<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:7159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T14:51:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24/732</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBGEL:2024:909" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2024:909, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025112113</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2025/2333</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-2343</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/2481</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2026/9.29.16</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:7159">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:7159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-14T11:02:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:7159 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 11-11-2025 / 24/732</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:7159:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>MRB. Hoogte boete.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:7159:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
      <para>nummer BK-ARN 24/732</para>
      <para>uitspraakdatum: <emphasis role="bold">11 november 2025</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de <emphasis role="bold">inspecteur</emphasis> van de <emphasis role="bold">Belastingdienst/Kantoor Centrale administratieve processen, kantoor Apeldoorn </emphasis>(hierna: de Inspecteur)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 21 februari 2024, nummer ARN 23/1843, in het geding tussen de Inspecteur </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] te [woonplaats]</emphasis> (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De Inspecteur heeft aan belanghebbende over het tijdvak 16 mei 2019 tot en met 15 mei 2020 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [nummer1] ) motorrijtuigenbelasting opgelegd van € 1.379 en bij beschikking een boete van € 1.379.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De Inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en de boetebeschikking gehandhaafd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur met betrekking tot de boete vernietigd en de boete verminderd tot € 344.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De Inspecteur heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 augustus 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede mr. [naam1] en mr. [naam2] namens de Inspecteur. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat bij deze uitspraak is gevoegd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet in geschil is dat de naheffingsaanslag terecht en tot een juist bedrag is opgelegd. De Inspecteur heeft zich bij de Rechtbank op het standpunt gesteld dat de boete gematigd dient te worden tot 50% van de nageheven belasting. In hoger beroep heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de Rechtbank op onjuiste gronden de boete verder heeft gematigd tot 25% van de nageheven belasting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De Rechtbank heeft het aannemelijk geacht dat geen sprake is van belastingontwijking, maar dat belanghebbende zich heeft vergist. Belanghebbende beschikt over verschillende hobbyvoertuigen en is gaan rijden met een hobbyvoertuig waarvan hij dacht dat deze niet was geschorst, terwijl dat wel het geval was. Voor dat geval heeft de Rechtbank geoordeeld dat een boete die, omdat deze is vastgesteld op een percentage van de nageheven belasting, mede gebaseerd is op het (relatief hoge) gewicht van het voertuig waarmee gereden is, geen recht doet aan het vergrijp. Om deze reden is de boete door de Rechtbank verder gematigd tot 25% van de nageheven belasting.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het Hof is, zonder het gewicht van de auto bij dat oordeel te betrekken, van oordeel dat een boete van € 344 passend en geboden is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Slotsom</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep ongegrond.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Griffierecht en proceskosten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet gesteld of gebleken is dat belanghebbende voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten heeft gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>bevestigt de uitspraak van de Rechtbank,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat van de Inspecteur op het moment dat deze uitspraak onherroepelijk is komen vast te staan een griffierecht zal worden geheven van € 559.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A.V. Boxem, lid van de tweede enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van drs. S. Darwinkel als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is op <emphasis role="bold">11 november 2025</emphasis> in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(S. Darwinkel)	(R.A.V. Boxem)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een afschrift aangetekend per post verzonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl</emphasis>.</para>
      <para>Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. </emphasis>Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie <emphasis role="bold">www.hogeraad.nl</emphasis>).</para>
      <para>Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;</para>
    <para>2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;</para>
    <para>3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. de dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para> 	d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>