<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:7504</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T11:31:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-001031-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:7504">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:7504</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-26T11:31:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:7504 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-06-2025 / 21-001031-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:7504:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdzaak. Vernietiging van het vonnis van de kantonrechter. Het hof acht bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan straatschenderij. Verdachte heeft uit frustratie tegen de ruit geschopt. Dat verdachte de ruit niet wilde vernielen, betekent niet dat geen sprake was van baldadigheid. Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 100,00.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:7504:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-001031-25 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	30 juni 2025</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verkort arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel (locatie [pleegplaats] ) van 20 februari 2025 met het parketnummer 96-219766-24 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006, </para>
      <para>wonende te [woonadres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte (hierna: [verdachte] ) heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 juni 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van [verdachte] ten aanzien van het tenlastegelegde (straatschenderij) tot een geldboete van € 100,00, bij niet voldoen te vervangen door 2 dagen jeugddetentie. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens [verdachte] door zijn raadsman, mr. M.A. Knobben, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de kantonrechter [verdachte] de aan hem opgelegde strafbeschikking vernietigd en [verdachte] ten aanzien van het tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van € 100,00, bij niet voldoen te vervangen door 2 dagen jeugddetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis niet voldoet aan de wettelijke eis dat het proces-verbaal van de zitting, naast de uitwerking van de aantekening mondeling vonnis, ook een bewezenverklaring dient te bevatten. Om die reden leent het vonnis zich niet voor bevestiging. </para>
      <para>Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen en de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 2 april 2024 onder CJIB-nummer [cjib nummer] ook vernietigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 februari 2024 te [pleegplaats] op of aan de openbare weg, althans op enige voor het publiek toegankelijke plaats, te weten [adres] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, tegen een goed baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, door een ruit in te trappen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. [verdachte] is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsoverweging </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van de raadsman van [verdachte] , mr. M.A. Knobben. De bewezenverklaring is toen mondeling gemotiveerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt op grond van de aangifte van [aangever] namens de Nederlandse Spoorwegen (NS) en de bekennende verklaring van [verdachte] bij de kantonrechter tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met de door de raadsman van [verdachte] naar voren gebrachte verweren die tot vrijspraak zouden moeten leiden, overweegt het hof als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat [verdachte] geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het vernielen van de ruit, is voor een bewezenverklaring van baldadigheid niet relevant. Opzet is namelijk geen bestanddeel van het strafbare feit dat [verdachte] verweten wordt. [verdachte] wordt niet het misdrijf vernieling (art. 350 Sr) ten laste gelegd, maar de overtreding straatschenderij (art. 424 Sr).  </para>
      <para>Op basis van dat artikel moet bewezen worden dat [verdachte] ‘baldadig’, met kwade wil (dus bijvoorbeeld niet per ongeluk), heeft gehandeld. Daarvoor is niet vereist dat het goed waartegen baldadigheid wordt gepleegd daadwerkelijk is vernield of dat [verdachte] dat wilde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat het expres (ergens tegen aan) schoppen in een openbare ruimte dus voldoende is voor de bewezenverklaring van baldadigheid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] heeft kort na het incident tegen de politie gezegd dat hij gefrustreerd was en dat hij daarom tegen de ruit heeft geschopt. Hieruit blijkt dat [verdachte] de wil heeft gehad om ‘kwaad’ te doen. Anders gezegd: hij is niet per ongeluk tegen de ruit aangelopen. Dat hij dit deed omdat hij gefrustreerd was en niet omdat hij de ruit wilde vernielen, wil het hof wel aannemen, maar dat betekent niet dat geen sprake was van baldadigheid. Het hof acht daarom bewezenverklaard dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan straatschenderij. </para>
      <para>0</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 17 februari 2024 te [pleegplaats] op enige voor het publiek toegankelijke plaats, te weten het [adres] , tegen een goed baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, door een ruit in te trappen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen [verdachte] meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">straatschenderij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die [verdachte] niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van de raadsman van [verdachte] , mr. M.A. Knobben. De strafoplegging is toen als volgt mondeling gemotiveerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van [verdachte] , zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verdachte] heeft zich op 17 februari 2024 schuldig gemaakt aan baldadigheid, bestaande uit het trappen tegen een ruit op het [adres] . Die ruit is als gevolg daarvan kapotgegaan. Door zo te handelen heeft [verdachte] de openbare orde verstoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft wat betreft de persoon van [verdachte] gelet op een uitdraai van het strafblad van 26 mei 2025 van [verdachte] waaruit blijkt dat hij niet eerder onherroepelijk voor een soortgelijke overtreding is veroordeeld </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof houdt verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] zoals die door zijn raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht. [verdachte] heeft zijn opleiding ‘sport en bewegen’ niveau 3 afgerond en werkt op dit moment. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat een geldboete van € 100,00 een passende en geboden sanctie is. Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van [verdachte] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 77a, 77g, 77h, 77l en 424 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 2 april 2024 onder CJIB-nummer [cjib nummer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 100,00 (honderd euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">2 (twee) dagen jeugddetentie</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. F.E.J. Goffin, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.A.M. Kwakman en mr. R. Godthelp, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. Kiemel, griffier,</para>
      <para>en op 30 juni 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>