<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2026:1082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T14:11:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.362.336/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1082">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:1082</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T14:11:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2026:1082 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-02-2026 / 200.362.336/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2026:1082:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De machtigingen tot uithuisplaatsing van de twee jongste kinderen zijn terecht verlengd, ook al laten zij in mindere mate gedragsproblemen zien dan hun oudere zussen. Aannemelijk is dat ook zij ernstig tekort zijn gekomen in hun opvoedomgeving bij de moeder (artikel 1:265b lid 1 en 2 BW).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2026:1082:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.362.336/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 246375)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 24 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] </emphasis>(de moeder),</para>
      <para>die woont in [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. J.D. Nijenhuis te Leeuwarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming &amp; Reclassering </emphasis>(de GI),</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>locatie Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbenden zijn aangemerkt:</para>
      <para>1<emphasis role="bold">. de pleegouders van [de minderjarige1]</emphasis>,</para>
      <para>wonende op een geheim te houden adres,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 de pleegouders van [de minderjarige2] ,</bridgehead>
    <para>wonende op een geheim te houden adres.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming</emphasis> (de raad),</para>
      <para>regio Noord Nederland, locatie Groningen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Samenvatting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] verlengd tot 17 september 2026. Het hof beslist dat de beslissing van de kinderrechter zo moet blijven en legt hierna uit waarom.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder heeft zes minderjarige kinderen. De oudste twee wonen op [plaats1] .  De andere vier kinderen ( [kind1] , [kind2] , [de minderjarige1] en [de minderjarige2] ) wonen in Nederland. </para>
        <para>Alle vier de kinderen zijn uit huis geplaatst. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De moeder oefent alleen het gezag uit over:</para>
      <para>- [de minderjarige1] , geboren [in] 2018; en</para>
      <para>- [de minderjarige2] , geboren [in] 2021. </para>
      <para>De vaders zijn niet of nauwelijks in beeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          [de minderjarige1] en [de minderjarige2] staan sinds 17 september 2024 onder toezicht van de GI.  </para>
        <para>Bij beschikking van 18 februari 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] gedurende dag en nacht in een pleeggezin verleend. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De procedure bij de kinderrechter </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De GI heeft de kinderrechter verzocht -voor zover hier van belang- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] voor nog een periode van een jaar onder toezicht te stellen en uit huis te mogen plaatsen, tot 17 september 2026.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De kinderrechter heeft het verzoek van de GI toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 4 september 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De procedure bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter wat betreft de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] . Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt voor zover deze ziet op de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , dan wel deze maatregel verlengt voor een kortere periode.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De GI wil dat de beslissing van de kinderrechter in stand blijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift met bijlage(n); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met bijlage(n); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de raad van 8 januari 2026, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een journaalbericht namens de moeder van 17 januari 2026 met bijlage(n); </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een journaalbericht namens de moeder van 19 januari 2026 met bijlage(n). </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De zitting bij het hof was op 27 januari 2026. Aanwezig waren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder met haar advocaat; en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>twee vertegenwoordigers van de GI. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De wet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De kinderrechter kan een machtiging geven de kinderen uit huis te plaatsen als dat noodzakelijk is voor hun verzorging en opvoeding of voor onderzoek van de kinderen<footnote-ref linkend="_4e698d82-18d2-4a1d-a404-416fe496791e" />. De rechter kan die machtiging ook verlengen als de GI of de raad dat verzoekt<footnote-ref linkend="_e08da49d-84df-4dfc-a11d-877d4c06e44c" />. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De (verlenging van de) uithuisplaatsing </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat de kinderrechter op de juiste gronden de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] heeft verlengd. Het hof neemt de overwegingen van de kinderrechter over en maakt deze, na eigen onderzoek, tot de zijne. Het hof voegt daar het volgende aan toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Uit het dossier en wat ter zitting is besproken, blijken ernstige zorgen over de opvoedingsomgeving van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] bij de moeder. Deze zorgen zien op de basale verzorging van de kinderen (vuile, niet passende kleding), de hygiëne in huis (rommel, vies, stank), verwaarlozing en financiële problematiek. Door persoonlijke problematiek, stress en overbelasting was de moeder onvoldoende emotioneel en fysiek beschikbaar voor de kinderen en reageerde zij vaak onvoorspelbaar. De kinderen waren erg op zichzelf aangewezen en zorgden voor elkaar. Er zijn de afgelopen jaren in dit verband meerdere zorgmeldingen gedaan bij Veilig Thuis. In het gezin zijn gedurende een lange periode verschillende vormen van hulp ingezet op zowel praktisch gebied als intensieve opvoedondersteuning (door: [naam1] , [naam2] , [naam3] , [naam4] , [naam5] , [naam6] en [naam7] ), maar dit heeft niet kunnen voorkomen dat de vier kinderen uit huis zijn geplaatst. De kinderen werden ouder en de zorgen namen toe. De moeder laat veel weerstand zien, is snel gefrustreerd en is regelmatig in conflict met haar omgeving (hulpverlening, buren, school). Begin januari 2025 zijn er meerdere incidenten geweest, waarbij de moeder onder invloed en overstuur was en de kinderen heeft geslagen. De kinderen werden bij de buren ondergebracht. De politie heeft melding gemaakt van de onveilige situatie en aangegeven dat de kinderen niet bij de moeder konden blijven. In januari 2025 is [naam8] ( [naam8] ) gestart met ouderschapsdiagnostiek. Dit kwam echter niet van de grond; afspraken werden door de moeder niet nagekomen, er was geen contact met de kinderen mogelijk en er was geen motivatie vanuit de moeder om de zorgen te bespreken en een hulpvraag te formuleren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <parablock>
        <para>Dit alles heeft zijn weerslag op de kinderen. Met name de oudste twee zussen, [kind1] en [kind2] , laten heftige gedragsproblematiek zien. De fysieke omgang tussen de moeder en de kinderen verliep ook niet probleemloos. Er waren veel escalaties tussen de oudste zussen, maar ook [de minderjarige1] en [de minderjarige2] reageerden sterk op de omgang met ongereguleerd gedrag, boze buien, spanning en bedplassen. De moeder kwam vaak te laat, hield zich niet aan veiligheidsafspraken, was weinig leerbaar, belastte de kinderen met volwassenzaken en kwam niet naar het evaluatiegesprek in september 2025. De omgang is daarom aangepast en vindt nu één keer per maand plaats via beeldbellen met alleen [de minderjarige1] en [de minderjarige2] (zonder de oudste zussen). Dit verloopt op zich positief en zal binnenkort worden geëvalueerd. Aan de hand van de evaluatie zal worden besproken hoe de omgang weer kan worden opgebouwd. Met [de minderjarige1] en [de minderjarige2] gaat het goed in het pleeggezin. Zij lieten eerder stil en aangepast gedrag zien, maar tonen steeds meer emotie.</para>
        <para>De GI heeft in eerste instantie (halverwege 2025) ingezet op een gezinsopname van de moeder met [kind2] bij [naam9] , omdat een opname met vier kinderen niet haalbaar is. Hier is echter van afgezien vanwege de ernstige problematiek bij [kind2] . De GI begrijpt dat de moeder zo snel mogelijk een gezinsopname wil met [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , maar wil eerst onderzoeken of een dergelijke opname kans van slagen heeft omdat dit voor de kinderen ook ingrijpend zal zijn. Hiervoor is in elk geval nodig dat de omgang structureel, stabiel en veilig kan plaatsvinden, de moeder samenwerkt met de hulpverlening en zich leerbaar opstelt. De GI heeft het regionaal expertteam verzocht onderzoek te doen naar het gezinssysteem, welke opgroeisituatie passend is voor [de minderjarige1] en [de minderjarige2] en of een gezinsopname (bij voorkeur in [plaats2] ) tot de mogelijkheden behoort. </para>
        <para>Dit onderzoek is in november 2025 gestart en begin februari 2026 wordt de verklarende analyse verwacht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>De moeder stelt dat de ontregeling en onrust in het gezin vooral te maken had met [kind1] en [kind2] , en ziet (inmiddels) in dat zij nu niet terug naar huis kunnen. [de minderjarige1] en [de minderjarige2] laten volgens de moeder echter niet, althans in mindere mate, zorgelijk gedrag zien en zij kan hen, zonder de oudste twee zussen, meer aandacht geven en rust bieden. Het gaat ook beter met de moeder, ze heeft baat bij de begeleiding vanuit [naam3] , is gestart met een studie Nederlandse taal (waarna ze de opleiding tot verpleegassistent wil doen) en met therapie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Het hof vindt het positief dat de moeder stappen zet om haar leven meer op orde te krijgen, maar daarmee zijn de zorgen over de kinderen nog niet weggenomen. De samenwerking tussen de moeder en de hulpverlening, waaronder de GI, verloopt niet constructief. De taal- en cultuurbarrière is daarbij niet helpend, maar dat is niet de enige belemmering. Vanuit haar wantrouwen, verschil in visie en afhoudende houding is de moeder moeilijk aan te sturen en onvoldoende in staat te reflecteren op eigen gedrag. Er is (daardoor) nog steeds onvoldoende zicht op de problematiek en (pedagogische) mogelijkheden van de moeder met betrekking tot de zorg en opvoeding van de kinderen, terwijl de veiligheid en het welzijn van de kinderen al lange tijd een grote zorg zijn. Dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , die jonger zijn en een andere voorgeschiedenis kennen dan hun twee oudere zussen, op dit moment in mindere mate gedragsproblemen laten zien, is op zich juist maar maakt het voorgaande niet anders. Aannemelijk is dat ook [de minderjarige1] en [de minderjarige2] jarenlang ernstig tekort zijn gekomen in de opvoedsituatie bij de moeder. Nu de resultaten van het expertteam ten tijde van de mondelinge behandeling nog niet binnen waren en de noodzakelijk geachte ouderschapsbeoordeling nog niet heeft plaatsgevonden, is het hof van oordeel dat reeds hierom van een terugplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] bij de moeder op dit moment geen sprake kan zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Het hof concludeert dat de machtigingen tot uithuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] terecht zijn verlengd, en zal de bestreden beschikking in zoverre dan ook bekrachtigen. Het hof ziet gelet op de aard en de ernst van de zorgen en de stappen die nog gezet moeten worden ook geen reden om de machtigingen voor een kortere termijn te verlengen, zoals de moeder heeft verzocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>Het hof merkt tot slot het volgende op. De situatie is inmiddels gewijzigd in die zin dat op dit moment alleen nog wordt gekeken naar de mogelijkheden van een thuisplaatsing van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] (en niet van [kind1] en [kind2] ). Het hof gaat ervan uit dat de GI, gelet op die nieuwe situatie, de aanvaardbare termijn waarbinnen het perspectief van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] duidelijk moet zijn en de tijd die inmiddels is verstreken, op voortvarende wijze de stappen zal zetten die hiervoor nodig zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 4 september 2025, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.F. Veenstra, mr. J.G. Knot en mr. B.J. Voerman, bijgestaan door mr. E. Klijn als griffier, en is op 24 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_4e698d82-18d2-4a1d-a404-416fe496791e" label="1">
    <para> artikel 1:265b lid 1 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e08da49d-84df-4dfc-a11d-877d4c06e44c" label="2">
    <para> artikel 1:265c lid 2 BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>