<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:8171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-23T10:00:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.359.881/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8171">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:8171</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-19T15:53:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:8171 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 18-12-2025 / 200.359.881/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:8171:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kinderrechter heeft terecht een ondertoezichtstelling uitgesproken. In hoger beroep wordt de ondertoezichtstelling beëindigd, omdat de gronden voor een ondertoezichtstelling niet meer aanwezig zijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:8171:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.359.881</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 594317</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 18 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over de ondertoezichtstelling van [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] </emphasis>(de vader)</para>
      <para>die woont in [woonplaats1]</para>
      <para>advocaat: mr. A.V. Mostert</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming</emphasis> (de raad)</para>
      <para>die is gevestigd in Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende1]
        </emphasis> (de moeder)</para>
      <para>die woont in [woonplaats2]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis> (de GI)</para>
      <para>die is gevestigd in [woonplaats1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Samenvatting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie [woonplaats1] , heeft [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] onder toezicht gesteld tot 8 juli 2026. Het hof zal bepalen dat de ondertoezichtstelling terecht is uitgesproken maar deze per heden beëindigen. Het hof legt hierna uit waarom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn de ouders van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [naam1] , geboren [in] 2009;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam2] , geboren [in] 2013;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam3] , geboren [in] 2016 en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [naam4] , geboren [in] 2020.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De ouders hebben samen het gezag over [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] wonen bij de moeder.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De procedure bij de kinderrechter </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De raad heeft verzocht de kinderen onder toezicht te stellen voor een jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft het verzoek van de raad toegewezen en de kinderen onder toezicht gesteld met ingang van 8 juli 2025 tot 8 juli 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Die beslissing is mondeling uitgesproken op 8 juli 2025 en vastgelegd in een beschikking van 9 juli 2025.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De procedure bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">De vader</emphasis> is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">De raad</emphasis> en de GI willen dat de beslissing in stand blijft.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">De moeder</emphasis> wil dat de beslissing ongedaan wordt gemaakt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De informatie die het hof heeft ontvangen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift van de raad</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een brief van de GI van 22 oktober 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [naam1] heeft in een brief aan het hof verteld wat zij vindt van de ondertoezichtstelling. Ook [naam2] , [naam3] en [naam4] zijn uitgenodigd te vertellen wat zij vinden van de ondertoezichtstelling, maar zij hebben niet gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De zitting bij het hof was op 14 november 2025. Aanwezig waren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de vader met zijn advocaat</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de moeder</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de raad</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>twee vertegenwoordigers van de GI.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wat staat in de wet?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening. <?linebreak?>Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging binnen een aanvaardbare termijn weer helemaal zelf op zich kunnen nemen<footnote-ref linkend="_9f7828e7-a182-45a8-a32e-7aa81c3253d6" />. Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Hoe oordeelt het hof?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het hof vindt dat de kinderrechter op 8 juli 2025 op goede gronden heeft geoordeeld dat [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] op dat moment ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd en dat de hulpverlening die nodig was om de bedreiging weg te nemen onvoldoende door de ouders werd geaccepteerd in een vrijwillig kader. Naar aanleiding van zorgen die door de oudste dochter van de ouders ( [naam5] , zij woont inmiddels ergens anders) zijn gemeld over de gezinssituatie, hebben zowel Veilig Thuis als de raad geprobeerd zicht te krijgen op de thuissituatie van [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] . Dit is toen niet gelukt omdat de ouders onvoldoende openheid van zaken gaven. Het hof sluit zich - na het lezen van alle stukken en op grond van wat op de zitting is besproken - aan bij de beslissing en motivering van de kinderrechter. De ondertoezichtstelling is dus terecht uitgesproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het hof moet ook beoordelen of er op dit moment nog steeds redenen zijn voor een ondertoezichtstelling van [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] . Het hof vindt dat die redenen er gezien de ontwikkelingen in deze zaak inmiddels niet meer zijn en zal daarom de ondertoezichtstelling beëindigen. Het hof zal deze beslissing hierna uitleggen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De raad was bij de start van het onderzoek bezorgd dat [naam1] [naam2] , [naam3] en [naam4] opgroeien in een onveilig en onrustige thuissituatie. Ook had de raad zorgen over de eetproblematiek van [naam1] en haar angst- en dwanggedachten. De vraag voor de raad was of de problematiek van [naam1] samenhangt met de onrustige en mogelijk onveilige thuissituatie waarin zij zich bevindt. De raad heeft tijdens het raadsonderzoek veel informanten, zoals de school en Spoor030 ( [naam1] en de ouders stonden daar onder behandeling), niet kunnen spreken omdat de ouders niet de vereiste toestemming hadden gegeven nadat de raad daarom meermaals had gevraagd. Ook heeft de raad de kinderen niet kunnen spreken. De raad was bezorgd over de afwerende houding die de ouders lieten zien met betrekking tot de (jeugdzorg) zorgprofessionals die met de ouders in gesprek gingen. De belangrijkste reden voor de ondertoezichtstelling was zicht op de thuissituatie te krijgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Het hof constateert dat de houding van de ouders is veranderd, want op de zitting is gebleken dat de ouders de samenwerking met de GI zijn aangegaan, dat de vader de afspraken nakomt met de door de GI ingeschakelde hulpverlening en ook is meer openheid van zaken gegeven. Zo blijkt uit de door de vader bij het beroepschrift overgelegde recente schoolrapporten van [naam4] , [naam3] en [naam2] dat ze het goed doen op school en worden er door de school geen zorgen gemeld over hun ontwikkeling. Verder heeft de GI, weliswaar kort, de kinderen bij de vader thuis kunnen zien en spreken en is contact geweest met de scholen van de kinderen. Bovendien blijken de ouders in staat hulpverlening in het vrijwillig kader in te schakelen als dit nodig is voor de kinderen, zoals bij [naam1] het geval was. De vader heeft in hoger beroep stukken overgelegd van de betrokken hulpverlening en daaruit blijkt dat [naam1] het traject BOOST positief heeft afgerond en daardoor ook het traject dat zij samen met de ouders bij Spoort030 volgde is gestopt. [naam1] en de ouders hebben geen hulpvragen meer aan Spoor030. De conclusie was dat [naam1] beter in haar vel zit, rustiger kan omgaan met het leren, met eten en steeds meer dingen durft. [naam1] heeft alleen nog laagdrempeligere hulp nodig voor haar angsten en dwangmatigheden bij Stichting Jongerenwerk. Gelet op de meest recente informatie over [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] wordt naar het oordeel van het hof onvoldoende duidelijk waar de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen op dit moment nog uit zou bestaan en waarom een ondertoezichtstelling gerechtvaardigd is. Het hof komt daarom deels tot een andere beslissing dan de kinderrechter. De beslissing van de kinderrechter zal deels in stand blijven (worden bekrachtigd) en deels ongedaan worden gemaakt (worden vernietigd).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie [woonplaats1] , van 8 juli 2025 over de ondertoezichtstelling van [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] voor zover deze zich uitstrekt over de periode tot heden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>vernietigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie [woonplaats1] , van 8 juli 2025 over de ondertoezichtstelling van [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] met ingang van de datum van deze beschikking en beslist als volgt:</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>wijst alsnog af het verzoek van de raad tot het verlenen van een ondertoezichtstelling van [naam1] , [naam2] , [naam3] en [naam4] voor zover dit betrekking heeft op de periode vanaf heden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, S. Kuijpers en M.E.L. Klein, en is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_9f7828e7-a182-45a8-a32e-7aa81c3253d6" label="1">
    <para> artikel 1:255 lid 1 onder a en b BW</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>