<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:2116</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-24T15:21:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.359.896/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PFR-Updates.nl 2026-0088</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/267</rdf:li>
          <rdf:li>JPF 2026/87</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2116">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:2116</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-16T14:26:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:2116 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-04-2026 / 200.359.896/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:2116:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Familierecht. Omgangsregeling tussen minderjarige en vrouwelijke ex-partner van moeder in strijd met zwaarwegende belangen van het kind (artikel 1:377a lid 3 sub d BW), vanwege verstoorde verstandhouding, al twee jaar geen contact en geen biologische en/of juridische verwantschap</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:2116:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.359.896/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 190798)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 9 april 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] </emphasis>( [verzoekster] ),</para>
      <para>die woont in [woonplaats1] ,</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. Y. Schippers te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster] </emphasis>(de moeder),</para>
      <para>die woont in [woonplaats2] ,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. F.P. van Dalen te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn adviserende en/of toetsende taak is gekend:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming</emphasis> (de raad),</para>
      <para>regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 22 december 2023, 15 maart 2024, </para>
      <para>9 augustus 2024 en 30 juni 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. De beschikking van 30 juni 2025 is de bestreden beschikking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 24 september 2025;</para>
      <para>- een journaalbericht namens [verzoekster] van 15 oktober 2025 met bijlage(n);</para>
      <para>- het verweerschrift met bijlage(n);</para>
      <para>- een journaalbericht namens [verzoekster] van 5 januari 2026 met bijlage(n);</para>
      <para>- een journaalbericht namens [verzoekster] van 26 januari 2026 met bijlage(n);</para>
      <para>- een journaalbericht namens [verzoekster] van 27 februari 2026 met bijlage(n).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 10 maart 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn partijen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de raad was een vertegenwoordiger aanwezig. Mr. Schippers heeft een pleitnota overgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De moeder en de heer [naam] (hierna: [naam] ) zijn de biologische ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2023. De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag uit over [de minderjarige] . [de minderjarige] woont bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [de minderjarige] is [in] 2023 erkend door [verzoekster] , met wie de moeder op dat moment een affectieve relatie had en samenwoonde. [verzoekster] is een groot deel van [de minderjarige] ’s eerste levensjaar bij zijn verzorging betrokken geweest. De relatie tussen de moeder en [verzoekster] is in het voorjaar van 2024 beëindigd, waarna [verzoekster] [de minderjarige] niet meer fysiek heeft gezien. Er is hierna nog wel gedurende een aantal maanden contact geweest via videobellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [naam] heeft de rechtbank bij verzoekschrift, ingekomen op 14 augustus 2023 en aangevuld op 20 september 2023, verzocht de erkenning van [de minderjarige] door [verzoekster] te vernietigen, aan hem vervangende toestemming te verlenen voor erkenning van [de minderjarige] en een omgangsregeling vast te stellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Bij beschikking van 22 december 2023 heeft de rechtbank een bijzondere curator benoemd over [de minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Bij beschikking van 15 maart 2024 heeft de rechtbank de bijzondere curator verzocht aanvullend onderzoek te verrichten naar de vernietiging van de erkenning van [de minderjarige] door [verzoekster] en het verlenen van vervangende toestemming voor erkenning van [de minderjarige] door [naam] , en iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Bij beschikking van 9 augustus 2024 heeft de rechtbank de raad verzocht aanvullend onderzoek te doen naar de vraag of vernietiging van de erkenning van [de minderjarige] door [verzoekster] en erkenning door [naam] in het belang van [de minderjarige] is, en iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil (de invulling van) het recht op omgang van [verzoekster] met [de minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank - voor zover hier van belang - de door [verzoekster] gedane erkenning van [de minderjarige] vernietigd, [naam] vervangende toestemming gegeven om [de minderjarige] te erkennen en het verzoek van [verzoekster] tot het vastleggen van een omgangsregeling tussen haar en [de minderjarige] afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        [verzoekster] is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt het hof de bestreden beschikking gedeeltelijk te vernietigen, en opnieuw rechtdoende een omgangsregeling tussen haar en [de minderjarige] vast te stellen van een dagdeel per maand, dan wel een regeling die het hof juist acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De moeder voert verweer en verzoekt het hof de verzoeken van [verzoekster] af te wijzen en haar het recht op omgang met [de minderjarige] te ontzeggen, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>Een kind heeft recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De rechter kijkt naar alle omstandigheden en neemt een beslissing die hij of zij in het belang van het kind wenselijk vindt. </para>
        <para>De rechter ontzegt het recht op omgang slechts, indien:<?linebreak?>a. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van </para>
        <para>    het kind, of<?linebreak?>b. de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of<?linebreak?>c. het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang </para>
        <para>    met zijn ouder heeft doen blijken, of<?linebreak?>d. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.<footnote-ref linkend="_426a3584-039a-4d6d-80e9-8f46ab3ecaac" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat tussen [de minderjarige] en [verzoekster] sprake is (geweest) van een nauwe persoonlijke betrekking als bedoeld in artikel 1:377a BW en een band die kan worden aangemerkt als 'family life' in de zin van artikel 8 EVRM. [verzoekster] is dus ontvankelijk in haar verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het dossier en uit wat op de mondelinge behandeling is besproken, is gebleken dat sprake is van een ernstig verstoorde verstandhouding tussen de moeder en [verzoekster] . Duidelijk is dat bij de moeder geen enkel draagvlak is voor contact tussen [de minderjarige] en [verzoekster] en dat er geen zicht is op verbetering van die situatie. Dit heeft voor een groot deel te maken met de (dagelijkse) livestreams van [verzoekster] , waarin zij haar privéleven, waaronder de relatiebreuk met de moeder, (het ontbreken van contact met) [de minderjarige] en de lopende rechtszaken, bespreekt met een online publiek. Ook plaatst [verzoekster] filmpjes en foto’s van [de minderjarige] op sociale media, die zij bijvoorbeeld via profielfoto’s op Whatsapp heeft achterhaald. De moeder stelt dat zij zich thuis en op straat niet veilig voelt, omdat zij wordt herkend door volgers van [verzoekster] , die zich een negatief beeld van haar hebben gevormd. Zo wordt zij bedreigd, worden er foto’s van haar en [de minderjarige] gemaakt, is zij buiten al eens aangevallen en zijn er indicaties dat derden misbruik maken van haar persoonlijke gegevens die uit de online content voortkomen. De moeder heeft hierdoor last van ernstige angstklachten en stress, waarvoor zij psychologische hulp krijgt. De moeder stelt dat zij inmiddels meerdere aangiftes tegen [verzoekster] heeft gedaan. </para>
        <para>Het vastleggen van een omgangsregeling die niet wordt ondersteund door de moeder en de spanning en onrust die daarmee gepaard zullen gaan, zullen onvermijdelijk een negatieve weerslag hebben op [de minderjarige] en dat moet voorkomen worden. Daar komt bij dat [de minderjarige] , die in juli pas drie jaar oud wordt, al twee jaar geen (fysiek) contact meer heeft met [verzoekster] en haar daarom niet meer zal herkennen. Bovendien is er geen biologische band en binnenkort ook geen juridische band (meer) tussen [verzoekster] en [de minderjarige] , zodat het vastleggen van een omgangsregeling evenmin in het kader van een gezonde identiteitsontwikkeling noodzakelijk is. [de minderjarige] stamt af van de moeder en [naam] , aan wie inmiddels vervangende toestemming is verleend om door middel van erkenning van [de minderjarige] deze afstammingsband ook juridisch vast te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het hof concludeert dat omgang tussen [verzoekster] en [de minderjarige] onder de genoemde omstandigheden in strijd is met de zwaarwegende belangen van [de minderjarige] . Hoewel het hof een ander toetsingskader toepast dan de rechtbank, komt het hof tot dezelfde conclusie als de rechtbank, namelijk dat geen omgangsregeling tussen [verzoekster] en [de minderjarige] dient te worden vastgesteld en het verzoek van [verzoekster] moet worden afgewezen. Het hof zal de bestreden beschikking daarom in zoverre bekrachtigen. Het hof volgt hiermee het advies van de raad, zoals ter zitting van het hof gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van </para>
      <para>30 juni 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. C. Coster, mr. J.G. Knot en mr. M. Kemmers, bijgestaan door mr. E. Klijn als griffier, en is op 9 april 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_426a3584-039a-4d6d-80e9-8f46ab3ecaac" label="1">
    <para> Artikel 1:377a lid 1 en 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>