<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:4635</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-18T11:32:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-004786-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4635">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4635</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-18T11:31:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4635 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-07-2025 / 21-004786-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:4635:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 141 Sr. Vernietiging van het vonnis van de politierechter. Bewezenverklaring van openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren, in combinatie met een taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest. Afwijzing van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade. Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding ten aanzien van de immateriële schade. Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de proceskosten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:4635:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-004786-23 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	24 juli 2025</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verkort arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 6 oktober 2023 met parketnummer 18-098587-23 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 juli 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietiging van het vonnis van de politierechter;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling van verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde tot een taakstraf van 100 uur, bij niet verrichten te vervangen door 50 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van € 15.416,38, bestaande uit € 11.916,38 aan materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>toewijzing van de proceskosten tot een bedrag van € 1.086,00. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. K.E. Wielenga, en de advocaat van de benadeelde partij, mr. L.H. Poortman-de Boer, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een taakstraf van 180 uren, bij niet verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] hoofdelijk toegewezen tot een bedrag van € 17.286,21, bestaande uit € 13.786,21 aan materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de proceskosten toegewezen tot een bedrag van € 1.058,00. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewezenverklaring komt en daarom opnieuw rechtdoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 12 april 2023 te [plaats] , openlijk, te weten op de [weg] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] , door die [benadeelde] te duwen en/of meermalen, althans eenmaal, met de vuist op het oog en/of op het oor en/of op de neus, althans in het gezicht, te slaan en/of te stompen, waardoor die [benadeelde] op de grond is gevallen, terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een breuk in de oogkas, voor die [benadeelde] ten gevolge heeft gehad<?linebreak?></para>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen</para>
      <para>leiden:</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 12 april 2023 te [plaats] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] te duwen en/of meermalen, althans eenmaal, met de vuist op het oog en/of op het oor en/of op de neus, althans in het gezicht, te slaan en/of te stompen, waardoor die [benadeelde] op de grond is gevallen, terwijl dit een breuk in de oogkas van die [benadeelde] ten gevolge heeft gehad</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overweging met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is op grond van de hiervoor beschreven, aan wettige bewijsmiddelen ontleende, feiten en omstandigheden van oordeel dat het primair tenlastegelegde feit kan worden bewezen. De door het hof gebezigde bewijsmiddelen zullen worden opgenomen in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Het hof overweegt hiertoe als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een verdachte is schuldig aan openlijke geweldpleging indien sprake is van tegen – in het onderhavige geval – personen gericht geweld dat voor publiek waarneembaar is, en waaraan de verdachte een significante of wezenlijke bijdrage levert. Een verdachte kan dit doen door zelf een of meer gewelddadige handelingen te verrichten, maar kan dit ook doen door een vocale, intellectuele of andere bijdrage te leveren aan de groep van personen die het geweld pleegt. Evenwel is de enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt, niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die in vereniging geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier ziet het hof voldoende aanwijzingen dat verdachte deze bijdrage aan het geweld tegen aangever heeft geleverd. Uit de aangifte volgt dat verdachte in het bijzijn van anderen aangever heeft bespuugd waarop aangever een stap richting verdachte heeft gezet en zijn hand met daarin zijn sleutels omhoog deed. Volgens aangever kreeg hij op dat moment een duw van verdachte. Dit laatste wordt ondersteund door de verklaring van [getuige] . Hij heeft gezien dat aangever een duw kreeg van verdachte en dat verdachte met een gebalde vuist uithaalde naar het gezicht van aangever. Vanaf dat moment raakte de zoon van verdachte, medeverdachte, bij het conflict betrokken. Medeverdachte heeft bij de politie verklaard dat hij aangever een klap in zijn gezicht heeft gegeven met zijn vuist en toen aangever op de grond lag nogmaals een stoot met zijn vuist heeft gegeven. Verdachte heeft tijdens de zitting bij het hof aangegeven dat hij zich niet meer kan herinneren of hij aangever heeft bespuugd of geduwd, maar bekent dat het conflict met hem is begonnen en dat hij hierbij aanwezig was. Op grond van de verklaring van aangever, de getuigenverklaring van [getuige] en de verklaring van verdachte zelf komt het hof tot de conclusie dat verdachte een wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd. Het hof acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de zitting bij het hof heeft medeverdachte verklaard dat hij dacht dat aangever zijn vader zou gaan slaan. Verdachte stelt zich op hetzelfde standpunt. Voor zover door verdachte (en medeverdachte) een beroep wordt gedaan op (putatief) noodweer omdat verdachte vanuit hun perspectief verdedigd zou moeten worden tegen geweld van aangever, is het hof van oordeel dat dit niet kan slagen. Het hof volgt de lezing van de [getuige] , die geheel onafhankelijk is en welke lezing wordt ondersteund door de aangifte. Het hof gaat dus uit van een andere feitelijke lezing. Het is dan ook onvoldoende aannemelijk geworden dat medeverdachte verdachte zich gerechtvaardigd moest verdedigen tegen geweld van aangever. Niet alleen aangever, maar ook [getuige] geeft aan dat aangever “uit het niets” gewelddadig werd benaderd. Ook omdat er eerder in deze “burenruzie” geen sprake geweest is van enige fysieke confrontatie, is het hof van oordeel dat de omstandigheid dat aangever met sleutels in zijn handen een stap vooruit heeft gezet richting verdachte, niet aannemelijk maakt dat er sprake was van een onmiddellijke wederrechtelijke aanval op verdachte door aangever (en ook niet aannemelijk maakt dat de medeverdachte ten aanzien hiervan verschoonbaar heeft gedwaald).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu verdachte ontkent dat hij aangever daadwerkelijk heeft geraakt met een vuistslag en dit ook anderszins op grond van het dossier niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld, dient verdachte partieel te worden vrijgesproken van het deel van de tenlastelegging dat ziet op dat het door verdachte gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een breuk in de oogkas, voor aangever ten gevolge heeft gehad.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>primair<?linebreak?>hij op 12 april 2023 te [plaats] , openlijk, te weten op de [weg] , op de openbare weg en op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [benadeelde] , door die [benadeelde] te duwen en meermalen met de vuist in het gezicht te stompen, waardoor die [benadeelde] op de grond is gevallen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het primair bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich samen met zijn zoon schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen tegen aangever, tevens de eigenaar van het bedrijf naast het bedrijf van verdachten. Daarbij heeft verdachte aangever geduwd en heeft medeverdachte aangever meermalen met een vuist in het gezicht gestompt. Aangever heeft hierdoor letsel opgelopen. Door zo te handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast versterkt dit soort geweld gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft de persoon van verdachte heeft het hof gelet op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 juni 2025, waaruit blijkt dat hij recentelijk niet voor een soortgelijk of andersoortig strafbaar feit veroordeeld is. Het hof neemt dit in strafverminderende zin mee. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof houdt bij de straftoemeting verder rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die door verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht. Verdachte verklaart dat het de laatste jaren minder goed gaat met het bedrijf dat hij samen met zijn zoon runt. Het bedrijf heeft schulden en verdachte en zijn zoon moeten veel uren maken om het bedrijf in stand te houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Rekening houdend met het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, alsmede met de ernst van de verweten gedragingen acht het hof – net als de advocaat-generaal – een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren, in combinatie met een taakstraf van 80 uren, bij niet verrichten te vervangen door 40 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf is ter voorkoming van recidive, dat bij verdachte als een risico wordt gezien nu zijn bedrijf zich nog steeds naast het bedrijf van aangever bevindt en tijdens de zitting bij het hof duidelijk is geworden dat het onderliggende conflict ten aanzien van het al dan niet blokkeren van de toegangsweg naar het bedrijf van aangever nog niet is opgelost. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 23.170,44, bestaande uit 17.920,44 aan materiële schade en € 5.250,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 17.286,21, bestaande uit € 12.728,21 aan materiële kosten en € 3.500,00 aan immateriële kosten. Verder zijn de proceskosten toegewezen tot een bedrag van € 1.058,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij stelt – kort gezegd – dat hij ten gevolge van het door het incident ontstane letsel en de psychische klachten niet in staat is geweest zijn bedrijf te exploiteren waardoor hij maandenlang derden heeft moeten inschakelen en daardoor schade heeft geleden ter hoogte van € 13.750,77 en daarnaast een geschatte toekomstige schade zal lijden van € 2.250,00. De benadeelde partij is daarnaast een tijd niet meer in staat geweest zijn tuin te onderhouden en huishoudelijke taken te verrichten waardoor hij dit eveneens aan derden heeft moeten uitbesteden en schade heeft geleden van € 248,23 respectievelijk € 1.636,00. Op dit moment gaat het mentaal nog steeds niet goed en zijn de spanningen nog dagelijks aanwezig. De benadeelde partij stelt aanspraak te hebben op een bedrag van € 5.250,00 aan smartengeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging stelt zich op het standpunt dat de kosten van het inhuren van twee personen voor het vervangen van verdachte in zijn bedrijf in de periode dat verdachte als gevolg van het incident niet kon werken, geen schadepost opleveren. De schade zou volgens de verdediging uit de winstderving moeten bestaan en dit kan pas berekend worden indien de benadeelde partij de financiële gegevens van zijn bedrijf ten aanzien van het jaar 2022, 2023 en 2024 overhandigt. Nu de benadeelde partij dit niet heeft gedaan en aanhouding van de zaak een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering. Ook ten aanzien van de vorderingen wat betreft de overige materiële en immateriële schade dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard. De gevorderde medische kosten kunnen volgens de verdediging wel worden toegewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriële schade </emphasis>
      </para>
      <para>Wat betreft de gevorderde immateriële schade is de verdediging van mening dat maximaal een bedrag van € 1.100,00 kan worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van het hof </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële schade</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de gevorderde medische kosten ter hoogte van € 35,44 in verband met de voorgeschreven medicatie, is het hof van oordeel dat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen, nu de gestelde schade niet is veroorzaakt door het bewezenverklaarde handelen van verdachte. De breuk in de oogkas is immers veroorzaakt door het handelen van medeverdachte. De vordering dient dan ook te worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Materiële en immateriële schade </emphasis>
      </para>
      <para>Wat betreft de door de benadeelde partij gestelde (overige) materiële en immateriële schade oordeelt het hof dat vanwege de voorgeschiedenis tussen verdachten en de benadeelde partij – waarbij al geruime tijd sprake is van conflicten en irritaties ten aanzien van het al dan niet blokkeren van toegangswegen rondom het bedrijf van aangever – niet kan worden vastgesteld dat de gestelde schade slechts is geleden als gevolg van het onderhavige incident. Niet duidelijk is in hoeverre de voorgeschiedenis tussen verdachten en de benadeelde partij een bijdrage heeft geleverd aan de door de benadeelde partij gestelde schade. Bovendien is het onduidelijk welk deel van de schade daadwerkelijk aan verdachte kan worden toegerekend, nu medeverdachte degene is die bij aangever fysiek letsel heeft veroorzaakt. Voor het toe te wijzen schadebedrag zou dan ook nader onderzoek nodig zijn. Het hof acht het verrichten van zulk nader onderzoek in deze procedure echter niet op zijn plaats, nu dit een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Gelet op hierop zal het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
      </para>
      <para>Het hof acht de vordering tot vergoeding van de proceskosten – net als de advocaat-generaal en de verdediging – toewijsbaar. In dit kader zal het hof net als de politierechter aansluiting zoeken bij het liquidatietarief rechtbanken en gerechtshoven. Uitgaande van een bedrag van € 1.058,00 zoals vastgesteld door de politierechter, geïndexeerd naar 2025, komt het hof op een bedrag van afgerond € 1.086,00. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof stelt vast dat de verdachte het strafbare feit met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de proceskosten. Het hof zal daarom bepalen dat verdachte deze kosten niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachte deze al heeft betaald, en andersom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het voorgaande maakt dat ten aanzien van de proceskosten een bedrag van € 1.086,00 zal worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">80 (tachtig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">40 (veertig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]</title>
    <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van <emphasis role="bold">€ 35,44 (vijfendertig euro en vierenveertig cent) aan materiële schade</emphasis> af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op <emphasis role="bold">€</emphasis> 1.086,00 (duizend zesentachtig euro), waarvoor verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is voor het hele bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader aan de betalingsverplichting ten aanzien van de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, hebben voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. L. Pieters, voorzitter,</para>
      <para>mr. T.H. Bosma en mr. F.J.W.M. Tas, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. Kiemel, griffier,</para>
      <para>en op 24 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>