<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-03T16:14:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/132</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:560">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:560</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-03T11:16:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:560 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 27-01-2026 / 23/132</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:560:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hersteluitspraak ECLI:NL:GHARL:2025:8404.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:560:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
      <para>nummer BK-ARN 23/132</para>
      <para>uitspraakdatum: 27 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gedaan ter verbetering van de uitspraak van het Hof van 16 december 2025, op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] </emphasis>te <emphasis role="bold">[vestigingsplaats]</emphasis> (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank) van 29 november  2022, nummer AWB 21/4837 in het geding tussen belanghebbende en  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de <emphasis role="bold">inspecteur </emphasis>van de<emphasis role="bold"> Belastingdienst/Centrale Administratieve Processen/Team auto bpm </emphasis>(hierna: de Inspecteur)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en <emphasis role="bold">de Staat der Nederlanden</emphasis> (Minister van Justitie en Veiligheid; hierna: de Staat)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het Hof heeft in deze zaak op 16 december 2025 uitspraak gedaan (hierna: de uitspraak).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Nadien heeft belanghebbende erop gewezen dat in onderdeel 5.4 van de uitspraak een onjuist bedrag aan voor het beroep betaald griffierecht is vermeld (€ 49 in plaats van € 360). Uit door het Hof ambtshalve ingewonnen inlichtingen blijkt dat belanghebbende in eerste aanleg een griffierecht van € 360 heeft betaald. Beide partijen zijn op de hoogte gesteld omtrent het voornemen van het Hof deze misslag te herstellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Herstel van deze fout brengt mee dat onderdeel 5.4 van de uitspraak als volgt komt te luiden: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Het Hof ziet voorts aanleiding voor vergoeding aan belanghebbende van de door haar voor het beroep en het hoger beroep betaalde griffierechten van in totaal € 908 (€ 360 plus € 548), te betalen door de Inspecteur.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Het dictum komt dan te luiden:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Het Hof:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>verklaart het beroep bij de Rechtbank gegrond;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>bevestigt de uitspraak op bezwaar inzake de naheffingsaanslag;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het bezwaar van belanghebbende vastgesteld op € 1.294;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor het beroep en het hoger beroep van in totaal € 800;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>veroordeelt de Staat tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade van € 1.000; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gelast de Inspecteur aan belanghebbende te vergoeden de door haar betaalde griffierechten van in totaal € 908.”</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof verbetert de bovenvermelde fout in de uitspraak op de wijze als hiervoor in de onderdelen 1.3 en 1.4 omschreven en verstaat dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R. den Ouden, lid van de tiende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. E.D. Postema als griffier. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De raadsheer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(E.D. Postema) 	(R. den Ouden)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 16 december 2025 is vermeld op welke wijze een rechtsmiddel kan worden aangewend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>