<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:5217</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-15T09:53:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.349.974/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:5217">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:5217</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-15T09:53:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:5217 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-08-2025 / Wahv 200.349.974/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:5217:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voertuig voorzien van voorziening die bij botsing de kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk kan vergroten. Aan de voorzijde van het voertuig was een bullbar bevestigd. De gedraging kan worden vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:5217:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.349.974/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 260511029 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 26 augustus 2025</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 17 oktober 2024, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “voertuig voorzien van voorziening die bij botsing kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk vergroten”. Deze gedraging zou zijn verricht op 26 augustus 2023 om 14.20 uur op de Oudestreek in Zevenhuizen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Aan de voorzijde van het voertuig van de betrokkene is een bullbar geplaatst. Op geen enkele wijze blijkt uit het dossier dat de bullbar de kans op lichamelijk letsel bij een botsing vergroot. De bullbar is deugdelijk bevestigd en er steken geen scherpe onderdelen uit. De kantonrechter heeft geoordeeld dat bullbars verboden zijn op vrachtwagens boven de 3.500 kg, maar dit blijkt niet uit de wetgeving. Uit artikel 5.3.48 van het Reglement voertuigen (Rv) blijkt niet dat bullbars verboden zijn op vrachtwagens boven de 3.500 kg. Uit artikel 5.3.30 Rv blijkt dat een frontbeschermingsinrichting van bedrijfsauto’s die niet meer dan 3.500 kg zijn, moet zijn goedgekeurd en voorzien van een EU-typegoedkeuringsmerk. Het voertuig van de betrokkene is zwaarder dan 3.500 kg en hoeft daarom niet aan deze voorwaarden te voldoen. Desondanks heeft de betrokkene de bullbar laten keuren. De bullbar voldoet aan de Europese regelgeving en is goedgekeurd. Ter onderbouwing is een keuringsrapport meegestuurd.</para>
    <para>3. Vaststaat dat aan de voorzijde van de vrachtwagen van de betrokkene een bullbar was bevestigd. Het dossier bevat foto’s die de ambtenaar van de betreffende bullbar heeft gemaakt. Uit de door de betrokkene overgelegde documentatie blijkt dat deze bullbar een breedte heeft van 2146 mm en een hoogte van 1258 mm, en bestaat uit een constructie van metalen buizen met een metalen raster daarvoor. Het hof dient de vraag te beantwoorden of deze constructie op het voertuig van de betrokkene is toegestaan.</para>
    <para />
    <para>4. In artikel 5.3.48, eerste tot en met derde lid, van de Regeling voertuigen (Rv) is bepaald:</para>
    <parablock>
      <para>1. Bedrijfsauto’s mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.</para>
      <para>2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten uitstekende delen van bedrijfsauto’s die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.</para>
      <para>3. In aanvulling op het bepaalde in het eerste en tweede lid, mogen bedrijfsauto’s aan de voorzijde niet zijn voorzien van voorzieningen die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten.</para>
      <para>In artikel 5.3.50 van de Rv is bepaald:</para>
      <para>Frontbeschermingsinrichtingen van bedrijfsauto’s met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg, die na 31 december 2008 in gebruik zijn genomen, moeten zijn goedgekeurd voor het voertuig waarop zij zijn aangebracht en moeten zijn voorzien van een EU-typegoedkeuringsmerk dat voldoet aan de daaromtrent in bijlage VIII, artikel 112, gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Anders dan de gemachtigde meent kan uit de omstandigheid dat in artikel 5.3.50 van de Rv bedrijfsauto’s met een massa van meer dan 3.500 kg niet worden genoemd, niet worden afgeleid dat een frontbeschermingsinrichting op vrachtwagens boven de 3.500 kg is toegestaan en dat deze dan niet hoeft te zijn goedgekeurd. Ingevolge artikel 5.3.48, derde lid, van de Rv en artikel 5.3.50 van de Rv, in samenhang gelezen, is onder voorwaarden een frontbeschermingsinrichting toegestaan op voertuigen van niet meer dan 3.500 kg, maar niet toegestaan op voertuigen zwaarder dan 3.500 kg. </para>
    <para />
    <para>6. De betrokkene heeft verwezen naar een schrijven van Research Institutes of Sweden AB, waarin wordt verklaard dat een drietal nader aangeduide types bullbar van Hypro AS “do not diverge from the requirements in Swedish Transports Agency’s regulation TSFS 2017:10, Appendix 1, Section 49”. Het hof overweegt dat de omstandigheid dat de betreffende bullbar niet in strijd wordt geacht met de Zweedse regelgeving, niet afdoet aan de het verbod ingevolge de 5.3.48, derde lid, van de Rv, ook niet wanneer er vanuit wordt gegaan dat de betreffende Zweedse regelgeving verenigbaar is met Europese regelgeving daaromtrent. De stelling van de betrokkene dat de bullbar deugdelijk is bevestigd en dat er geen scherpe onderdelen uitsteken, maakt dit oordeel evenmin anders. Het gevaar kan ook bestaan uit de afmetingen en de hardheid van de voorziening. Daar komt bij dat een op zichzelf deugdelijke voorziening bijvoorbeeld ook invloed kan hebben op de werking van de kreukelzone van een voertuig, wat de kans op lichamelijk letsel kan vergroten omdat de botsveiligheid wordt verminderd. Gelet op het voorgaande stelt het hof dan ook vast dat de gedraging kan worden vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>7. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>