<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:4400</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T11:31:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-005963-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4400">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4400</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-21T11:30:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4400 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-07-2025 / 21-005963-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:4400:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt ten aanzien van openlijk geweld en vernieling veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. De schadevergoedingsmaatregel wordt niet opgelegd. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:4400:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-005963-23 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	16 juli 2025</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verkort arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 8 december 2023 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 18-121135-23 en 18-125864-23, 18-192878-23, tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedag] 1999, </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 2 juli 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken en tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 530,30, te vermeerderen met 21% BTW en de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, mr. N. Roos, en de vertegenwoordiger van de benadeelde partij naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 1.395,48, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere bewijsbeslissing en een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18-121135-23:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 mei 2023 te [plaats 1] opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere olijfbomen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers ( [adres 1] ), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18-125864-23 (gevoegd):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 mei 2023 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] openlijk, te weten, op de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten meerdere medewerkers en/of beveiligers van de locatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers op voornoemd adres en/of een hek en/of een fiets door </para>
    </parablock>
    <para>- te dreigen een klinker dan wel een steen, te gooien op en/of richting de voornoemde personen, althans door een klinker dan wel een steen dreigend omhoog te houden en/of in de richting van voornoemde personen te lopen, en/of </para>
    <para>- een of meerdere van voornoemde personen te duwen, en/of </para>
    <para>- meermalen te schoppen tegen een fiets die een van de voornoemde personen ter bescherming en/of afwering voor zichzelf had neergezet, en/of</para>
    <para>- tegen een hek te trappen en/of duwen, en/of </para>
    <para>- aan een hek te trekken/rukken, dan wel een hek met kracht heen en weer te bewegen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18-192878-23 (gevoegd):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 2 augustus 2023 te [plaats 3] opzettelijk en wederrechtelijk de koplamp van een dienstauto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Politie, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 18-121135-23 en in onder parketnummer 18-125864-23 en onder parketnummer 18-192878-23 tenlastegelegde heeft begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 mei 2023 heeft verdachte een aantal olijfbomen uit de grond getrokken. Naar het oordeel van het hof levert deze gedraging onder het 18-121135-23 ten laste gelegde geen vernieling maar beschadiging op, nu bij herplanting de bomen weer kunnen herstellen. Daarnaast is het hof uit het dossier niet gebleken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 18-125864-23 ten laste gelegde in vereniging geweld plegen tegen een persoon, zodat hij van dat deel zal worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt tot de volgende bewezenverklaring: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18-121135-23:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 12 mei 2023 te [plaats 1] opzettelijk en wederrechtelijk <emphasis role="strike-through">een of meerdere</emphasis> olijfbomen<emphasis role="strike-through">, in elk geval enig goed, dat/</emphasis>die geheel <emphasis role="strike-through">of ten dele</emphasis> aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers ( [adres 1] ), <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander</emphasis> toebehoorden heeft <emphasis role="strike-through">vernield,</emphasis> beschadigd<emphasis role="strike-through">, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt</emphasis><?linebreak?>parketnummer 18-125864-23 (gevoegd):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 19 mei 2023 te [plaats 2] , gemeente [gemeente] openlijk, te weten, op de [adres 2] , <emphasis role="strike-through">in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, </emphasis>in vereniging geweld heeft gepleegd tegen <emphasis role="strike-through">een persoon en/of</emphasis> een goed te weten <emphasis role="strike-through">meerdere medewerkers en/of beveiligers van de locatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers op voornoemd adres en/o</emphasis>f een hek en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een fiets door </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- te dreigen een klinker dan wel een steen, te gooien op en/of richting de voornoemde personen, althans door een klinker dan wel een steen dreigend omhoog te houden en/of in de richting van voornoemde personen te lopen, en/of </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="strike-through">- een of meerdere van voornoemde personen te duwen, en/of </emphasis>
    </para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">meermalen</emphasis> te schoppen tegen een fiets die een <emphasis role="strike-through">van de voornoemde personen</emphasis>persoon ter bescherming en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> afwering voor zichzelf had neergezet, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- tegen een hek te trappen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> duwen, en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- aan een hek te trekken<emphasis role="strike-through">/rukken</emphasis>, <emphasis role="strike-through">dan wel</emphasis> en een hek met kracht heen en weer te bewegen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18-192878-23 (gevoegd):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 2 augustus 2023 te [plaats 3] opzettelijk en wederrechtelijk de koplamp van een dienstauto, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed,</emphasis> die <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> aan de Politie, <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander</emphasis> toebehoorde<emphasis role="strike-through">(n)</emphasis> heeft vernield<emphasis role="strike-through">, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder parketnummer 18-121135-23 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder parketnummer 18-125864-23 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder parketnummer 18-192878-23 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken. De advocaat-generaal heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf weken. De raadsvrouw heeft bepleit verdachte te veroordelen tot een minder hoge straf dan in eerste aanleg is opgelegd met daarbij een voorwaardelijk deel, zodat de uitkomst van de strafzaak niet voor een de facto ‘inreisbelemmering’ zorgt: de door de rechtbank opgelegde straf zorgt ervoor dat verdachte Nederland mijdt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan beschadiging, vernieling en openlijke geweldpleging in vereniging. Verdachte heeft olijfbomen van het COA uit de grond getrokken, een koplamp van een politieauto kapotgetrapt en is op het terrein van de COA tezamen met een ander gewelddadig geweest tegen een fiets en een hek. De handelingen van verdachte kwamen telkens voort uit boosheid omdat hij zijn zin niet kreeg. Zo schopte verdachte de koplamp stuk om te bewerkstelligen dat hij een plek om te slapen zou hebben diezelfde nacht en vond het openlijk geweld plaats omdat verdachte het terrein op wilde, terwijl hij dat niet mocht. Door zijn handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van anderen. Tevens is sprake van erg vervelend en overlastgevend gedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft acht geslagen op het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 mei 2025, waaruit blijkt dat blijkt dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Die eerdere veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden om opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen. Bij de strafoplegging heeft het hof verder rekening gehouden met de landelijke oriëntatiepunten</para>
      <para>voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Ook heeft het hof er rekening mee gehouden dat verdachte inmiddels niet meer in Nederland is en het uitvoeren van een taakstraf voor verdachte niet tot de mogelijkheden behoort. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op dit alles is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is. Nu het hof, anders dan de rechtbank, tot een beperktere bewezenverklaring is gekomen bij de openlijke geweldpleging en ook tot een andere kwalificatie van het uittrekken van de olijfbomen is gekomen, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken passend en geboden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. In hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd omtrent een ‘inreisbelemmering’ ziet het hof geen enkele reden om een andere straf op te leggen, mede gezien de eerdere veroordelingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de benadeelde partij Politie Noord-Nederland inzake 18-192878-23 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.888,60. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.395,48. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van het hof heeft de benadeelde partij de ingediende vordering nader toegelicht. De benadeelde partij heeft aangevoerd dat niet alleen de koplamp door de schop van verdachte kapot is gegaan, maar dat ook de bumper is beschadigd en vervangen moest worden. De benadeelde partij heeft dat onderbouwd met foto’s van de beschadigde koplamp en bumper. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat op basis van het dossier alleen zichtbaar is dat de koplamp stuk is gegaan en heeft gevorderd dat de kosten die zien op de kapotte koplamp worden toegewezen, hetgeen leidt tot een totaalbedrag van € 530,30, te vermeerderen met 21% btw,  met de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft aangevoerd dat alleen de concrete schade ten aanzien van de koplamp kan worden toegewezen. Dat betreft het bedrag van € 435,-, het bedrag van € 10,84 en het bedrag van € 16,26, en het totaalbedrag te vermeerderen met 21% btw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder parketnummer 18-192878-23 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof is echter van oordeel dat de omvang van die schade zich beperkt tot de schade die aan de koplamp is ontstaan. Op de zich in het dossier bevindende foto van de voorzijde van de auto is – anders dan op de ter terechtzitting overgelegde foto’s – de schade aan de bumper in het geheel niet zichtbaar. Het hof zal om die reden vordering slechts voor zover die ziet op de schade aan de koplamp toewijzen. Gebruikmakend van zijn schattingsbevoegdheid van artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek (BW) begroot het hof de hoogte van de schade naar redelijkheid op € 500,-, inclusief btw en te vermeerderen met de wettelijke rente. Voor het overige is het causale verband tussen de gevorderde schade en het handelen van verdachte onvoldoende vast komen te staan en is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft het hof verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De benadeelde partij heeft aangevoerd dat de politie geen deurwaarderskantoor is en de tijd vooral aan de kerntaak moet besteden. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat bij toewijzing van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel zal worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. De schadevergoedingsmaatregel heeft tot doel natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. Een rechtspersoon, zoals de Politie Noord-Nederland, mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, in tegenstelling tot een natuurlijke persoon. Het hof ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit beginsel af te wijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63, 141 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 18-121135-23 en in de zaak met parketnummer 18-125864-23 en in de zaak met parketnummer 18-192878-23 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het in de zaak met parketnummer 18-121135-23 en in de zaak met parketnummer 18-125864-23 en in de zaak met parketnummer 18-192878-23 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij Politie Noord-Nederland (t.a.v. [benadeelde] )</title>
    <para>Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Politie Noord-Nederland ter zake van het in de zaak met parketnummer 18-192878-23 bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 augustus 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. M.E. de Boer, voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C. Fuhler en L. Pieters, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier,</para>
      <para>en op 16 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>