<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:292</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-11T12:33:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.358.821/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:292">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:292</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-11T12:31:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:292 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 06-01-2026 / 200.358.821/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:292:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over verbouwing van een woning. In eerste aanleg heeft de rechter in kort geding de aannemer in het ongelijk gesteld en een aantal veroordelingen uitgesproken. Na het instellen van hoger beroep heeft de opdrachtgever de aannemingsovereenkomst ontbonden. Hierdoor heeft de opdrachtgever geen belang meer bij de veroordelingen. Op verzoek van de aannemer heeft het hof daarom de verdere tenuitvoerlegging van het kort geding vonnis geschorst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:292:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.358.821/01 </para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Overijssel 334964)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 6 januari 2026 in de incidenten tot schorsing van de tenuitvoerlegging en tot opheffing van dwangsommen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het kort geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Durateq B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd in Emmen</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Durateq</emphasis></para>
      <para>advocaat: mr. A. Neophitou te Oss</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats] (gemeente [gemeenteplaats] )</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde]</emphasis></para>
      <para>advocaat: mr. L.M. Goeree te Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Durateq heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, (hierna: de voorzieningenrechter) op 28 juli 2025 tussen partijen heeft uitgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit: </para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep, waarin de grieven zijn opgenomen en twee incidentele vorderingen</para>
      <para>- de memorie van antwoord in het incident</para>
      <para>- de rolbeschikking van 25 september 2025 waarbij een door Durateq ingediende akte is geweigerd</para>
      <para>- een akte uitlating en overlegging producties van Durateq van 13 oktober 2025</para>
      <para>- de beslissing van de rolraadsheer van 13 oktober 2025 waarbij het verzoek van Durateq om een mondelinge behandeling in het incident is afgewezen</para>
      <para>- een akte uitlating en overlegging producties van [geïntimeerde] van 21 oktober 2025</para>
      <para>- de rolbeschikking van 5 november 2025 waarbij een door Durateq ingediende akte is geweigerd, behoudens de daarbij in het geding gebrachte ontbindingsbrief van mr. Goeree van 24 oktober 2025</para>
      <para>- een akte uitlaten gevolgen ontbinding van [geïntimeerde] van 14 november 2025</para>
      <para>- de memorie van antwoord in de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling in de incidenten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Voor zover van belang voor de beoordeling in de incidenten, gaat het in deze zaak om het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Partijen hebben op 11 maart 2025 een aannemingsovereenkomst gesloten voor de verbouwing van de woning van [geïntimeerde] aan [adres] in [plaats] . De aanneemsom bedraagt (na verhoging met meerwerk) € 205.203,04.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 14 april 2025 is Durateq met de werkzaamheden begonnen. Durateq heeft in april en mei 2025 acht facturen gezonden voor een totaalbedrag van € 145.847,35 (incl. btw). [geïntimeerde] heeft deze facturen betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Vervolgens is een geschil ontstaan over (het tempo van indienen van) de facturen van Durateq in relatie tot de stand en de kwaliteit van het werk. Twee voorschotnota's van totaal € 10.639,98 (incl. btw) uit juni 2025 heeft [geïntimeerde] onbetaald gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Op 13 juni 2025 heeft Durateq [geïntimeerde] in gebreke gesteld. Daarnaast heeft Durateq zich beroepen op het retentierecht. Ter uitvoering daarvan heeft zij alle sloten van de woning vervangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Na nog wat correspondentie over en weer is [geïntimeerde] een kort geding gestart tegen Durateq en haar middellijk bestuurder [naam] . De rol van deze laatste is voor dit geschil niet relevant en zal hierna daarom verder buiten beschouwing worden gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <parablock>
        <para>In eerste aanleg hebben partijen over en weer vorderingen ingesteld. In het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter op de vorderingen van [geïntimeerde] als volgt beslist:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">6.1. verklaart [geïntimeerde] in zijn vorderingen tegen [naam] niet-ontvankelijk;</emphasis><?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Durateq om binnen drie werkdagen na betekening van dit vonnis aan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [geïntimeerde] een afschrift te verstrekken van de volgende onderbouwing van alle door</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Durateq aan [geïntimeerde] in rekening gebrachte bedragen;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- met betrekking tot alle in rekening gebrachte materialen: inkoopfacturen, betaalbewijzen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">en leveringsbonnen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- met betrekking tot alle in rekening gebrachte werkzaamheden: urenstaten, werkbonnen en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">facturen van onderaannemers;</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Durateq om - indien zij tekortschiet in haar verplichting als bedoeld in 6.2 aan [geïntimeerde] een dwangsom te betalen van € 1.000 voor iedere dag of gedeelte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000 is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bereikt;</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Durateq om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de feitelijke</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">toestand van de uitoefening van het retentierecht te staken en gestaakt te houden, door het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verwijderen van de A4-tjes op de woning en (indien van toepassing) het uitschrijven van het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">retentierecht uit het Kadaster en alle sleutels van de sloten die Durateq van dan wel met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betrekking tot de woning heeft, af te geven aan [geïntimeerde] ;</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Durateq om - indien zij tekortschiet in haar verplichting als bedoeld in 6.4 -aan [geïntimeerde] een dwangsom te betalen van € 1.000 voor iedere dag of gedeelte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000 is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bereikt;</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Durateq tot nakoming van de op haar rustende verplichtingen door</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Durateq te verplichten om:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(i) haar medewerking te verlenen aan het door of namens [geïntimeerde] middels</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">expertiseonderzoek laten opnemen van de stand van het door Durateq uitgevoerde werk en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het laten beoordelen van de kwaliteit van het door Durateq uitgevoerde werk; en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(II) binnen 48 uur na betekening van dit vonnis het werk (de verbouwing van de woning)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aan te vangen met de nodige werkzaamheden onder verstrekking van een deugdelijk plan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van aanpak met uitvoeringsplanning en die werkzaamheden met de totale aanneemsom van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 205.203,04 conform dit plan van aanpak uiterlijk 1 december 2025 op te leveren in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voltooide staat overeenkomstig de gesloten aannemingsovereenkomst, en aan [geïntimeerde]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> iedere laatste werkdag van de week schriftelijk verslag te doen van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkzaamheden die zijn uitgevoerd en de materialen die zijn geleverd;</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Durateq om - indien zij tekortschiet in haar verplichtingen als bedoeld</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in 6.6 - aan [geïntimeerde] een dwangsom te betalen van € 1.000 voor iedere dag of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 100.000 is bereikt;</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Durateq in de proceskosten van € 1.762,75. te betalen binnen veertien</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dagen na aanschrijving daartoe. te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">als Durateq niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">wijst het meer of anders gevorderde af.</emphasis>”</para>
        <para>
          <?linebreak?>De voorzieningenrechter heeft de tegenvorderingen van Durateq afgewezen, omdat deze vorderingen niet zijn ingesteld door een advocaat. Zij heeft Durateq in de proceskosten (€ 553,50) veroordeeld.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>In hoger beroep heeft Durateq op 9 september 2025 ‘van eis’ geconcludeerd in de hoofdzaak. In de incidenten vordert Durateq dat de uitvoerbaarbijvoorraadverklaring wordt geschorst op grond van art. 351 Rv en dat de door de voorzieningenrechter opgelegde dwangsommen bij wege van voorlopige voorziening op grond van art. 223 Rv met toepassing van art. 611d Rv worden opgeheven. Eén en ander met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>
        [geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vorderingen, met veroordeling van Durateq in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>In een brief van 24 oktober 2025 aan mr. Neophitou, heeft mr. Goeree namens [geïntimeerde] de aannemingsovereenkomst tussen partijen ontbonden, onder voorbehoud van rechten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">het incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <para>Het hof beoordeelt deze incidentele vordering tot schorsing aan de hand van de criteria die de Hoge Raad heeft gegeven en die op het volgende neerkomen:<footnote-ref linkend="_ed2e1d86-ddfb-406c-8995-af16bb3ea3c8" /></para>
      <para>a.	Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd, ook als daartegen hoger beroep is ingesteld. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als omstandigheden meebrengen dat het belang van de veroordeelde partij om de bestaande situatie te houden zoals deze is totdat op het hoger beroep is beslist of zijn belang bij zekerheidstelling, zwaarder weegt dan het belang van de andere partij om de uitspraak uit te kunnen (laten) voeren zonder de voorwaarde van zekerheidstelling. </para>
      <para>b.	Het hof gaat bij toepassing van de onder a. genoemde maatstaf uit van de overwegingen en beslissingen in de uit te voeren uitspraak en kijkt voor zijn beslissing niet naar de kans van slagen van het hoger beroep. Als blijkt dat de beslissing van de rechtbank op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan wel gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden.</para>
      <para>c.	Als de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad door de rechtbank is gemotiveerd, moet de eiser of verzoeker in zijn vordering of verzoek feiten en omstandigheden noemen waarmee bij het nemen van de beslissing nog geen rekening kon worden gehouden omdat die feiten of omstandigheden zich pas na de uitspraak hebben voorgedaan. Die feiten en omstandigheden moeten kunnen rechtvaardigen dat van de eerdere beslissing van de rechtbank wordt afgeweken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12</nr>
      <para>De brief van 24 oktober 2025, waarbij [geïntimeerde] de aannemingsovereenkomst met Durateq heeft ontbonden, is een nieuw feit waarmee de voorzieningenrechter geen rekening heeft kunnen houden. Het hof ziet hierin aanleiding een uitzondering aan te nemen op het beginsel dat in dit incident niet vooruit wordt gelopen op de kans van slagen van het hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13</nr>
      <para>Zoals hij ook zelf aangeeft in zijn akte uitlaten gevolgen ontbinding, heeft [geïntimeerde] door de ontbinding geen belang meer bij toewijzing van zijn vordering tot nakoming van de aannemingsovereenkomst door Durateq. Ook geeft [geïntimeerde] in deze akte zelf al aan dat het retentierecht inmiddels is opgeheven. Bij handhaving van de veroordelingen onder 6.4 en 6.6 van het bestreden vonnis heeft [geïntimeerde] op dit moment dus geen belang meer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14</nr>
      <para>Naar het oordeel van het hof wegen de belangen van Durateq bij schorsing van de tenuitvoerlegging van de hiervoor behandelde veroordelingen op dit moment zwaarder dan de belangen van [geïntimeerde] bij handhaving daarvan. Hetzelfde geldt voor de op schending van die veroordelingen gestelde dwangsommen. Dat betekent dat de verdere tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis zal worden geschorst.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">het incident tot opheffing van de dwangsommen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15</nr>
      <para>Het gaat hier om een provisionele vordering ex art. 223 Rv. Artikel 223 Rv biedt beide partijen de mogelijkheid om in een aanhangige procedure (de hoofdzaak) te vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van de hoofdzaak. Daarvoor is, anders dan [geïntimeerde] poneert, niet vereist dat de partijen in de hoofdzaak een vordering hebben ingesteld. Ook de gedaagde in de hoofdzaak kan een provisionele vordering instellen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16</nr>
      <para>Op grond van artikel 611d Rv kan de rechter die een dwangsom heeft opgelegd op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen of de looptijd ervan opschorten in geval van blijvende of tijdelijke (gedeeltelijke) onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. In dit geval heeft het hof geen dwangsom opgelegd. De dwangsommen zijn opgelegd door de voorzieningenrechter, zodat Durateq met haar vordering tot opheffing of opschorting van de dwangsommen aan het verkeerde adres is. Het hof zal haar om die reden niet-ontvankelijk verklaring in haar vordering. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">slotsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17</nr>
      <para>Op grond van bovenstaande overwegingen komt het hof tot de slotsom dat de verdere tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis zal worden geschorst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18</nr>
      <para>De beslissing over de kosten van de incidenten zal worden aangehouden tot de einduitspraak. In de hoofdzaak zal op na te melden wijze een mondelinge behandeling worden bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident tot schorsing tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>schorst de verdere tenuitvoerlegging van het vonnis van de voorzieningenrechter van 28 juli 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>wijst af wat meer of anders is gevorderd;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>bepaalt dat over de kosten zal worden beslist bij einduitspraak in de hoofdzaak;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de provisionele vordering tot opheffing van de dwangsom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>verklaart Durateq niet-ontvankelijk in haar vordering;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>bepaalt dat over de kosten zal worden beslist bij einduitspraak in de hoofdzaak;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>bepaalt een mondelinge behandeling, waarbij partijen (in persoon of vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is en die tot het geven van inlichtingen in staat is en bevoegd is om een schikking aan te gaan) samen met hun advocaten zullen verschijnen voor een nog aan te wijzen combinatie van het hof, voor het hierboven omschreven doel en om hun stellingen toe te lichten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>bepaalt dat de mondelinge behandeling fysiek zal worden gehouden op <emphasis role="bold">31 maart 2026 om 10.00 uur</emphasis> in het Paleis van Justitie aan het Wilhelminaplein 1 te Leeuwarden;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>bepaalt dat Durateq <emphasis role="bold">uiterlijk op 27 januari 2026</emphasis> het volledige procesdossier in enkelvoud aan het hof dient te sturen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9</nr>
      <para>bepaalt dat de advocaten bij de mondelinge behandeling ieder gedurende maximaal tien minuten het standpunt van partijen mogen toelichten;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10</nr>
      <para>bepaalt dat als een partij bij de mondelinge behandeling nog processtukken of andere stukken wil inbrengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof en de wederpartij uiterlijk 10 kalenderdagen voor de mondelinge behandeling een kopie van deze stukken hebben ontvangen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.11</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Kuiper, M.W. Zandbergen en H. de Hek, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 6 januari 2026.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_ed2e1d86-ddfb-406c-8995-af16bb3ea3c8" label="1">
    <para> HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>