<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-21T10:04:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.347.512</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RFR 2026/29</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:171">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-21T10:52:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:171 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 13-01-2026 / 200.347.512</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:171:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vaststelling van de kosten van de huishouding. Na verwijzing gaat het om de inkomsten van de vrouw in de berekening daarvan. De man heeft voldoende onderbouwd welke zwarte inkomsten de vrouw in de relevante jaren heeft ontvangen. De vrouw heeft de onderbouwing betwist door te stellen dat een gedeelte van de overlegde stukken niet van haar afkomstig zijn en ook bewijs voor die stelling aangeboden. Dat bewijsaanbod was voor het hof aanleiding om een onderzoek door een handschrift deskundige te gelasten. De vrouw berust vervolgens in het oordeel van het hof zonder dat een deskundigenbericht gevraagd wordt. </para>
        <para>Het hof stelt vast dat de vrouw er niet in is geslaagd om de gemotiveerde stellingen van de man, die hij al tijdens de procedure bij de rechtbank heeft ingenomen, te ontkrachten. De rechtbank heeft op de juiste gronden het inkomen van de vrouw vastgesteld en daarmee ook de verhoudingen waarin moest worden bijgedragen in de kosten van de huishouding. Bekrachtiging van de beslissing van de rechtbank volgt.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:171:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, familie</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.347.512</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Oost-Brabant, 336344)</para>
      <para>(zaaknummer gerechtshof Den Bosch, 200.278.341)</para>
      <para>(zaaknummer Hoge Raad 22/00474)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 13 januari 2026 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het geding zoals verwezen naar dit hof bij arrest van de Hoge Raad van 17 november 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante] (de vrouw)</emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats1]</para>
      <para>advocaat: mr. M.C.A. Geerts</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] (de man)</emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats2] ( [land] ) </para>
      <para>advocaat: mr. P.P. Hoyng</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verdere verloop van het geding tot aan het arrest van dit hof van 21 oktober 2025</para>
      <para>blijkt uit de brief van mr. Geerts van 30 oktober 2025 en de brief van mr. Hoyng van 3 november 2025. Hierna heeft het hof arrest bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het hof blijft bij wat het heeft overwogen en beslist in zijn tussenarrest ten aanzien van de grief die de vrouw bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch richtte tegen de vaststelling van de kosten van de huishouding over 2016 en 2017. Na verwijzing gaat het daarbij slechts om de inkomsten van de vrouw in de berekening daarvan. De kosten van de huishouding over 2016 en 2017 (€ 43.151 en € 50.867) staan vast en het inkomen van de man in deze jaren (€ 52.169 netto en € 53.848 netto) ook. Het hof heeft geoordeeld dat de man, door overlegging van gegevens uit de administratie van de vrouw, vooralsnog voldoende heeft onderbouwd welke zwarte inkomsten de vrouw in de relevante jaren heeft ontvangen. De vrouw heeft de onderbouwing betwist door te stellen dat een gedeelte van de overlegde stukken niet van haar afkomstig zijn en ook bewijs voor die stelling aangeboden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Dat bewijsaanbod was voor het hof aanleiding om een onderzoek door een handschrift deskundige te gelasten en partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over de te benoemen deskundige en over de vragen die moeten worden gesteld. Bij brief van 30 oktober 2025 heeft de vrouw het hof laten weten te berusten in het oordeel van het hof zonder dat een deskundigenbericht gevraagd wordt. De man heeft daarop laten weten dat hij zich refereert aan het oordeel van het hof op dit punt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof stelt vast dat de vrouw er niet in is geslaagd om de gemotiveerde stellingen van de man, die hij al tijdens de procedure bij de rechtbank heeft ingenomen, te ontkrachten. En dat betekent dat de rechtbank in zijn vonnis van 25 maart 2025 op de juiste gronden het inkomen van de vrouw heeft vastgesteld en daarmee ook de verhoudingen waarin moest worden bijgedragen in de kosten van de huishouding. Het hof zal de beslissing van de rechtbank op dit punt bekrachtigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Gelet op wat hiervoor en in de tussenbeschikking is overwogen zal het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigen. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat:</para>
      <para>- de [naam1] -verzekering aan partijen ieder voor de helft toekomt (dictum onder 5.1), </para>
      <para>- de man geen vordering heeft op de vrouw van € 107.000 in verband met de aflossing van het overbruggingskrediet (r.o 4.11 van het vonnis), en</para>
      <para>- de vrouw € 34.932,67 aan de man moet voldoen vanwege de door de man teveel betaalde kosten van de huishouding (r.o. 5.8 1e deelteken).</para>
      <para>Dat zijn de punten waarop na cassatie en verwijzing nog beslist moest worden en die allen niet tot een ander oordeel leiden dan dat van de rechtbank.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld en omdat het hier gaat om een geschil dat betrekking heeft op de vermogensrechtelijke afwikkeling van voormalige partners, ziet het hof aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>Het hof, na cassatie en verwijzing:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in het principaal en het incidenteel hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 25 maart 2020, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt, en</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. J.U.M. van der Werff, M.L. van der Bel en L. Hamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>