<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:7063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T08:00:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.353.554</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:7063">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:7063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T09:58:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:7063 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 11-11-2025 / 200.353.554</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:7063:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging gezag en verzoek vervanging gecertificeerde instelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:7063:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN		</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.353.554</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Gelderland 441859</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 11 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>over de beëindiging van het gezag van de ouders over [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] , [minderjarige4] en [minderjarige5]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] (de moeder)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">en</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] (de vader)</emphasis>
      </para>
      <para>die wonen in [woonplaats]<?linebreak?>advocaat: mr.M.J. Verwers </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming (de raad) </emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Den Haag</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming &amp; Reclassering (GI)</emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de gezinshuisouders </emphasis>van [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de pleegouders</emphasis> van [minderjarige4] en [minderjarige5] <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Samenvatting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft het gezag van de ouders over [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] , [minderjarige4] en [minderjarige5] beëindigd. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn de (juridische) ouders van de minderjarige kinderen:</para>
      <para>- [minderjarige1] , geboren [in] 2012 in [geboorteplaats1] , </para>
      <para>- [minderjarige2] , geboren [in] 2014 in [geboorteplaats2] ,</para>
      <para>- [minderjarige3] , geboren [in] 2015 in [geboorteplaats2] ,</para>
      <para>- [minderjarige4] (verder: [minderjarige4] ), geboren [in] 2018 in [geboorteplaats2] ,</para>
      <para>- [minderjarige5] , geboren [in] 2019 in [geboorteplaats2] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Moeder heeft uit eerdere relaties nog vijf kinderen gekregen. De vader heeft uit een eerdere relatie nog een dochter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] , [minderjarige4] staan sinds 1 juli 2019 onder toezicht van de GI. [minderjarige5] staat sinds 18 november 2020 onder toezicht van de GI. De ondertoezichtstelling van alle kinderen is telkens verlengd en gold tot 1 juli 2025.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [minderjarige1] is in april 2020 uit huis geplaatst, [minderjarige2] , [minderjarige3] , [minderjarige4] en [minderjarige5] zijn in mei 2021 uit huis geplaatst. De machtiging tot uithuisplaatsing is voor alle kinderen telkens verlengd en gold tot 1 juli 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [minderjarige1] , [minderjarige2] en [minderjarige3] verblijven ieder in een ander gezinshuis. [minderjarige4] en</para>
        <para>
          [minderjarige5] verblijven samen in een pleeggezin. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De procedure bij de rechtbank</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De raad heeft de rechtbank verzocht het gezag van de ouders te beëindigen en om de GI tot voogd te benoemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het verzoek van de raad toegewezen. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 13 januari 2025.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De procedure bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De ouders zijn het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij komen daarvan in hoger beroep. Zij willen dat het hof de beëindiging van het gezag ongedaan maakt of een andere GI benoemt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De raad wil dat de beslissing in stand blijft. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De informatie die het hof heeft ontvangen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [minderjarige1] heeft op 30 september 2025 gesproken met een raadsheer en een griffier van het hof. Hij heeft verteld wat hij vindt van de beëindiging van het gezag van de ouders.</para>
        <para>
          [minderjarige3] en [minderjarige2] hebben een brief geschreven. Zij hebben daarin verteld wat zij vinden van de beëindiging van het gezag van de ouders.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De zitting bij het hof was op 30 september 2025. Aanwezig waren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de ouders met hun advocaat</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de raad</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>twee vertegenwoordigers van de GI </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wat staat in de wet? </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Daarbij moet duidelijk zijn dat de ouder de verzorging en opvoeding niet binnen een aanvaardbare termijn weer zelf op zich kan nemen. De aanvaardbare termijn is de periode van onzekerheid, die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade in zijn ontwikkeling op te lopen. De rechtbank kan het gezag van een ouder ook beëindigen als de ouder het gezag misbruikt.<footnote-ref linkend="_8d44a94c-3265-428e-a935-528673fddfac" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het belang van het kind staat voorop. Een kind dat niet bij zijn ouders kan wonen heeft recht op zekerheid over waar het woont en blijft wonen.<footnote-ref linkend="_c8a6c695-e8c7-4b2e-877e-f88664818375" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Hoe oordeelt het hof?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Net als de rechtbank en op dezelfde gronden is het hof van oordeel dat is voldaan aan de voorwaarden om het gezag van de ouders te beëindigen. Het hof voegt daar nog het volgende aan toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Uit de stukken en uit wat op de zitting is besproken blijkt dat de ouders zeer betrokken zijn bij hun kinderen. Tijdens de omgangsmomenten wordt liefdevol contact gezien. De ouders hebben ook goed contact met hun meerderjarige kinderen en kleinkinderen. Toch vindt het hof, net als de raad, dat het beter is voor de kinderen als het gezag van de ouders wordt beëindigd. [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] , [minderjarige4] en [minderjarige5] hebben in het verleden veel meegemaakt. Er was sprake van langdurige opvoedingsproblematiek op meerdere gebieden en alle kinderen hebben individuele problematiek. De kinderen hebben extra zorg nodig en  meer dan een gemiddeld kind behoefte aan structuur en duidelijkheid. Uit het raadsrapport blijkt dat de ouders van hun kinderen houden maar dat het de ouders ontbreekt aan inzicht, leerbaarheid, voldoende draagkracht en vaardigheden om aan te sluiten bij wat de kinderen nodig hebben in de opvoeding en ondersteuning bij hun ontwikkeling. [minderjarige2] en [minderjarige3] verblijven, apart van elkaar, in een gezinshuis en [minderjarige4] en [minderjarige5] zitten op hun plek in een pleeggezin. Het gaat daar goed met hen. [minderjarige1] verblijft inmiddels bij [naam] . Volgens de GI zit hij daar goed op zijn plek en heeft het naar zijn zin. De raad en de GI voeren aan dat alle kinderen op dit moment op een passende plek verblijven waar tegemoet wordt gekomen aan hun opvoedbehoeften om tot een goede ontwikkeling te komen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Het hof is van oordeel dat de aanvaardbare termijn waarbinnen de ouders in staat kunnen worden geacht om de verzorging en opvoeding van de kinderen weer zelf te dragen, is verstreken. Het perspectief van de kinderen ligt bij de plekken waar zij nu verblijven. Het hof ziet onder de gegeven omstandigheden geen ruimte voor de door de ouders gevraagde kans om betrokken te blijven bij te nemen gezagsbeslissingen. Als er gezagsbeslissingen genomen moeten worden, geeft het ouders veel spanning en druk, ook als er vervangende toestemming moet worden gevraagd door de GI. Het hof betrekt bij zijn oordeel ook dat het voortduren van het gezag van de ouders terwijl het perspectief van de kinderen blijvend bij de pleeg-/gezinshuisouders ligt, tot gevolg zou hebben dat de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing jaarlijks moeten worden verlengd. Het is naar het oordeel van het hof niet in het belang van de kinderen dat zij ieder jaar weer geconfronteerd worden met een verlengingsprocedure, die onzekerheid en onrust voor hen geeft, terwijl zij juist gebaat zijn bij rust en duidelijkheid over waar zij opgroeien. Hierbij speelt ook de omstandigheid dat het voor de ouders lastig te begrijpen en te accepteren is dat het voor de kinderen beter is om elders op te groeien. Uit de stukken blijkt dat de ouders dit niet accepteren en dit ook openlijk naar de kinderen uiten. Dit geeft de kinderen onduidelijkheid over hun perspectief en brengt onrust met zich, wat niet in hun belang is. Verder geldt dat de maatregelen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in beginsel van tijdelijke aard dienen te zijn. Die tijdelijke maatregelen passen niet bij de huidige situatie, waarin het belang van de kinderen is het in stand houden van het verblijf van de plek waar ze nu verblijven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervanging gecertificeerde instelling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De ouders hebben het hof verzocht om een andere gecertificeerde instelling te benoemen in de plaats van de huidige GI.</para>
        <para>De ouders hadden dit verzoek kunnen doen bij de kinderrechter (op grond van artikel 1:259 van het Burgerlijk Wetboek) maar dat hebben zij niet gedaan. Tegen een beslissing op zo’n verzoek kan geen hoger beroep bij het hof worden ingesteld<footnote-ref linkend="_15002c94-c71c-43a9-9835-4a5b6ac34b6b" />. <?linebreak?>De ouders hebben echter geen verzoek gedaan bij de kinderrechter om de GI te vervangen, en in hoger beroep is het voor het eerst doen van een zelfstandig verzoek ook overigens niet mogelijk<footnote-ref linkend="_2edf17fa-fee4-480c-98d2-90914720b45e" />.<?linebreak?>De ouders zijn dus niet ontvankelijk in dit verzoek.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Aangezien de gezagsbeëindiging is gebaseerd op de wet en er goede redenen voor zijn, is er – anders dan de ouders hebben aangevoerd – geen sprake van strijd met artikel 8 het Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Tot slot merkt het hof op dat de ouders zich zorgen maken over (de gevolgen van een gezagsbeëindiging voor) de omgangsregeling met de kinderen. Het hof begrijpt dit gevoel, maar heeft geen aanwijzingen dat deze zorgen gegrond zijn. Uit de stukken blijkt dat de kinderen hebben verteld dat zij altijd naar de omgang met hun ouders uit kijken en dat ze veel plezier met elkaar hebben. De GI heeft tijdens zitting verklaard dat de omgang recentelijk is gewijzigd om omgang met het hele gezin maar ook met ieder kind afzonderlijk mogelijk te maken. Het hof gaat ervan uit dat de GI zich ervoor zal blijven inspannen om de ouders te betrekken in het leven van [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] , [minderjarige4] en [minderjarige5] en hen van informatie zal (blijven) voorzien. Het is van groot belang voor [minderjarige1] , [minderjarige2] , [minderjarige3] , [minderjarige4] en [minderjarige5] om zich vrij te kunnen ontwikkelen en te groeien, dat de ouders hun verblijf bij de pleeg-/gezinshuisouders accepteren en zich concentreren op het zo goed mogelijk invullen van de bezoekmomenten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Het hof zal de beschikking van de rechtbank in stand houden (bekrachtigen).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem van 13 januari 2025;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de ouders niet-ontvankelijk in hun verzoek om de gecertificeerde instelling te vervangen en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. K. Mans, E. de Boer en M.E.L Klein, bijgestaan door de griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8d44a94c-3265-428e-a935-528673fddfac" label="1">
    <para> artikel 1:266 lid 1 onder a en b BW</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c8a6c695-e8c7-4b2e-877e-f88664818375" label="2">
    <para> Artikel 3 en artikel 20 Verdrag inzake de rechten van het kind</para>
  </footnote>
  <footnote id="_15002c94-c71c-43a9-9835-4a5b6ac34b6b" label="3">
    <para> Artikel 807 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2edf17fa-fee4-480c-98d2-90914720b45e" label="4">
    <para> Artikel 362 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>