<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T12:00:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.349.854/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:296">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-22T13:56:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:296 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-01-2026 / 200.349.854/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:296:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser heeft in 2022 in opdracht van gedaagde zonnepanelen geplaatst en vordert onbetaalde facturen voor dat werk. Gedaagde bestrijdt de hoogte van die vordering en heeft ook een tegenvordering ingesteld: hij zou in opdracht van eiser zonnepanelen hebben afgeleverd aan het huisadres van de directeur van eiser. Bewijswaardering ten aanzien van de vraag of bij dat laatste sprake was van nakoming van een afspraak tussen partijen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:296:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.349.854/01</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10286882</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 20 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Superfluid B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Amsterdam</para>
      <para>advocaat: mr. Ch.P.A.T. van Goethem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] </emphasis>
      </para>
      <para>h.o.d.n. [naam1] .</para>
      <para>die woont in [woonplaats]</para>
      <para>advocaat: mr. R. Zwiers</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Superfluid heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere op 28 augustus 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:</para>
      <para>• de dagvaarding in hoger beroep</para>
      <para>• de memorie van grieven</para>
      <para>• de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep</para>
      <para>• de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep, tevens houdende akte uitlating</para>
      <para>   productie</para>
      <para>• een laatste akte van Superfluid</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Superfluid heeft in 2022 in opdracht van [geïntimeerde] zonnepanelen geplaatst en vordert onbetaalde facturen voor dat werk. [geïntimeerde] bestrijdt de hoogte van die vordering en heeft ook een tegenvordering ingesteld. Het volgende staat daarover vast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Superfluid heeft Oekraïense vluchtelingen opgeleid om zonnepanelen aan te leggen en te installeren. In juni 2022 hebben partijen afgesproken dat Superfluid voor [geïntimeerde] dergelijke installatiewerkzaamheden in onderaanneming zou verrichten. Dat is gedaan door Oekraïense arbeidskrachten die Superfluid ter beschikking heeft gesteld. Superfluid heeft daarvoor vanaf 11 juni 2022 tot en met september 2022 16 facturen aan [geïntimeerde] gestuurd voor in totaal € 27.793,79. [geïntimeerde] heeft daarvan € 9.801 onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>In augustus 2022 heeft [geïntimeerde] een pallet met 36 zonnepanelen neergelegd bij de woning van de directeur van Superfluid , de heer [naam2] . Vervolgens zijn er daarvan weer 12 opgehaald en zijn twee zonnepanelen nageleverd. Een medewerker van [geïntimeerde] heeft aan [naam2] montagemateriaal voor zonnepanelen meegegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 5 december 2022 heeft [geïntimeerde] deze 26 zonnepanelen en het montagemateriaal van in totaal € 7.096,86 bij Superfluid in rekening gebracht. Superfluid heeft die rekening onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Superfluid heeft bij de kantonrechter betaling van de openstaande facturen gevorderd, vermeerderd met rente en kosten. [geïntimeerde] heeft daar een eigen vordering  tegenovergesteld – ook vermeerderd met rente en kosten. Die eigen vordering is, voor zover nu nog van belang, gebaseerd op de rekening van 5 december 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De kantonrechter heeft na het horen van getuigen bewezen geacht dat de vordering van [geïntimeerde] is gebaseerd op een overeenkomst met Superfluid (feitelijk de heer [naam2] ). Ook de vordering van Superfluid heeft de kantonrechter toewijsbaar geacht – in beide gevallen echter met uitzondering van de gevorderde incassokosten en rente tot aan de inleidende dagvaarding; de wel toewijsbare vorderingen zijn verrekend. Dat heeft geleid tot veroordeling van [geïntimeerde] om aan Superfluid € 1.984,13 te betalen (9.081<footnote-ref linkend="_aba496dd-feb6-4ae2-8495-735661b5e42b" /> – 7.096,87), te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf de datum van de inleidende dagvaarding (10 januari 2023).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>Beide partijen zijn hiertegen in hoger beroep bij het hof opgekomen. Het hof zal hun bezwaren hierna thematisch bespreken en zal de conclusie trekken dat het bestreden vonnis bijna geheel in stand kan blijven. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De toelichting op de beslissing van het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Heeft Superfluid zonnepanelen en bevestigingsmaterialen van [geïntimeerde] gekocht?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Volgens Superfluid heeft zij geen zonnepanelen met bijbehorende apparatuur van [geïntimeerde] gekocht (deze vennootschap handelt daarin ook helemaal niet), maar zijn die materialen ongevraagd bij [naam2] thuis afgeleverd. Hij heeft dat opgevat als een gift aan hem persoonlijk, omdat hij zelf veel moeite en geld had gestoken in de samenwerking met [geïntimeerde] - met name in het opleiden van Oekraïense vluchtelingen. De hierna te bespreken e-mail van [naam2] van 3 augustus 2022, waaraan door de kantonrechter bij de bewijswaardering betekenis is gehecht, zou [naam2] ook niet namens Superfluid hebben geschreven, maar uit eigen naam. Bovendien klaagt Superfluid erover dat de kantonrechter is voorbijgegaan aan tegenstrijdigheden in de afgelegde getuigenverklaringen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het hof verwerpt deze grieven en neemt zowel de desbetreffende beslissing van de kantonrechter als de motivering over. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Ter nadere toelichting stelt het hof nog voorop dat de genoemde e-mail, die afkomstig is van het mailadres van Superfluid , betrekking heeft op het plaatsen van 26 zonnepanelen op de woning van [naam2] , en dat daarvoor ten tijde van verzending in overleg met [naam2] ook al een plan was opgesteld. De aanleiding daartoe was dat de door [naam2] opgeleide bouwvakkers (Oekraïense vluchtelingen) op dat moment weinig te doen hadden. Hij wilde niet dat deze arbeidskrachten in een ´gedwongen bouwvak´ terecht zouden komen en sloot zijn mail af met een ´OK´ voor de zonnepanelen voor zijn eigen dak ´als het makkelijk kan´. Daarmee doelde hij op het ´gezamenlijk project´ van hem en [geïntimeerde] , omdat [naam2] zelf niet meer over de noodzakelijke liquiditeit beschikte (hij had geïnvesteerd in de opleidingen en kon op zijn leeftijd de hypotheek niet uitbreiden). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Het antwoord van [geïntimeerde] hierop was, dat dit project kon worden verrekend met facturen die nog aan [naam2] betaald moesten worden: `dan strepen we het tegen elkaar weg is dat iets? Dan kan jij ook verder´</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        [naam2] heeft op dat antwoord niet gereageerd, en heeft ook niets van zich laten weten toen diezelfde maand panelen bij hem thuis werden afgeleverd. Zesentwintig van die panelen zijn door de genoemde arbeiders vervolgens ook op zijn woning geplaatst, nadat door [geïntimeerde] nog montagemateriaal was nageleverd. Zonder toelichting valt tegen de achtergrond van de e-mailcorrespondentie niet in te zien dat [naam2] dit als een persoonlijk geschenk heeft kunnen opvatten; het was evident een uitvoering van afspraken die [geïntimeerde] op basis van die correspondentie meende te hebben gemaakt, en waarbij [geïntimeerde] ervan is uitgegaan dat de kosten konden worden verrekend met vorderingen die Superfluid (dus niet [naam2] in persoon) in het kader van de samenwerking tussen haarzelf en [geïntimeerde] nog op [geïntimeerde] had. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Het hof leest in de afgelegde getuigenverklaringen geen tegenstrijdigheden die (toch) in de weg staan aan de conclusie dat [geïntimeerde] , gelet op de hiervoor beschreven gedragingen en uitlatingen over en weer, inderdaad met Superfluid de koop van 26 zonnepanelen is overeengekomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De hoogte van de vordering van Superfluid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>De rechtbank heeft de vordering van [geïntimeerde] verrekend met de volledige vordering van Superfluid . Daar komt [geïntimeerde] tegenop. Volgens hem ( [geïntimeerde] ) heeft Superfluid teveel uren in rekening gebracht. [geïntimeerde] zegt op dat punt gemotiveerd verweer te hebben gevoerd, en heeft zich ook beroepen op de eigen mededeling van [naam2] dat hij de gewerkte uren ´op goed geluk´ heeft ingevuld. Bovendien: het bedrag dat met factuur 2084 in rekening gebracht had mogen worden, bedraagt € 4.356 inclusief btw (120 uur ad € 3.600 exclusief btw). Dat betekent volgens [geïntimeerde] dat in die factuur (ten belope van € 9.075) alleen al € 4.719 inclusief btw teveel in rekening is gebracht (9.075 – 4.356). [geïntimeerde] baseert deze redenering op een als productie 4 in eerste aanleg overgelegd overzicht. Het hof volgt [geïntimeerde] daarin niet en licht dat hieronder toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 5 juli 2023 onbetwist vooropgesteld dat Superfluid voor de opgave van de te factureren uren afhankelijk was van de opgave van de urenspecificatie door [geïntimeerde] , en dat zij die gegevens niet van [geïntimeerde] heeft ontvangen. [geïntimeerde] is vervolgens in de gelegenheid gesteld om deze gegevens alsnog in het geding te brengen, omdat hij op de mondelinge behandeling heeft verklaard daarover wel te beschikken. Aan de hand van de daarna overgelegde producties heeft de kantonrechter echter niet kunnen vaststellen dat door Superfluid inderdaad teveel is gefactureerd. De producties omvatten in de ogen van de kantonrechter - naar het oordeel van het hof: terecht - feitelijk niet meer dan een kale betwisting van een aantal in rekening gebrachte uren, zonder dat daar andere gegevens tegenover staan - bijvoorbeeld over de aanvangs- en eindtijden van met name genoemde arbeidskrachten op specifieke projecten. Zonder nadere toelichting, die ook in hoger beroep ontbreekt, kan het hof net zomin als de kantonrechter de koppeling maken met de producties 4 en 5 die [geïntimeerde] uiteindelijk heeft overgelegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verrekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>Superfluid verzet zich ertegen dat haar vorderingen tot betaling van incassokosten en handelsrente tot aan de dagvaarding zijn afgewezen, omdat [geïntimeerde] tot dat moment nooit heeft geprobeerd tot overeenstemming te komen. De kantonrechter is op dat punt in de ogen van Superfluid buiten de omvang van het geschil getreden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>Het hof verwerpt dit verweer, omdat niets eraan in de weg staat dat na de dagvaarding voor het eerst een beroep op verrekening wordt gedaan. Dat is namelijk mogelijk zodra beide vorderingen opeisbaar zijn, en zolang deze niet zijn verjaard. De verrekening werkt terug tot het tijdstip waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan (artikel 6:129 BW). De kantonrechter heeft het door [geïntimeerde] gevoerde verweer ook terecht als een beroep op verrekening opgevat (zie de conclusie van antwoord in conventie onder 9). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente en kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <para>Over het restant zijn in beginsel zowel handelsrente als buitengerechtelijke kosten verschuldigd. Het hof ziet geen reden van die hoofdregel af te wijken. De handelsrente is dan verschuldigd vanaf 29 september 2022 (de betalingstermijn van de laatste factuur). De kosten worden berekend over € 2.704,13 (9.801 – 7.096,87) en belopen € 395,41. Samen: € 3.099,54.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.12</nr>
      <para>Het hoger beroep van Superfluid slaagt slechts voor zover dat ziet op een verschrijving van de kantonrechter, de handelsrente en buitengerechtelijke kosten. Toewijsbaar aan hoofdsom is € 3.099,54. Het hoger beroep van [geïntimeerde] slaagt niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.13</nr>
      <para>Omdat beide partijen over en weer in het ongelijk zullen worden gesteld, zal het hof bepalen dat zij ieder de eigen kosten van de beide beroepsprocedures moet dragen (compensatie van proceskosten in principaal en incidenteel appel).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere van 28 augustus 2024 onder 3.1.en beslist </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3. 1. veroordeelt [geïntimeerde] om aan Superfluid tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.099,54, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 2.704,13 vanaf 29 september 2022 tot de dag der voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>bekrachtigt dit vonnis voor het overige;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het principaal en incidenteel hoger beroep draagt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, H. de Hek en M.M.A. Wind, en is door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>20 januari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_aba496dd-feb6-4ae2-8495-735661b5e42b" label="1">
    <para> Gelet op de hoogte van de ingestelde vordering van € 9.<emphasis role="underline">80</emphasis>1 beschouwt het hof het toegewezen bedrag van 9.<emphasis role="underline">08</emphasis>1 als een verschrijving. Daarmee zal in dit arrest rekening worden gehouden.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>