<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:6480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-27T14:53:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-002788-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:6480">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:6480</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-21T14:09:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:6480 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-10-2025 / 21-002788-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:6480:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Een grote afvalstoffenverwerker uit [Plaats], bestaande uit drie BV’s, is door het gerechtshof veroordeeld voor de verkeerde opslag van asbest en accu’s en valsheid in geschrift van vele nota’s contante inkoop en begeleidingsbrieven die zien op vijf ontdoeners van accu’s. Ook de bestuurder is voor deze feiten veroordeeld en een medewerker alleen  voor de valsheid in geschrift. Anders dan de rechtbank verklaart het gerechtshof de valsheid in geschrift van alle vijf de ten laste gelegde ontdoeners bewezen.</para>
        <para>De bestuurder  is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De opslag en de vervalsingen gebeurden onder zijn leiding. De medewerker krijgt een taakstraf opgelegd van 180 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De [BV 1] krijgt een boete opgelegd van 45.000 euro, waarvan 20.000 voorwaardelijk. De [BV 2] en de [BV 3] moeten 72.000 euro betalen, waarvan 30.000 euro voorwaardelijk. De BV’s krijgen een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:6480:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:     21-002788-21 </para>
    <para>Uitspraakdatum:   21 oktober 2025</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> van de economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 3 juni 2021 met parketnummer 08-997022-17 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [Verdachte B.V.]
      </emphasis>,</para>
    <para>gevestigd te [Plaats 1] , [adres 1] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Het hoger beroep</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Onderzoek van de zaak</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 21 juni 2023, 9 september 2025 en 7 oktober 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door de wettelijke vertegenwoordiger van verdachte [naam verdachte] en haar raadslieden, mr. M. Hendriks, mr. L. Stortelder en mr. P.J.P. Poels, naar voren is gebracht.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De meervoudige economische kamer van de rechtbank heeft verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een geldboete van € 50.000,-, waarvan </para>
    <para>€ 20.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg – tenlastegelegd, kort en zakelijk weergegeven, dat:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> in de periode van 11 februari 2018 tot en met 12 juli 2018 in [Plaats 1] samen met</para>
    <para>anderen in strijd met een voorschrift van de omgevingsvergunning heeft gehandeld, door</para>
    <para>accu’s niet volgens de voorschriften op te slaan.</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> op 12 juli 2018 in [Plaats 1] samen met anderen in strijd met een voorschrift van de</para>
    <para>omgevingsvergunning heeft gehandeld, door asbest te accepteren en niet volgens de</para>
    <para>voorschriften op te slaan.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Voluit luidt de (gewijzigde) tenlastelegging aan verdachte dat:</para>
  </parablock>
  <para>1.<?linebreak?>zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 februari 2018 tot en met 12 juli 2018 te [Plaats 1] in de [gemeente 1] , tezamen en in vereniging met één of meer andere rechtspersonen en/of met één of meerdere natuurlijke personen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met één of meer voorschrift(en) dat/die verbonden was/waren aan een omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te weten de krachtens de Wet milieubeheer bij besluit(en) van 29 juni 2006 met kenmerk [kenmerk] en/of beschikking van 9 mei 2011 (zaaknummer [Zaak nummer] ) door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland aan haar verleende (revisie)vergunning voor de inrichting gelegen aan de [adres 1] te [Plaats 1] , kadastraal bekend [gemeente 1] , [sectie] , nummers [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] , aangezien de accu's niet werden opgeslagen in vloeistofdichte en/of zuurbestendige bakken en/of containers en/of werden de accu's niet opgeslagen in bakken in een daartoe bestemde overdekte opslagloods, zodanig dat deze tegen inregenen zijn beschermd (vergunningvoorschrift 9.7 bijlagendossier ordner 3 p. B1105), </para>
  <parablock>
    <para>(zaaksdossier inrichting gebonden overtredingen, Zl-Z7) </para>
  </parablock>
  <para>2.<?linebreak?>zij op of omstreeks 12 juli 2018 te [Plaats 1] in de [gemeente 1] , tezamen en in vereniging met één of meer andere rechtspersonen en/of met één of meerdere natuurlijke personen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met een voorschrift dat verbonden was aan een omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te weten de krachtens de Wet milieubeheer bij besluit(en) van 29 juni 2006 met kenmerk [kenmerk] en/of beschikking van 9 mei 2011 (zaaknummer [Zaak nummer] ) door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland aan haar verleende (revisie)vergunning voor de inrichting gelegen aan de [adres 1] te [Plaats 1] , kadastraal bekend [gemeente 1] , [sectie] , nummers [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] , </para>
  <parablock>
    <para>aangezien binnen de inrichting (op asbest locatie 2 en asbest locatie 3, bijlagendossier ordner 5, B1980) asbesthoudend afval werd geaccepteerd en/of opgeslagen dat niet in dubbel plastic van minimaal 0.2 cm dik was verpakt en/of dat niet was opgeslagen in afgesloten containers, althans niet in containers afgesloten door een dekzeil (vergunningvoorschrift 9.15, bijlagendossier ordner 3, p. B1105); </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zaaksdossier inrichting gebonden overtredingen, Z1-Z7 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Door de verdediging is – onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad – (HR 19 juni 2020. ECLI:NL:HR:2020:1069) betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden, wegens strijd met het vertrouwensbeginsel nu er sprake is geweest van een gedoogsituatie door het bevoegd gezag. Ter onderbouwing heeft de verdediging aangevoerd dat uit de overgelegde stukken en de verklaring van mr. Poels blijkt dat het bevoegd gezag heeft berust in de situatie met betrekking tot de opslag van accu’s en asbest. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met de beginselen van een goede procesorde. Een dergelijk uitzonderlijk geval doet zich onder meer voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet nadat door het openbaar ministerie gedane, of aan het openbaar ministerie toe te rekenen, uitlatingen (of daarmee gelijk te stellen gedragingen) bij de verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen hebben gewekt dat hij niet zal worden vervolgd. Aan uitlatingen of gedragingen van functionarissen aan wie geen bevoegdheden in verband met de vervolgingsbeslissing zijn</para>
    <para>toegekend, kan zulk gerechtvaardigd vertrouwen dat vervolging achterwege zal blijven evenwel in de regel niet worden ontleend. (HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:20l6:742, NJ 2016/388).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof overweegt dat op 29 juni 2006 een revisievergunning Wet Milieubeheer is verleend aan [Verdachte B.V.] voor diverse percelen. [Verdachte B.V.] wordt bestuurd door [Naam B.V.] , die wordt bestuurd door [naam verdachte] .. In de vergunning is de wijze van het opslaan van accu’s en asbest expliciet genoemd. De vergunning is naar aanleiding van aanvragen van verdachte aangepast, maar niet ten aanzien van het opslaan van accu’s en/of asbest. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Van het gedogen van het opslaan van accu’s en asbest in strijd met de omgevingsvergunning en de daarin vervatte voorschriften is niet gebleken. Door de verdediging is dit weliswaar gesteld, maar er is geen gedoogbesluit dan wel een schriftelijke overeenkomst overgelegd waarin dit naar voren komt. Evenmin zijn stukken overgelegd waaruit blijkt dat op enige andere wijze sprake is geweest van gedogen en op grond waarvan verdachte redelijkerwijs in de veronderstelling kon verkeren dat er sprake was van een gedoogsituatie in afwijking van uitdrukkelijke vergunningsvoorschriften. Dat er geen schriftelijke overeenkomst is, wordt bovendien bevestigd door de toezichthouder van de Omgevingsdienst [Regio] [Naam] . Hij heeft ter terechtzitting op 10 december 2020 verklaard dat er door hem in het dossier geen aanvullende afspraken of gedoogafspraken zijn aangetroffen die in de tenlastegelegde periode met het bevoegd gezag zijn gemaakt. Het hof merkt daarbij op dat verdachte aan het feit dat niet eerder handhavend is opgetreden geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat het openbaar ministerie niet tot strafvervolging zou overgaan, waarbij onderscheid gemaakt dient te worden tussen ‘handhaving’ in het kader van bestuursdwang en strafvervolging.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Nu niet is gebleken van een handelwijze van het openbaar ministerie die in strijd is met de grondslagen van het strafproces verwerpt het hof het beroep op het vertrouwensbeginsel en is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Overweging met betrekking tot het bewijs</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd om verdachte te veroordelen conform het vonnis van de rechtbank. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadslieden hebben vrijspraak bepleit van alle tenlastegelegde feiten.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Accu‘s</emphasis>
    </para>
    <para>Er is geen bewijs dat het voorschrift 9.7 van de omgevingsvergunning is overtreden. Bij de accu’s die op 12 juli 2018 zijn aangetroffen op het buitenterrein aan de [adres 1] in [Plaats 1] is sprake van overslag van accu’s en geen opslag van accu’s. In het overzicht afvalstromen is de overslag ook opgenomen zodat dit onderdeel is van de omgevingsvergunning. De verdediging heeft verder verwezen naar de verklaring KAM coördinator [Getuige 2] dat opslag in de hal moet, maar overslag buiten mag.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Asbest </emphasis>
    </para>
    <para>De verdediging is het eens met het oordeel van de rechtbank dat wettig bewijs voor het accepteren van asbesthoudend afval in strijd met het vergunningsvoorschrift 9.15 ontbreekt.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Ook de overtreding van vergunningvoorschrift 9.14 kan niet bewezen worden verklaard. De opslagplaats, zoals bedoeld in dit voorschrift, ziet niet op de wijze waarop het materiaal in containers moet worden opgeslagen, maar op het afgesloten moeten zijn van de opslagplaats waar het asbesthoudend materiaal (in containers) wordt opgeslagen. In het dossier ontbreken foto’s van en ander bewijs over de opslagplaats.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Oordeel van het hof</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De rechtbank heeft in haar vonnis uitvoerige overwegingen gewijd aan het bewijs. Het hof maakt die overwegingen tot de zijne en zal die – voor zover het hof de overwegingen van de rechtbank overneemt – cursief weergeven. Waar in de hierna weergegeven tekst ‘de rechtbank’ staat vermeld, moet in dat geval ‘het hof’ worden gelezen. Aanvullingen van het hof worden niet cursief weergegeven.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Bewijsmiddelen</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_99bd80e9-9e24-4a27-9a83-2c476a5b39bc" />
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Op 27 mei 2003 heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland een aanvraag van verdachte ontvangen voor het veranderen en in werking hebben van de gehele inrichting. De inrichting is onder meer bestemd voor het op- en overslaan van diverse (gevaarlijke) afvalstoffen en het verwerken van diverse (gevaarlijke) afvalstoffen. De inrichting is gelegen aan de [adres 2] , de [adres 1] en de [adres 3] in [Plaats 1] , kadastraal bekend bij de (toenmalige) [gemeente 2] , [sectie] , nummers [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] .</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_0e5853e5-21b2-4871-bd02-af4f49cad3d4" />
      <emphasis role="italic"> De eerste drie adressen betreffen één aaneengesloten terrein. In verband hiermee is door Gedeputeerde Staten een vergunning aan verdachte verleend in het kader van de Wet Milieubeheer. Vanaf 1 oktober 2010 is deze vergunning gelijkgesteld met een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Op 29 juni 2006 is bij besluit [kenmerk] door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland de vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer verstrekt aan verdachte voor de duur van 10 jaar.</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_bb531703-046e-4904-8e06-15e7019f07cc" />
      <emphasis role="italic"> In de aanvraag heeft [naam verdachte] aangegeven de accu’s op een milieu hygiënisch verantwoorde wijze op te zullen slaan. De accu’s worden opgeslagen in daarvoor geschikte vloeistofdichte en zuurbestendige bakken die zijn geplaatst in een bedrijfshal. De loods is voorzien van een vloeistofkerende vloer.</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_af652756-40b5-4fcc-90d0-b34b6fd8ca4a" />
      <emphasis role="italic"> In voorschrift 9.7 is de wijze van opslaan van accu’s opgenomen:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Accu’s</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">9.7</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De opslag van oude accu’s moet geschieden in vloeistofdichte en zuurbestendige bakken. De inhoud van een bak dient ten minste gelijk te zijn aan de vloeistofinhoud van de daarin opgeslagen accu’s. De bakken moeten in de daartoe bestemde overdekte opslagloods zijn opgesteld, zodanig dat deze tegen inregenen zijn beschermd.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_f9a774c5-4f4c-4c51-88c2-1f364d8d5c76" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 6 mei 2010 heeft de provincie Gelderland de 8.19 WM-melding geaccepteerd. Dit betreft het vergroten van de opslag van 50m3 naar maximaal 500m3. Hierbij wordt dit ondergebracht in een nieuw te bouwen hal. Daarbij is opgetekend dat de opslag van accu’s alleen mag plaatsvinden in bedrijfshal 1, gevestigd op het adres [adres 1] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_63af3fa6-2a4a-42c8-ba24-6761d9d3b1e7" />
        <emphasis role="italic"> Voorschrift 9.7 is niet gewijzigd bij de door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland aan verdachte verleende beschikking van 9 mei 2011 (zaaknummer [Zaak nummer] ).</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_6129dd75-b93b-4101-89b9-14cb136fe936" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 11 februari 2018, 24 maart 2018 en 9 juli 2018 zijn luchtfoto’s genomen van de gezamenlijke inrichting van [Medeverdachte B.V. 1] en [Medeverdachte B.V. 2] , gelegen aan de [adres 1] en [adres 2] in [Plaats 1] . Uit onderlinge vergelijking van de verschillende foto’s blijkt dat op alle drie data opslag van accu’s op het terrein in de buitenlucht plaatsvond.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_9e245b38-7ff3-4c84-b1b7-55271ec79956" />
        <emphasis role="italic"> Op voornoemde data zijn er grote hoeveelheden losse accu’s in de buitenlucht zichtbaar. Deze zijn niet in bakken geplaatst en niet tegen regen beschermd. Ook zijn er verspreid over het bedrijfsterrein diverse bakken met accu’s, niet tegen inregenen beschermd, waargenomen.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_a94458e5-e226-4eb1-be28-4d2d952a37e1" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 12 juli 2018 hebben toezichthouders van de Omgevingsdienst [Regio] geconstateerd dat er oude accu’s in bakken op het buitenterrein aan de [adres 1] in [Plaats 1] worden opgeslagen.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_9697efe3-1b99-42b8-b247-c824a2bcf0f7" />
        <emphasis role="italic"> Verbalisant [Naam] constateert dat er naast het kantoor met de weegbrug diverse bakken met accu’s op pallets staan. Ook ziet hij op andere plekken op het bedrijfsterrein buiten diverse bakken met accu’s op pallets staan. In de bedrijfshal zijn geen bakken met accu’s geplaatst.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e88fa5ef-c470-4221-9b0b-987a1c8ceb63" />
        <emphasis role="italic"> Op het terrein ziet de verbalisant een blauwe container staan gevuld met accu’s. Aan de onderzijde van deze container ziet hij een gat zitten, zodat de container niet vloeistofdicht is.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_f23d6efc-d137-4474-b44a-030d490ee2bf" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [Getuige 1] verklaart op 12 juli 2018, als volgt:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">… ‘Ik ben werknemer in vaste loondienst bij [naam verdachte] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_1e3b1c7c-c5ab-4087-8c0b-98cbde2c84b9" />
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">… Ik ben het meeste met accu’s bezig.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_f45e0714-374e-4621-8847-f67d44c7a564" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(V) Worden er ook afvalstoffen gemengd binnen de inrichting van [naam verdachte] ? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(A) Nee. De accu‘s worden niet in de hal opgeslagen maar op het terrein.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_ebcf1672-e584-4336-8fcf-9accb9852ab7" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [Getuige 2] verklaart op 19 december 2018, als volgt: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…‘Ik ben KAM coördinator bij [naam verdachte] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_1688c4bc-4b14-435f-b5a3-002892bbb2b7" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(V) Welke onderneming is volgens u verantwoordelijk voor de opslag voor accu‘s? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(A) Dat valt onder de vergunning van de [Verdachte B.V.] De handel is echter van [Medeverdachte B.V. 2] . </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(V) Waar en hoe horen de accu’s opgeslagen te worden volgens de milieuvergunning? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(A) Volgens de milieuvergunning moeten ze opgeslagen worden in een hal. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…Er mag geen water bij komen’.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_222d7ea7-30b8-4e8a-8f7d-b2e240952a69" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 4 december 2020 verklaart getuige [Getuige 3] , als volgt: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…‘Ik sta op de loonlijst van [Medeverdachte B.V. 1]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…Ik ben planner voor alle BV’s van [naam verdachte] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(V) Wat is uw rol bij het doen van meldingen bij het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(A) Ik doe de meldingen bij het LMA.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(V) Welke onderneming is verantwoordelijk voor de opslag van accu‘s? </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(A) Ik ga uit van [Medeverdachte B.V. 2]</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_498eb3a1-0b1a-4fdf-ab41-d7b5695d6ed3" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 10 december 2020 verklaart getuige [Naam] ter terechtzitting, als volgt: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…‘Mijn beroep is toezichthouder bij de Omgevingsdienst [Regio] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_3fffa410-696e-4ba6-a4b2-bfa6296c74fd" />
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…Uit de vergunning blijkt wel duidelijk dat de accu ‘s in een bak moeten worden opgeslagen en onder een afdak.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_c74634e8-21d9-4553-823c-3c23c51f3098" />
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…De bakken moeten vloeistofdicht zijn. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">…Volgens de vergunning is het niet toegestaan om de accu ‘s even buiten te laten staan voor het laden en lossen.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_38edb985-55b3-4727-a1a4-dd87aa3a8966" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Bewijsoverwegingen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit voorgaande bewijsmiddelen blijkt dat op het bedrijfsterrein van [naam verdachte] aan de [adres 1] in [Plaats 1] handel in accu’s plaatsvindt. Hiervoor is door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland een vergunning aan verdachte verleend in het kader van de Wet Milieubeheer. Vanaf 1 oktober 2010 is deze vergunning gelijkgesteld met een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De omgevingsvergunning betreft een vergunning die ziet op regels die gelden binnen het gesloten terrein van de inrichting. In voorschrift 9.7 is vastgelegd dat accu’s opgeslagen dienen te worden in vloeistofdichte en zuurbestendige bakken. De bakken moeten daarnaast in een overdekte opslagloods zijn opgesteld, zodat deze tegen inregenen beschermd zijn. Uit de genomen luchtfoto’s en de constatering door de toezichthouders van de Omgevingsdienst [Regio] en verbalisant [Naam] is af te leiden dat dit voorschrift structureel niet wordt nageleefd in de periode van 11 februari 2018 tot en met 12 juli 2018 en dat (in ieder geval op 12 juli 2018) de bedrijfshal in kwestie niet (meer) wordt gebruikt als overdekte opslagloods voor bakken met accu’s. Getuige [Getuige 1] bevestigt dit door zijn verklaring dat de accu’s niet in de hal maar op het terrein werden opgeslagen. Met betrekking tot dit buiten aantreffen van de accu’s heeft de verdediging betoogd dat er geen sprake was van opslag maar van overslag van de accu’s op het bedrijfsterrein van [naam verdachte] . De rechtbank heeft geconstateerd dat noch in de omgevingsvergunning noch in het hiervoor genoemde voorschrift 9.7 gesproken wordt van overslag van accu’s. De omgevingsvergunning is duidelijk en kan in het licht van het stringent wettelijk systeem betreffende de binnen de inrichting geldende vergunde handelingen met betrekkingen tot gevaarlijke afvalstoffen niet anders worden opgevat dan een verbod op het buiten de hal al dan niet tijdelijk opslaan van accu’s. Dit wordt ook onderstreept door de verklaring van KAM coördinator [Getuige 2] en de verklaring van toezichthouder [Naam] . Een ruimere interpretatie zoals de verdediging voorspiegelt, is dan ook niet aan de orde. Voor het opslaan in de buitenruimte had verdachte zich tot het bevoegde gezag moeten wenden met het verzoek de vergunning te wijzigen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof gaat niet mee met het verweer dat opslaan en overslaan inwisselbare begrippen zijn. Het begrip overslaan is gedefinieerd in de vergunningsbeschikking, op pagina B1083 van het dossier:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“de term overslaan omvat handelingen zoals (be)laden, lossen, overladen, hevelen e.d. al dan niet op pneumatische of mechanische wijze, bijvoorbeeld door middel van kranen, transportbanden of leidingen.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof leest deze begripsbepaling aldus dat met overslaan de hiervoor genoemde (daadwerkelijk fysieke) handelingen worden bedoeld. Daaronder valt niet het opslaan van goederen, ook niet wanneer dit kortstondig plaatsvindt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Toerekening aan verdachte </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank stelt voorop dat een rechtspersoon als dader van een strafbaar feit kan worden aangemerkt indien de gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon kan worden toegerekend. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Die toerekening is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waartoe mede behoort de aard van de verboden gedraging. Een belangrijk oriëntatiepunt daarbij is of de gedraging heeft plaatsgevonden dan wel is verricht in de sfeer van de rechtspersoon. Een dergelijke gedraging kan in beginsel worden toegerekend aan de rechtspersoon. Van een gedraging in de sfeer van de rechtspersoon kan sprake zijn wanneer zich een of meer van de hiernavolgende omstandigheden voordoen, zo bepaalde de Hoge Raad in het Drijfmest arrest (HR 21 oktober 2003. ECLI:NL:HR:2003:AF7938.):</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit andere hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon; </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">de gedraging past in de normale bedrijfsvoering van de rechtspersoon; </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf; </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard. Onder aanvaarden is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kan worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De hiervoor genoemde handel en het opslaan van accu’s zijn gedragingen die passen in de normale bedrijfsvoering van verdachte, die voor wat betreft de opslag tevens vergunninghouder is. De gedraging bestaande uit het in strijd met de voorschriften van de omgevingsvergunning buiten op het bedrijfsterrein aan de [adres 1] in [Plaats 1] (gemeente [Plaats 1] ) opslaan van accu’s kan daarom in redelijkheid aan verdachte worden toegerekend.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Opzet </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet op artikel 2 van de Wet op de economische delicten en de tenlastelegging moet worden beoordeeld of de gedragingen al dan niet opzettelijk zijn verricht. Opzet en/of wetenschap is geen bestanddeel van de tenlastegelegde overtreding van de Wet Algemene Bepalingen omgevingsrecht. Het ontbreken van wetenschap van de verboden gedraging is niet aan de orde. Volgens vaste jurisprudentie volstaat kleurloos opzet. In dit geval is het voldoende dat er opzet was op het binnen de inrichting in strijd met de omgevingsvergunning buiten de opslagloods en niet in vloeistofdichte containers opslaan van accu’s zonder enige bescherming tegen inregenen. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de genoemde bewijsmiddelen genoegzaam volgt dat er sprake is geweest van opzet in voormelde zin</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank stelt voorop dat artikel 2.25 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalt dat een omgevingsvergunning geldt voor eenieder die het project uitvoert waarop zij betrekking heeft. De omgevingsvergunning is zodoende niet gekoppeld aan de persoon van de houder, maar volgt als het ware het project en heeft daarom een zaaksgebonden karakter. De verboden gedraging betreft het binnen de inrichting opslaan van accu’s in niet vloeistofdichte containers in de buitenruimte, zijnde een niet vergunde opslagplaats, waarbij de accu’s niet beschermd zijn tegen inregenen. Zoals uit de genoemde bewijsmiddelen blijkt vindt de handel in accu’s plaats door [Medeverdachte B.V. 2] en [Medeverdachte B.V. 1] Namens [Medeverdachte B.V. 2] worden de accu’s ontvangen. Dat gebeurt op het bedrijfsterrein, waarvoor aan verdachte een vergunning betreffende een afvalstoffen inrichting is afgegeven, waarna namens [Medeverdachte B.V. 1] de ontvangsten gemeld worden aan het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA). Aldus is sprake van een vervlochten bedrijfsvoering, hetgeen ook uit de verklaring van getuige [Getuige 3] blijkt. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met voornoemde B.V.’s.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Bewijsmiddelen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 27 mei 2003 heeft Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland een aanvraag van verdachte ontvangen voor het veranderen en inwerking hebben van de gehele inrichting. De inrichting is onder meer bestemd voor het op- en overslaan van diverse (gevaarlijke) afvalstoffen en het verwerken van diverse (gevaarlijke) afvalstoffen. De inrichting is gelegen aan de [adres 2] , [adres 1] en de [adres 3] in [Plaats 1] , kadastraal bekend bij de (toenmalige) [gemeente 2] , [sectie] , nummers [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_ca1a4367-e18e-4092-a67c-846127c3b860" />
        <emphasis role="italic"> Op 29 juni 2006 is per beschikking door Gedeputeerde Staten de vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer verstrekt aan verdachte voor de duur van 10 jaar.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_f1aa4e14-06c0-4284-aaa7-24fef6e088db" />
        <emphasis role="italic"> In de aanvraag heeft verdachte aangegeven asbest op een milieu hygiënisch verantwoorde wijze op te zullen slaan. Direct na acceptatie wordt het asbest opgeslagen in een speciale afsluitbare en vloeistofdichte asbestcontainer.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_499645ee-147a-488b-b3ef-e9e50c212649" />
        <emphasis role="italic"> In de voorschriften 9.13 en 9.14 is de wijze van opslaan van asbest opgenomen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Asbest </title>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op- en overslag van asbesthoudend isolatie- en bouwmateriaal moet plaatsvinden ineen daartoe bestemde container. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De opslagplaats moet, behoudens tijdens het inbrengen van asbesthoudend materiaal, zijn afgesloten. Op of nabij de opslagplaats moet op duidelijke wijze zijn aangegeven dat het gaat om de opslag van bedoelde stoffen.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_9c679362-dde1-495a-99c4-d91098e28f8f" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze voorschriften zijn niet gewijzigd bij de aan verdachte verleende beschikking van 9 mei 2011.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_5decaa43-cd0e-4bbb-95d9-eb485a6d560f" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 12 juli 2018 wordt door buitengewoon opsporingsambtenaar [ambtenaar] een controle uitgevoerd op onder meer de locatie [adres 1] in [Plaats 1] .</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_da30adea-0587-421e-b4a7-997bacd07a05" />
          <emphasis role="italic"> Zij constateert op een opslaglocatie van containers en vrachtwagens (asbestlocatie 2) tien containers met vermoedelijk asbesthoudende materialen. In de containers liggen witte plastic zakken. Op de containers is plastic bevestigd met daarop de waarschuwingstekst “asbest”. Bij 3 containers ziet verbalisante asbest verdachte materialen met de buitenlucht in contact treden. De containers zijn niet afgesloten. Tevens zit er over de containers geen afdekzeil. Uit één van de containers zijn twee monsters genomen van de vermoedelijk asbesthoudende golfplaten. Ook wordt er uit een andere container een monster genomen.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_9c1ceba3-8b43-4b57-b9ff-96ed9abd5857" />
          <emphasis role="italic"> Uit de analyse van de monsters blijkt dat deze asbest bevatten.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_6629c56a-0bf6-4dca-94d2-8dfa331a681d" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op een andere locatie (asbestlocatie 3) op het terrein staan twee containers met daarin witte plastic zakken met daarop de tekst “asbest”.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_a3298e33-b689-42b9-a8ff-31958415edaa" />
          <emphasis role="italic"> Deze plastic zakken waren niet deugdelijk afgesloten. Verbalisante zag dat de inhoud door kieren in de zakken met de buitenlucht in contact kwam. Op de bijgevoegde foto’s is te zien dat deze containers niet met een dekzeil zijn afgedekt.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_928d22a3-716a-4dc0-945a-45b43526a7ed" />
          <emphasis role="italic"> De heer [Getuige 3] vertelt aan [ambtenaar] dat in deze containers asbesthoudende grond zit, welke nog afgevoerd moet worden naar [bedrijf] . [Getuige 3] overhandigt een kopie van de offerte voor het afvoeren van ongeveer 44 ton asbesthoudende grond naar [Naam bedrijf] in [Plaats 2] .</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_96454a8f-c69d-4f54-aacb-fadd188087fd" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Getuige [Getuige 3] verklaart op 4 december 2018, als volgt: </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">…‘Ik sta op de loonlijst van [Medeverdachte B.V. 1] . </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">…Ik ben planner voor alle BV’s van [naam verdachte] .</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_bd4dae96-cfd7-4366-acdf-c99866a7e55b" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(V) Wat weet ik van de opslag van asbesthoudend materiaal binnen de inrichting? </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(A) Ik weet dat het afgedekt moet zijn.</emphasis>
          <footnote-ref linkend="_efb0edd1-763a-484f-9ba1-cb867c6b16e5" />
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Vrijspraak overtreden voorschrift 9.15</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van voorschrift 9.15 van de omgevings-vergunning. Op 12 juli 2018 is er weliswaar door verbalisant [ambtenaar] asbesthoudend materiaal aangetroffen maar het procesdossier verschaft niet in voldoende mate duidelijkheid over: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- de vorm waarin het asbesthoudende materiaal is geaccepteerd en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- op welk moment deze acceptatie van het asbesthoudende materiaal heeft plaatsgevonden.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gelet op het ontbreken van wettig bewijs voor </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">het accepteren</emphasis>
          <emphasis role="italic"> van asbesthoudend materiaal dat niet deugdelijk verpakt is volgens voorschrift 9.15 van de omgevingsvergunning zal de  rechtbank verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Bewijsoverweging overtreden voorschrift 9.14</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uit voorgaande bewijsmiddelen blijkt dat op het bedrijfsterrein van [naam verdachte] aan de [adres 1] in [Plaats 1] de opslag van (gevaarlijke) afvalstoffen, waaronder asbest plaatsvindt en dat de opslag van vorenbedoelde asbesthoudende afvalstoffen op 12 juli 2018 plaatsvond in een opslagplaats (container) die – in strijd met vorenbedoeld vergunningsvoorschrift 9.14 – niet afdoende was afgesloten. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Toerekening aan verdachte </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals hiervoor ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde is overwogen, kan een rechtspersoon als dader van een strafbaar feit worden aangemerkt indien de gedraging in redelijkheid aan de rechtspersoon kan worden toegerekend</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewijs volgt dat verdachte op 12 juli 2018 in [Plaats 1] asbesthoudend materiaal heeft opgeslagen in daartoe bestemde containers die niet met een dekzeil afgesloten waren, waardoor er asbesthoudende materiaal met de buitenlucht in contact kwam. Het opslaan van asbesthoudend materiaal is een gedraging die past in de normale bedrijfsvoering van verdachte, die tevens vergunninghouder is. De gedraging bestaande uit het in strijd met de voorschriften van de omgevingsvergunning asbesthoudend materiaal in onafgedekte containers opslaan, kan in redelijkheid aan verdachte worden toegerekend, omdat het opslaan van asbesthoudend materiaal in de normale bedrijfsvoering past.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Opzet </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor ten aanzien van het opzet bij overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is overwogen, overweegt de rechtbank het navolgende. Voor het bewezen verklaren van opzet is voldoende dat er opzet was op het binnen de inrichting in strijd met de omgevingsvergunning opslaan van asbesthoudend materiaal in niet afgesloten containers. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de genoemde bewijsmiddelen genoegzaam volgt dat er sprake is geweest van opzet in voormelde zin. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Medeplegen </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging, nu het procesdossier onvoldoende aanknopingspunten biedt voor bewijs van een nauwe en bewuste samenwerking.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel - ook in onderdelen - slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1.<?linebreak?>zij op <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> tijdstip<emphasis role="strike-through">(</emphasis>pen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 11 februari 2018 tot en met 12 juli 2018 te [Plaats 1] in de [gemeente 1] , tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">één of meer</emphasis> andere rechtspersonen <emphasis role="strike-through">en/of met één of meerdere natuurlijke personen, althans alleen, al dan niet</emphasis> opzettelijk, </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>heeft gehandeld in strijd met één <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> voorschrift<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> dat<emphasis role="strike-through">/die</emphasis> verbonden was<emphasis role="strike-through">/waren</emphasis> aan een omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te weten de krachtens de Wet milieubeheer bij besluit(en) van 29 juni 2006 met kenmerk [kenmerk] en/of beschikking van 9 mei 2011 (zaaknummer [Zaak nummer] ) door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland aan haar verleende (revisie)vergunning voor de inrichting gelegen aan de [adres 1] te [Plaats 1] , kadastraal bekend gemeente [Plaats 1] , [sectie] , nummers [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] , aangezien de accu’s niet werden opgeslagen in vloeistofdichte <emphasis role="strike-through">en/of zuurbestendige</emphasis> bakken <emphasis role="strike-through">en/</emphasis>of containers en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> werden de accu's niet opgeslagen in bakken in een daartoe bestemde overdekte opslagloods, zodanig dat deze tegen inregenen zijn beschermd (vergunningvoorschrift 9.7 <emphasis role="strike-through">bijlagendossier ordner 3 p. B1105</emphasis>), </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para>2.<?linebreak?>zij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 12 juli 2018 te [Plaats 1] in de [gemeente 1] ,<emphasis role="strike-through"> tezamen en in vereniging met één of meer andere rechtspersonen en/of met één of meerdere natuurlijke personen, althans alleen, al dan niet</emphasis> opzettelijk<emphasis role="strike-through">,</emphasis> heeft gehandeld in strijd met een voorschrift dat verbonden was aan een omgevingsvergunning die betrekking had op (een) activiteit(en) als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, te weten de krachtens de Wet milieubeheer bij besluit(en) van 29 juni 2006 met kenmerk [kenmerk] en/of beschikking van 9 mei 2011 (zaaknummer [Zaak nummer] ) door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland aan haar verleende (revisie)vergunning voor de inrichting gelegen aan de [adres 1] te [Plaats 1] , kadastraal bekend gemeente [Plaats 1] , [sectie] , nummers [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] , </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>aangezien binnen de inrichting (op asbest locatie 2 en asbest locatie 3, bijlagendossier ordner 5, B1980) asbesthoudend afval werd <emphasis role="strike-through">geaccepteerd en/of</emphasis> opgeslagen <emphasis role="strike-through">dat niet in dubbel plastic van minimaal 0.2 cm dik was verpakt en/of</emphasis> dat niet was opgeslagen in afgesloten containers<emphasis role="strike-through">, althans niet in containers afgesloten door een dekzeil</emphasis> (vergunningvoorschrift 9.15<emphasis role="strike-through">, bijlagendossier ordner 3, p. B1105</emphasis>); </para>
        <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.3 aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.3 aanhef en onder a van de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oplegging van straf</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een geldboete van </para>
        <para>€ 45.000,-, waarvan € 20.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Dit komt neer op een correctie van 10% vergeleken met de straf van de rechtbank wegens overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de verdediging is bepleit om geen straf of maatregel op te leggen gelet op de handelswijze van het openbaar ministerie en de overheid. Verder moet rekening worden gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van het hof</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op het maatschappelijk functioneren van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft – als grote afvalstoffenverwerker – in de periode van 11 februari 2018 tot en met 12 juli 2018 in [Plaats 1] in strijd met de aan haar verleende omgevingsvergunning accu’s in (niet vloeistofdichte) containers opgeslagen op het buitenterrein, zonder enige bescherming tegen inregenen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in strijd met de omgevingsvergunning opslaan van asbesthoudend materiaal in niet afgesloten containers. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het is in het belang van de volksgezondheid en de bescherming van het milieu dat er wettelijke voorschriften gelden ten aanzien van de opslag van gevaarlijke stoffen. Deze regels zijn er om het vervuilen van het milieu zo veel mogelijk tegen te gaan en om handelingen met betrekking tot (gevaarlijke) afvalstoffen te reguleren. Door zich niet te houden aan deze regels heeft verdachte voordeel gehad ten opzichte van concurrenten die zich wel aan de geldende voorschriften houden en heeft verdachte op de koop toegenomen dat er schade toegebracht kan worden aan het milieu. Het hof rekent dit verdachte als grote speler in de afvalstoffenbranche aan, alsmede het feit dat slechts na bestuursdwang en een vordering onder dwangsom het handelen binnen de [naam verdachte] -groep is aangepast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte van 12 augustus 2025 blijkt dat verdachte meermaals is veroordeeld voor soortgelijke feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof acht met het hiervoor besprokene in achtgenomen in beginsel een geldboete van </para>
        <para>€ 50.000,-, waarvan € 20.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof houdt rekening met het feit dat de procedure niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). In hoger beroep is de redelijke termijn overschreden. Namens verdachte is op 16 juni 2021 hoger beroep ingesteld en dit  arrest wordt gewezen op 21 oktober 2025. Daarmee is de redelijke termijn in hoger beroep met 2 jaren en ongeveer 4 maanden overschreden. Alhoewel in eerste aanleg – uitgaande van een aanvangsdatum van 21 juli 2020, zijnde de datum waarop de inleidende dagvaarding aan verdachte is betekend – formeel geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, is de totale termijn van vier jaren waarbinnen een zaak afgerond dient te zijn met 1 jaar en ongeveer 3 maanden overschreden. Het hof zal gelet op de overschrijding van de redelijke termijn  een strafvermindering  van 10 % toepassen op het onvoorwaardelijke strafdeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht het hof een geldboete van € 45.000,-, waarvan € 20.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 51, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 2.1 en 2.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart, zoals hiervoor overwogen, bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 45.000,00 (vijfenveertigduizend euro)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de geldboete, groot <emphasis role="bold">€ 20.000,00 (twintigduizend euro)</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. M.L. Plas, voorzitter,</para>
      <para>mr. S. Bek en mr. O.F. Essens raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.J.H. Salvino, griffier,</para>
      <para>en op 21 oktober 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_99bd80e9-9e24-4a27-9a83-2c476a5b39bc" label="1">
    <para> Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland, team Milieu van het onderzoek ONRADI7005 ZOLA van 16april 2018. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen. opgemaakt proces-verbaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e5853e5-21b2-4871-bd02-af4f49cad3d4" label="2">
    <para> B1986.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb531703-046e-4904-8e06-15e7019f07cc" label="3">
    <para> B1075.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_af652756-40b5-4fcc-90d0-b34b6fd8ca4a" label="4">
    <para> B1025.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9a774c5-4f4c-4c51-88c2-1f364d8d5c76" label="5">
    <para> B1105</para>
  </footnote>
  <footnote id="_63af3fa6-2a4a-42c8-ba24-6761d9d3b1e7" label="6">
    <para> B958</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6129dd75-b93b-4101-89b9-14cb136fe936" label="7">
    <para> B961.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e245b38-7ff3-4c84-b1b7-55271ec79956" label="8">
    <para> B1537</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a94458e5-e226-4eb1-be28-4d2d952a37e1" label="9">
    <para> B1538, B1540 tot en met B1548.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9697efe3-1b99-42b8-b247-c824a2bcf0f7" label="10">
    <para> B1246.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e88fa5ef-c470-4221-9b0b-987a1c8ceb63" label="11">
    <para> B1466, B1468, B1470 en B1471.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f23d6efc-d137-4474-b44a-030d490ee2bf" label="12">
    <para> B1467, B1473 en B1474</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1e3b1c7c-c5ab-4087-8c0b-98cbde2c84b9" label="13">
    <para> G66.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f45e0714-374e-4621-8847-f67d44c7a564" label="14">
    <para> G68, alinea 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebcf1672-e584-4336-8fcf-9accb9852ab7" label="15">
    <para> G69, alinea 1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1688c4bc-4b14-435f-b5a3-002892bbb2b7" label="16">
    <para> G290, alinea 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_222d7ea7-30b8-4e8a-8f7d-b2e240952a69" label="17">
    <para> G293, alinea 7, 9 en 10.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_498eb3a1-0b1a-4fdf-ab41-d7b5695d6ed3" label="18">
    <para> G259, G260 alinea 9 en 10 en G262 alinea 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3fffa410-696e-4ba6-a4b2-bfa6296c74fd" label="19">
    <para> Zie het proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg, blad 8, regel 26 en 27.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c74634e8-21d9-4553-823c-3c23c51f3098" label="20">
    <para> Zie het proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg, blad 9, regel 38 tot en met 41.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_38edb985-55b3-4727-a1a4-dd87aa3a8966" label="21">
    <para> Zie het proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg, blad 10, regel 2, 3, 17 en 18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca1a4367-e18e-4092-a67c-846127c3b860" label="22">
    <para> B1986.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f1aa4e14-06c0-4284-aaa7-24fef6e088db" label="23">
    <para> B1075.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_499645ee-147a-488b-b3ef-e9e50c212649" label="24">
    <para> B1010 en B1020.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c679362-dde1-495a-99c4-d91098e28f8f" label="25">
    <para> B1987.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5decaa43-cd0e-4bbb-95d9-eb485a6d560f" label="26">
    <para> B961.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da30adea-0587-421e-b4a7-997bacd07a05" label="27">
    <para> B1978.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c1ceba3-8b43-4b57-b9ff-96ed9abd5857" label="28">
    <para> B1980.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6629c56a-0bf6-4dca-94d2-8dfa331a681d" label="29">
    <para> B1981, B2005 tot en met B2013</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a3298e33-b689-42b9-a8ff-31958415edaa" label="30">
    <para> B1979, B1980 en B1996 tot en met B2001.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_928d22a3-716a-4dc0-945a-45b43526a7ed" label="31">
    <para> B2003.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96454a8f-c69d-4f54-aacb-fadd188087fd" label="32">
    <para> B2017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd4dae96-cfd7-4366-acdf-c99866a7e55b" label="33">
    <para> G259.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_efb0edd1-763a-484f-9ba1-cb867c6b16e5" label="34">
    <para> G263, alinea 8.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>