<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:5869</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-26T15:02:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-001636-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:5869">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:5869</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-25T11:13:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:5869 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-09-2025 / 21-001636-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:5869:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof heeft het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 29 maart 2024 bevestigd met overneming en aanvulling van de gronden. Het hof is in aanvulling op dit vonnis van oordeel dat verdachte aanvankelijk een leugenachtige verklaring heeft afgelegd en dat die verklaring bijdraagt aan het bewijs van verkrachting. Bevestiging van het vonnis houdt in dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Het hof heeft ook de beslissing van de rechtbank op de vordering van de benadeelde partij, die in de procedure in hoger beroep is komen te overlijden, bevestigd. Tot slot heeft het hof een beslissing genomen op de vordering tot schadevergoeding van de moeder als nabestaande van de benadeelde partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:5869:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-001636-24 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	26 september 2025</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 29 maart 2024 met parketnummer 05-060074-23 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976, </para>
      <para>wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 12 september 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. W. Vahl, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. S. Vermeulen, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij bovengenoemd vonnis het tenlastegelegde bewezen verklaard, dit gekwalificeerd als verkrachting en verdachte hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 12.717,94, te vermeerderen met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en op goede gronden heeft beslist ten aanzien van de bewezenverklaring, de kwalificatie, de opgelegde straf en de vordering van de benadeelde partij. Het hof zal het vonnis met aanvulling van een bewijsmiddel en de gronden bevestigen. Daarnaast zal het hof een aanvullende overweging wijden aan de vordering van de benadeelde partij en het dictum aanvullen met een beslissing over het in hoger beroep gevorderde door de moeder [nabestaande van benadeelde partij] als nabestaande. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Aanvullende overweging ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat het bestanddeel dwang niet kan worden bewezen. Dat hiervan sprake zou zijn, volgt namelijk alleen uit de verklaring van aangeefster [benadeelde] zelf. De berichten die zij die avond heeft gewisseld met [naam 1] en [naam 2] kunnen niet als steunbewijs dienen, nu ook deze afkomstig zijn van aangeefster en dus uit dezelfde bron. Er zijn bovendien redenen om vraagtekens te plaatsen bij de betrouwbaarheid van haar verklaring. De verdediging heeft daarom vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat de rechtbank in haar vonnis gemotiveerd is ingegaan op de verweren van de verdediging en uitleg heeft gegeven over de interpretatie en duiding van de verschillende bewijsmiddelen. Het hof is van oordeel dat de rechtbank een juiste afweging heeft gemaakt en dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster te twijfelen. Hetgeen in hoger beroep is aangevoerd is in de kern niet anders dan bij de rechtbank is bepleit. Het hof acht daarnaast van belang dat verdachte in zijn verhoor van 9 januari 2023 aanvankelijk meermalen, overtuigend en met klem heeft ontkend dat er seksuele handelingen tussen aangeefster en hemzelf hebben plaatsgevonden. Zo verklaart hij onder meer “lk heb haar niet geneukt”, “Ik heb haar nooit aangeraakt”, “Er is niks gebeurd” “Dat is niet waar, ik heb niks gedaan he”. “Het is helemaal niet waar. Duizend keer niet, ik heb niks gedaan he.” “Het is absoluut niet gebeurd”, “Ik heb niet gevingerd, niet gelikt, ik heb niets bij haar gedaan. Absoluut niet”, “Dat is ook niet gebeurd. lk heb haar niet geneukt. Dat is absoluut niet gebeurd.”, ”Ik heb haar niet geneukt. Honderd procent niet.” “Ik heb haar nooit geneukt. Dat weet ik honderd procent, nee duizend procent.” “Ik heb haar nooit geneukt. Dat weet ik honderd procent zeker”, “Ik weet zeker dat ik haar niet geneukt heb” en “ik zwijg er niet over, ik heb haar niet geneukt, niet uitgekleed en niet aangeraakt”.<footnote-ref linkend="_8ee73b09-05f9-44c5-9b21-c52e7207acf4" /> Deze verklaring(en) van verdachte stroken niet met de verklaring van aangeefster en de (latere) verklaring van verdachte en zijn bovendien niet verenigbaar met de resultaten van het DNA-onderzoek. Gelet op de uitdrukkelijke en met overtuiging gebruikte bewoordingen waarbij verdachte meermalen ondubbelzinnig ontkent dat sprake was seksuele gemeenschap, kan de verklaring van verdachte dat hij geen seks met aangeefster heeft gehad niet als een vergissing worden beschouwd. Pas op het moment dat door de verhoorder wordt opgemerkt dat er diep vaginaal DNA van verdachte<footnote-ref linkend="_c1b63b08-239c-4ea9-b761-6a2ac073246c" /> is aangetroffen legt verdachte na overleg met zijn raadsvrouw een andersluidende verklaring af en bekent hij seks met aangeefster te hebben gehad. Kennelijk heeft verdachte met zijn eerste verklaring de waarheid willen bemantelen door te doen laten geloven dat er geen seks heeft plaatsgevonden. Het hof is van oordeel dat deze leugenachtige verklaring bijdraagt aan het bewijs dat er seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, gepleegd onder dwang, zoals aangeefster heeft verklaard en in de bewezenverklaring tot uitdrukking komt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Vermeulen heeft ter zitting van het hof gesteld dat de psychische toestand van aangeefster na het tenlastegelegde dermate is verslechterd dat zij als gevolg hiervan is overleden. Haar moeder, [nabestaande van benadeelde partij] (<emphasis role="italic">het hof begrijpt: [nabestaande van benadeelde partij]</emphasis>), is erfgenaam en voegt zich namens aangeefster in de strafprocedure op grond van artikel 51f, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Zij vordert geen eigen schade, maar vordert enkel de schade die aangeefster heeft geleden. De vordering van aangeefster gaat over op haar moeder als nabestaande, aldus mr. Vermeulen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat benadeelde [benadeelde] haar in eerste aanleg ingediende vordering tot schadevergoeding heeft gehandhaafd bij schrijven van 15 november 2024. Het hof stelt verder vast dat zij op 7 mei 2025 is overleden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is anders dan de raadsvrouw en advocaat-generaal van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden vastgesteld dat tussen de bewezen verklaarde verkrachting en het overlijden van benadeelde [benadeelde] een zodanig verband bestaat, dat haar overlijden redelijkerwijs aan verdachte is toe te rekenen. Het hof is om die reden van oordeel dat [nabestaande van benadeelde partij] als nabestaande zich niet kan voegen in deze strafprocedure op grond van artikel 51f, tweede lid, Sv. Het hof zal [nabestaande van benadeelde partij] daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot slot overweegt het hof op grond van bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad dat, als voeging in eerste aanleg heeft plaatsgehad en de benadeelde partij daarna komt te overlijden deze voeging, voor zover gevorderde schadevergoeding is toegewezen, van rechtswege voortduurt in hoger beroep en dat het hof daarop een beslissing dient te nemen. De aansprakelijkheid van verdachte jegens de benadeelde partij eindigt ook niet door het overlijden van de benadeelde partij.<footnote-ref linkend="_a9332b83-0839-44a9-83a3-1ba2f8703ed9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van vorenstaande. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [nabestaande van benadeelde partij]</title>
    <para>Verklaart de benadeelde partij [nabestaande van benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter,</para>
      <para>mr. S. Taalman en mr. F.J.W.M. Tas, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.A. Hoekstra, griffier,</para>
      <para>en op 26 september 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. F.J.W.M. Tas is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.  </para>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 26 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter,</para>
      <para>mr. S. Dijkman, advocaat-generaal,</para>
      <para>mr. C.D. Maris, griffier.</para>
      <para>De voorzitter doet de zaak uitroepen.</para>
      <para>De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>De voorzitter spreekt het arrest uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_8ee73b09-05f9-44c5-9b21-c52e7207acf4" label="1">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 200-202.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c1b63b08-239c-4ea9-b761-6a2ac073246c" label="2">
    <para> Deskundigenrapportage forensisch DNA-onderzoek, p. 183-186. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a9332b83-0839-44a9-83a3-1ba2f8703ed9" label="3">
    <para> Hoge Raad 1 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:498; Hoge Raad 15 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:917; Hoge Raad 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL9105.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>