<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T16:14:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.363.018</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2025:6731" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2025:6731</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:29">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:29</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T16:13:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:29 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 06-01-2026 / 200.363.018</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:29:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet tegen het bij verstek uitgesproken arrest tot faillietverklaring. Gelet op de herkansingsfunctie van het verzet en het bericht van de aanvragers van het faillissement dat zij instemmen met vernietiging van het faillissement, zal het hof het bij verstek uitgesproken faillissement vernietigen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:29:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof: 200.363.018</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: C/16/601610</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 6 januari 2026 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>, handelend onder de naam [naam1] </para>
      <para>hierna: [appellant]</para>
      <para>die woont in [woonplaats] </para>
      <para>advocaat: mr. A. el Ouath</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Stichting Pensioenfonds Vervoer </title>
    <parablock>
      <para>en</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Beroepsgoederenvervoer over de Weg en de Verhuur van Mobiele Kranen </emphasis>
      </para>
      <para>die zijn gevestigd in Amsterdam </para>
      <para>hierna gezamenlijk: de Pensioenfondsen en ieder afzonderlijk: SPV en SOOB</para>
      <para>advocaat: mr. S.K. Tuithof</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (hierna: de rechtbank), heeft in de beschikking van 25 november 2025 het verzoek van de Pensioenfondsen tot faillietverklaring van [appellant] afgewezen. De Pensioenfondsen hebben hoger beroep ingesteld tegen die beschikking. In het arrest van het hof van 23 december 2025 is [appellant] in staat van faillissement verklaard, waarbij [appellant] niet was verschenen (verstek). Hierbij is tot curator aangesteld [naam2] . Het hof verwijst naar dat arrest.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>In het verzetschrift, ingekomen op de griffie van het hof op 24 december 2025, is [appellant] tegen het arrest van 23 december 2025 in verzet gekomen. Hij heeft het hof verzocht dat arrest te vernietigen en alle benodigde handelingen te verrichten die samenhangen met de vernietiging van het faillissement van [appellant] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>In het verzetschrift, en later nogmaals in het bericht van 30 december 2025, heeft [appellant] verzocht het verzet op basis van de stukken (zonder mondelinge behandeling) af te doen. Op diezelfde datum hebben de Pensioenfondsen en de curator het hof per e-mail laten weten akkoord te zijn met de afdoening van de zaak op basis van de stukken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De curator heeft bij e-mail van 31 december 2025 een opgave van de faillissementskosten aan het hof toegezonden.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzet</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het bestreden arrest heeft het hof overwogen dat summierlijk is gebleken dat sprake is van opeisbare vorderingen van zowel SPV als SOOB en dat [appellant] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft een bericht overgelegd waarin de advocaat van de Pensioenfondsen aan de advocaat van [appellant] laat weten dat de Pensioenfondsen kunnen instemmen met vernietiging van het faillissement als zekerheid wordt gesteld voor het door hen te vorderen bedrag. De Pensioenfondsen hebben in de e-mail van 30 december 2025 aan het hof laten weten dat zij instemmen met vernietiging van het faillissement. De curator heeft in zijn e-mail van 30 december 2025 aan het hof geschreven dat de advocaat van [appellant] heeft bevestigd dat ook voor de kosten van de curator voldoende zekerheid is gesteld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het rechtsmiddel van verzet heeft de strekking dat het geding waarin verstek was verleend, op tegenspraak in dezelfde instantie wordt voortgezet. Het biedt de gedaagde die niet was verschenen en daardoor zijn belangen bij de rechter niet kon verdedigen, daartoe alsnog de gelegenheid, hetgeen strookt met het beginsel van hoor en wederhoor.<footnote-ref linkend="_5fae1ea7-42d6-4e69-8def-409303209ed1" /> Met die strekking van het rechtsmiddel van verzet en met de ingrijpende gevolgen die een faillietverklaring heeft, verdraagt zich niet dat de schuldenaar die zich tegen de bij verstek uitgesproken faillietverklaring wenst te verzetten, bijvoorbeeld met de stelling dat de vordering van de aanvrager niet of niet langer bestaat – welke stelling, indien juist, die aanvrager de bevoegdheid ontneemt het faillissement uit te lokken – bij dat verweer geen baat meer kan hebben.<footnote-ref linkend="_a459af31-e094-4889-a04a-1a8f59dca6c3" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het hof begrijpt uit het bericht van de Pensioenfondsen dat zij, gelet op de zekerheidsstelling voor hun vorderingen, instemmen met vernietiging van het faillissement. Gelet op de herkansingsfunctie van het verzet en dit bericht van de aanvragers, zal het hof het bij verstek uitgesproken faillissement vernietigen. De vordering van [appellant] om alle benodigde handelingen te verrichten die samenhangen met de vernietiging van het faillissement wijst het hof, als onvoldoende concreet, af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden arrest zal worden vernietigd, met veroordeling van [appellant] om de faillissementskosten en het salaris van de curator zoals in het dictum wordt opgenomen, te voldoen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>vernietigt het verstekarrest van het hof van 23 december 2025 en beslist als volgt:   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>wijst het verzoek tot faillietverklaring ten aanzien van [appellant] af;     </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt [appellant] in de faillissementskosten, vastgesteld op €4.331,63 inclusief btw voor salaris van de curator. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, G.J. Meijer en N.M. Brouwer, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_5fae1ea7-42d6-4e69-8def-409303209ed1" label="1">
    <para> vgl. HR 23 juni 1993, ECLI:NL:HR:1993:AD1902, NJ 1993/559</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a459af31-e094-4889-a04a-1a8f59dca6c3" label="2">
    <para> HR 5 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1473, ro. 3.3.4</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>