<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:4497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T11:23:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.355.839</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2025-0226</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4497">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4497</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-04T13:16:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4497 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-07-2025 / 200.355.839</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:4497:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bekrachtiging uitgesproken faillissement. Pluraliteit van schuldeisers. Schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:4497:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof: 200.355.839 </para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo: C/08/25/154 F)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 21 juli 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">FluenC B.V</emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Hengelo (Overijssel)</para>
      <para>hierna: FluenC</para>
      <para>advocaat: mr. R.J. Lindeboom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Compass Lease B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Hardenberg</para>
      <para>hierna: Compass Lease</para>
      <para>advocaat: mr. S.A.C.A van Vloten</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure bij de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo (hierna: de rechtbank), heeft bij vonnis van 11 juni 2025 FluenC op verzoek van Compass Lease in staat van faillissement verklaard. Daarbij is mr. [curator] aangesteld tot curator (hierna: de curator). Het gerechtshof (hierna: het hof) verwijst naar dat vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij (op 18 juni 2025 bij het hof binnengekomen) beroepschrift heeft FluenC tijdig hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 11 juni 2025. FluenC verzoekt het hof de faillietverklaring te vernietigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het hof heeft naast het beroepschrift met bijlagen kennisgenomen van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het op 19 juni 2025 door mr. Lindeboom nader ingediende proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief met bijlagen van de curator van 2 juli 2025; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de op 3 juli 2025 door de curator toegezonden specificatie van de faillissementskosten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het op 3 juli 2025 door mr. Lindeboom ingediende aanvullende stuk;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de op 7 juli 2025 door mr. Van Vloten ingediende reactie op het beroepschrift; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de op 9 juli 2025 door mr. Lindeboom ingediende aanvullende stukken.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 juli 2025. Hierbij is [middellijk bestuurder] (middellijk bestuurder) verschenen namens FluenC, bijgestaan door mr. Lindeboom. Ook de curator is verschenen. Compass Lease heeft het hof geïnformeerd dat zij niet zal verschijnen. Van de mondelinge behandeling is een verkort verslag (proces-verbaal) opgesteld dat aan partijen en de curator is gestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Het hof heeft op 16 juli 2025 een bericht gekregen van mr. Lindeboom waarin hij het hof informeert dat de Belastingdienst alsnog niet akkoord gaat met een betalingsregeling. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De toelichting op de beslissing van het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten en het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>FluenC exploiteert een onderneming gericht op het verpakken en etiketteren van goederen, in het bijzonder maar niet beperkt tot medicatie en farmaceutische middelen. In het kader van een procedure door twee apotheken tegen FluenC, is conservatoir beslag gelegd onder opdrachtgevers van FluenC. Door het gelegde beslag kwam de onderneming stil te liggen en kwamen geen inkomsten meer binnen, zodat liquiditeitsproblemen zijn ontstaan. Verder zijn lopende overeenkomsten opgezegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft FluenC in staat van faillissement verklaard, omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Compass Lease en omdat FluenC in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Juridisch kader</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het hof stelt voorop dat een faillietverklaring kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager (Compass Lease) en ook van het (op het moment van het wijzen van arrest) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar (FluenC) verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft (het zogenoemde pluraliteitsvereiste), is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand. Als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Als in hoger beroep een nieuwe beoordeling plaatsvindt van de materiële vereisten voor de faillietverklaring, toetst het hof naar het moment van zijn uitspraak of aan die vereisten is voldaan. In dat geval geldt niet meer het vereiste dat ten tijde van de uitspraak in hoger beroep summierlijk van de eigen vordering van de aanvrager moet blijken. De faillietverklaring kan dus in hoger beroep in stand blijven als de vordering van de aanvrager (inmiddels) is betaald. De rechter in hoger beroep moet zelfstandig beoordelen of aan de overige vereisten is voldaan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Pluraliteit van schuldeisers </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Uit het door de curator overgelegde crediteurenoverzicht volgt dat FluenC een totale schuldenlast heeft van ruim € 354.000,- en dat zij naast Compass Lease ook andere schuldeisers heeft. Het gaat om de Belastingdienst, de ING Bank, Daniels Huisman N.V en een schuld aan de twee apotheken op basis van een gerechtelijke uitspraak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Volgens FluenC kan het faillissement worden vernietigd omdat volgens haar geen sprake meer is van pluraliteit van schuldeisers. FluenC is namelijk met Compass Lease een regeling overeengekomen, op basis waarvan het verschuldigde bedrag inmiddels is betaald aan Compass Lease. De kosten van de advocaat van Compass Lease zijn door FluenC op de derdengeldenrekening van mr. Van Vloten gestort. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof heeft de middellijk bestuurder van FluenC verklaard dat de schulden aan de ING Bank en Daniels Huisman N.V. inmiddels ook zijn betaald. Van de betaling aan ING heeft FluenC ook een bewijs overgelegd. Volgens FluenC zijn deze schulden, net zoals de schuld aan Compass Lease, om niet betaald door een derde. Verder heeft mr. Lindeboom bevestigd dat de hoogte van de boedelschulden en de door de curator genoemde faillissementskosten op zijn derdengeldenrekening zijn gestort door een derde (Crolox Holding B.V.), met de toezegging van FluenC dat de gelden worden overgemaakt onder de voorwaarde dat het faillissement wordt vernietigd. Met betrekking tot de schuld aan de twee apotheken stelt FluenC zich op het standpunt dat, gelet op het vonnis van de rechtbank van 5 maart 2025<footnote-ref linkend="_a40402fb-1a82-4c64-99fb-3c09e7632f1c" />, de hoogte daarvan niet € 91.124,78 is (zoals opgenomen in de door de curator opgestelde crediteurenlijst), maar € 30.624,78. De curator heeft dat tijdens de mondelinge behandeling bij het hof bevestigd. Op basis van dat vonnis moeten de twee apotheken binnen veertien dagen na datum van het vonnis toegang verschaffen tot het bestelsysteem van twee groothandels, op straffe van verbeurte van een hoofdelijke dwangsom van € 100,- per dag, tot een maximum van € 25.000,- per apotheek. Volgens FluenC is dat niet gebeurd, waardoor zij inmiddels aanspraak kan maken op dwangsommen en deze kan verrekenen met de vorderingen van de twee apotheken op FluenC. Volgens haar zou na verrekening nog een bedrag overblijven van € 9.403,54 dat FluenC aan de twee apotheken zou moeten betalen. Ook dit bedrag is ter zekerheid van betaling van deze vordering op de derdengeldenrekening van mr. Lindeboom gestort door Crolox Holding B.V. Volgens FluenC blijft dan uitsluitend nog de schuld aan de Belastingdienst over. Daarmee had FluenC, zo bleek tijdens de mondelinge behandeling bij het hof, een dag na die behandeling een gesprek over de mogelijkheden voor een betalingsregeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Het hof heeft FluenC de gelegenheid gegeven om te onderzoeken of een betalingsregeling kan worden getroffen met de Belastingdienst. Bij bericht van 16 juli 2025 heeft mr. Lindeboom aan het hof meegedeeld dat de Belastingdienst niet akkoord gaat met een betalingsregeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Naar het oordeel van het hof is sprake van pluraliteit van schuldeisers. FluenC en de Belastingdienst zijn niet tot een betalingsregeling gekomen. Dat betekent dat de opeisbare vordering van de Belastingdienst van € 164.653,- nog bestaat. Ook de schuld aan de twee apotheken blijft bestaan. Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof kwam namelijk naar voren dat nog geen dwangsommen zijn verbeurd, omdat het vonnis van 5 maart 2025 op dat moment nog niet was betekend. Het hof gaat daarom uit van een totaalschuld van € 30.624,78 aan de twee apotheken. De aanvankelijke zekerheidsstelling van € 9.403,54,- op de derdenrekening van mr. Lindeboom is dan ook niet voldoende om de volledige schuld te voldoen. Dat het vonnis van 5 maart 2025 waarin FluenC is veroordeeld tot betaling niet uitvoerbaar bij voorraad is verklaard brengt weliswaar mee dat die vordering nog niet opeisbaar is, omdat daar hoger beroep tegen is ingesteld, maar dat neemt niet weg dat tenminste één andere vordering (die van de Belastingdienst) opeisbaar is. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De toestand van te hebben opgehouden te betalen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Ook de vraag of FluenC verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen beantwoordt het hof bevestigend. FluenC heeft meerdere schulden (de schuld aan de Belastingdienst van € 164.653,- en de schuld aan de twee apotheken van in totaal € 30.624,78) onbetaald gelaten. Het is niet aannemelijk dat FluenC op dit moment of op korte termijn over de middelen beschikt om haar schulden te betalen. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling bij het hof volgt namelijk dat FluenC sinds medio 2024 geen werkzaamheden meer uitvoert en geen personeelsleden meer in dienst heeft. Ook heeft FluenC op dit moment geen opdrachtgevers. Verder volgt uit het verslag van de curator dat er geen liquide middelen aanwezig zijn. Van andere activa is ook (nog) niet gebleken. Dit alles leidt tot het oordeel dat FluenC in de toestand verkeert te hebben opgehouden met betalen. Het feit dat aanvankelijk gelden beschikbaar zijn gesteld door derden voor alle overige schulden (zoals de schuld aan de boedel, Compass Lease, Daniels Huisman N.V, de ING Bank en de curator) doet daar niets aan af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Het hoger beroep slaagt niet. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo van 11 juni 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, D.M.I. De Waele en G.J. Meijer, en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a40402fb-1a82-4c64-99fb-3c09e7632f1c" label="1">
    <para> Rechtbank Overijssel 5 maart 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:1228.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>