<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:8669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-30T14:18:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">P25/213</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8669">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-30T14:17:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:8669 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-09-2025 / P25/213</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:8669:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Afwijzing van de vordering tot verlening van de terbeschikkingstelling. De hulpverlening en begeleiding kunnen op een verantwoorde wijze binnen een vrijwillig kader plaatsvinden. De terbeschikkinggestelde is in staat tijdig hulp in te roepen en beschikt over voldoende vaardigheden om zonder terbeschikkingstelling of GVM- maatregel zijn leven voort te kunnen zetten. Zie ook de gelijktijdig behandelde verlengingszaak onder nummer P25-225.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:8669:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P25/213 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing van 25 september 2025</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025. Deze beslissing houdt in de afwijzing van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing waarvan beroep;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de akte van 3 juni 2025 waarbij de officier van justitie beroep heeft ingesteld;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de appelschriftuur van 3 juni 2025;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het14e voortgangsverslag van Reclassering Nederland van 29 juli 2025;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de aanvullende informatie van de reclassering van 11 september 2025.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 25 september 2025 gehoord de advocaat-generaal, mr. H.J. Lambers, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. O.P. Kuit, advocaat te 's-Gravenhage.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verder heeft het hof ter zitting gehoord [reclasseringswerker] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak van terbeschikkinggestelde, onder parketnummer P25/225, waarin door het openbaar ministerie beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank tot afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (<emphasis role="italic">hierna: GVM-maatregel</emphasis>). </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het advies van de reclassering</emphasis>
      </para>
      <para>Uit het aanvullend advies van de reclassering van 11 september 2025 volgt dat de reclassering het niet meer noodzakelijk vindt dat de terbeschikkingstelling met één jaar wordt verlengd. Ter zitting van 25 september 2025 heeft [reclasseringswerker] dit standpunt bevestigd. De reclassering achtte in een eerder stadium verlenging nog wel nodig vanwege de open eindjes in het traject van de terbeschikkinggestelde. Inmiddels is de reclassering tot de conclusie gekomen dat de hulpverlening en begeleiding op verantwoorde wijze binnen een vrijwillig kader kan plaatsvinden. Op het gebied van wonen en dagbesteding zijn stappen gezet. De terbeschikkinggestelde is in staat tijdig hulp in te roepen en beschikt over voldoende vaardigheden om zonder terbeschikkingstelling of GVM- maatregel zijn leven voort te kunnen zetten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De terbeschikkinggestelde is in staat de hulp in te roepen van de begeleiders bij [locatie] en [locatie] . De reclassering verwacht dat dit niet anders zal zijn na het beëindigen van de terbeschikkingstelling. De reclassering ziet dat voortzetting van de terbeschikkingstelling het risico in zich draagt van ontregeling, omdat de terbeschikkinggestelde ontzettend zijn best doet om alles binnen dit forensisch kader perfect uit te voeren. Hierdoor is de druk voor de terbeschikkinggestelde enorm hoog en dat kost hem veel energie, die hij beter voor andere zaken kan bewaren. De reclassering constateert een grote betrokkenheid van [locatie] en [locatie] , welke betrokkenheid zal blijven zolang zij dit nodig achten. De terbeschikkinggestelde wil hier zijn medewerking aan blijven verlenen. De reclassering acht de beëindiging van de terbeschikkingstelling dan ook passend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft zich – alsnog – op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank kan worden bevestigd. Het openbaar ministerie heeft zich aangesloten bij het aanvullend advies van de reclassering en aangegeven dat het openbaar ministerie er vertrouwen in heeft dat de terbeschikkinggestelde inmiddels zonder de terbeschikkingstelling zijn plek in de maatschappij kan vinden, en dat hij zelf de hulpverlening zal opzoeken als er sprake is van een lastige situatie. Het recidiverisico wordt voldoende beperkt door de huidige hulpverlening die in een vrijwillig kader kan worden voortgezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de beslissing van de rechtbank om de vordering tot verlenging af te wijzen, op goede gronden tot stand is gekomen en in stand dient te blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bevestigt</emphasis> de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 26 mei 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, <emphasis role="bold">[terbeschikkinggestelde] .</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,</para>
      <para>mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. M.J. Vos, raadsheren, </para>
      <para>en drs. I. van Outheusden en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.E. Ruiter, griffier,</para>
      <para>en op 25 september 2025 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>