het toepassingsgebied van de Verordening (EU) 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 (Brussel II-ter). [minderjarige] heeft zijn gewone verblijfplaats al sinds zijn geboorte in Nederland. Dit leidt ertoe dat de Nederlandse rechter op basis van artikel 7 lid 1 van de Verordening Brussel II-ter rechtsmacht heeft in deze zaak.</para>
        <para>De rechtbank heeft het Nederlandse recht toegepast. Omdat hiertegen geen grief is gericht, zal ook het hof het Nederlandse recht tot uitgangspunt nemen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] , de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hen (de zorgregeling) en de vraag op welke basisschool [minderjarige] moet worden ingeschreven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>De moeder betwist dat het in het belang van [minderjarige] is om de meeste tijd bij de vader te verblijven en op zijn adres ingeschreven te staan, zoals de rechtbank oordeelde. Zij benadrukt dat de door haar voorgestelde zorgregeling, de 4/6-regeling, meer regelmaat, structuur en overzicht biedt, mede doordat zij flexibele werktijden heeft en volledig beschikbaar kan zijn, in tegenstelling tot de vader die fulltime en onregelmatige uren werkt en vaak zijn ouders inzet voor de zorg.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <parablock>
        <para>De vader stelt dat de door de rechtbank vastgestelde zorgregeling het beste is voor [minderjarige] . De school in [woonplaats2] is bewust door beide ouders gekozen en hij vindt dat de moeder vooral haar eigen belangen volgt. [minderjarige] voelt zich goed in zijn omgeving en kan na school spelen met vriendjes. Volgens de vader is de door moeder voorgestelde regeling onduidelijk en onoverzichtelijk, waardoor [minderjarige] moet plannen, wat hij niet kan, terwijl de huidige regeling duidelijk is: doordeweeks bij de vader, in het weekend bij de moeder. <?linebreak?><emphasis role="italic">Hoofdverblijfplaats en schoolkeuze</emphasis><?linebreak?>5.5	Het hof stelt vast dat partijen tijdens hun huwelijk in [woonplaats2] woonden. De moeder is in juli 2023 vertrokken naar [woonplaats1] . Sinds april 2025 verblijft [minderjarige] doordeweeks bij de vader in [woonplaats2] en is hij van vrijdagavond tot maandagochtend bij de moeder. </para>
        <para>
          [minderjarige] gaat sinds september 2025 ook in [woonplaats2] naar school en heeft daar speelafspraken met vriendjes en vriendinnetjes. Hij gaat in [woonplaats2] naar de kapper, tandarts en dokter. Dat is zijn vertrouwde leefomgeving. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder toegelicht dat haar werktijden zijn veranderd en dat zij deze flexibel kan aanpassen zodat zij meer beschikbaar is voor [minderjarige] . Zij werkt nu op alle doordeweekse dagen van 09.00 uur tot 12.00 uur. Het hof ziet hierin geen aanleiding om anders dan de rechtbank te beslissen ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] . De moeder heeft bovendien verklaard dat zij het geen probleem vindt dat [minderjarige] in [woonplaats2] naar school gaat. Voor haar ligt het zwaartepunt bij de verdeling van de zorg over [minderjarige] . Het hof acht het niet in het belang van [minderjarige] om op dit moment veranderingen in zijn hoofdverblijfplaats aan te brengen, terwijl de huidige situatie al sinds voorjaar 2025 bestaat en goed functioneert. Hetzelfde geldt voor de school. .Het hof zal de beschikking van de rechtbank ten aanzien van het hoofdverblijf en de schoolkeuze dan ook bekrachtigen.  <?linebreak?><emphasis role="italic">Zorgregeling</emphasis></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Beide partijen streven ernaar de zorg voor [minderjarige] op een gelijkwaardige manier te verdelen, waarbij er voor [minderjarige] de mogelijkheid is om zowel bij de vader als bij de moeder te zijn en waarbij beide ouders een zo gelijk mogelijk aandeel in de verzorging en opvoeding van [minderjarige] krijgen. De huidige zorgregeling komt daar naar het oordeel van het hof aan tegemoet en biedt [minderjarige] rust en stabiliteit. Partijen zijn het erover eens om de zorgregeling voor de moeder dusdanig uit te breiden dat zij [minderjarige] vrijdagmiddag om 14.00 uur uit school haalt en dat hij dan bij haar is. Het hof acht dat ook in het belang van [minderjarige] . Deze uitbreiding zorgt ervoor dat de overdracht op school kan plaatsvinden, zoals dat op maandag ook gebeurt, en dat de betrokkenheid van de moeder bij de school wordt vergroot, zoals zij graag wil. Voor het overige zal het hof aansluiten bij de zorgregeling zoals deze door de rechtbank is bepaald. Op de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen steeds beter met elkaar kunnen communiceren en dat zij binnenkort een intakegesprek voor een communicatietraining hebben bij Veilig Thuis. Het verbeteren van de onderlinge communicatie kan alleen maar in het belang van [minderjarige] zijn. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 11 april 2025, voor zover het de daarbij vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedtaken betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wekelijks bij de moeder verblijft van vrijdag 14.00 uur tot maandag 14.00 uur en voor het overige bij de vader verblijft en dat partijen in onderling overleg de vakanties en feestdagen bij helfte verdelen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, mr. M.A.F. Veenstra en <?linebreak?>mr. E. Leentjes, bijgestaan door mr. I.I. Buitenhuis als griffier, en is op 10 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>