<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:4305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-08T16:03:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-005186-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4305">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:4305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-08T15:59:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:4305 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 11-07-2025 / 21-005186-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:4305:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof heeft verdachte veroordeeld ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een taakstraf van 100 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 50 dagen hechtenis. Verder heeft het hof ook beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:4305:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-005186-23 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	11 juli 2025</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verkort arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 oktober 2021 met parketnummer 16-117927-21 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] [land] ) op [geboortedatum] , </para>
    <para>wonende te [postcode] [woonplaats] [adres] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Het hoger beroep</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Onderzoek van de zaak</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 27 juni 2025.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>veroordeling van verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een taakstraf van 100 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 50 dagen hechtenis;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>toewijzing van de gehele vordering van benadeelde partij [benadeelde 1] , bestaande uit € 2.065,00 aan materiële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>toewijzing van de gehele vordering van benadeelde partij [benadeelde 2] , bestaande uit € 1.510,00 aan materiële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>gedeeltelijke toewijzing van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 3] tot een bedrag van € 26,95, bestaande uit materiële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <para>Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsvrouw, mr. M. Eekhout, en de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] naar voren is gebracht.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Het vonnis waarvan beroep</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De politierechter heeft verdachte veroordeeld ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde tot een taakstraf van 100 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 50 dagen hechtenis. Verder heeft de politierechter de vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] geheel toegewezen, bestaande uit respectievelijk € 2.065,00 en € 1.510,00  aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] heeft de politierechter gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 26,95 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige heeft de politierechter benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
  </parablock>
  <para>1.<?linebreak?>hij op of omstreeks 26 november 2019 te [plaats] , [gemeente] en/of (elders) in [land] , tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 26,95, althans enig geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten van een geldbedrag van € 26,95, althans enig geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; </para>
  <para>2.<?linebreak?>hij in of omstreeks de periode van 27 maart 2020 t/m 19 juli 2020 te [plaats] , [gemeente] en/of (elders) in [land] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere som(men) geld, in elk geval enig goed, hebbende verdachte en/of de medeverdachte(n) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid meermalen, althans éénmaal, (telkens) in voornoemde periode: </para>
  <para>- zich (telkens) voorgedaan als een bonafide verkoper van airconditioning en/of koelinstallaties en/of </para>
  <para>- ( telkens) via Facebook Messenger contact gehad met die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 1] over spullen die hij/zij moest(en) bestellen ten behoeve van de installatie(s) van die airconditioning en/of koelinstallaties, de (daarvoor) te betalen koopprijs/koopprijzen en de levering(en) en/of het/de (overeengekomen) voorschot(ten) door die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 1] over te laten maken ten behoeve van de aankoop op bankrekeningnummer(s) </para>
  <parablock>
    <para>
      [rekeningnummer] en/of </para>
    <para>
      [rekeningnummer] en/of </para>
    <para>
      [rekeningnummer] en/of </para>
    <para>
      [rekeningnummer] </para>
    <para>(telkens) op naam van de door verdachte opgegeven persoon, te weten [medeverdachte] , waardoor die [benadeelde 2] en/of die [benadeelde 1] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Overweging met betrekking tot het bewijs</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Standpunt van de advocaat-generaal </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Standpunt van de verdediging </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De raadsvrouw heeft zich namens verdachte primair op het standpunt gesteld dat hij vrijgesproken dient te worden van hetgeen hem onder 1 en 2 ten laste is gelegd. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft de raadsvrouw hiertoe aangevoerd dat op basis van het dossier niet bewezen kan worden dat verdachte wist dat het geldbedrag dat op zijn rekeningnummer terecht is gekomen uit enig misdrijf afkomstig was. </para>
    <para>Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat dit feit niet bewezen kan worden, omdat geen sprake is geweest van een oplichtingsmiddel. Verdachte heeft geen valse naam of hoedanigheid aangenomen, hij heeft immers uit eigen naam gehandeld. Ook is geen sprake geweest van listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels. Mogelijk heeft verdachte gelogen over het willen installeren of het leveren van de koelinstallaties, maar hier is het bij gebleven en deze enkele leugens zijn onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Voor zover het hof wel tot een bewezenverklaring zal komen van het onder 2 ten laste gelegde, heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het bestanddeel ‘medeplegen’ niet bewezen kan worden. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Oordeel van het hof </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof is van oordeel dat het namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen. Hiertoe overweegt het hof in het bijzonder op de navolgende wijze. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Het onder 1 ten laste gelegde </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uit het dossier is gebleken dat aangeefster [naam] (hierna: aangeefster) op 26 november 2019 slachtoffer is geworden van Marktplaatsoplichting. Zij had namelijk een advertentie geplaatst op Marktplaats, inhoudende dat zij op zoek was naar een Playmobil ziekenhuis. Op voornoemde datum kreeg aangeefster een sms-bericht van iemand die gebruik maakte van het telefoonnummer [nummer] . Hierin stond de informatie dat degene die gebruik maakte van het nummer het Playmobil ziekenhuis had en dat deze het betreffende Playmobil ziekenhuis aan aangeefster wilde verkopen voor € 20,00. Hierbij zou ook € 6,95 in rekening worden gebracht voor de verzendkosten. Aangeefster heeft dit geld overgemaakt naar bankrekeningnummer [nummer] . Dit betreft een bankrekeningnummer dat op naam van verdachte staat. Aangeefster heeft echter na het overmaken van het geld het Playmobil ziekenhuis niet ontvangen. Daarom heeft zij nog sms-berichten gezonden naar voornoemd telefoonnummer. Zij heeft dit nummer ook gebeld en kreeg toen een vrouw aan de lijn. Op grond hiervan stelt het hof vast dat het geld dat verdachte op zijn bankrekening heeft ontvangen afkomstig is uit enig misdrijf, te weten de (Marktplaats)oplichting van aangeefster. Na onderzoek naar de bij medeverdachte [naam] in beslag genomen telefoon bleek dat zij gebruikmaakte van voornoemd telefoonnummer en dat er berichten op de telefoon stonden betreffende het Playmobil ziekenhuis die afkomstig waren van aangeefster. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De vraag die het hof vervolgens dient te beantwoorden, is of verdachte wist dat het betreffende geldbedrag dat op zijn bankrekening terecht is gekomen uit enig misdrijf afkomstig was. Hierbij stelt het hof voorop dat voor de vaststelling of dit het geval is geweest voldoende is dat komt vast te staan dat verdachte hier voorwaardelijk opzet op heeft gehad. Hiervan is sprake als verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het ontvangen geldbedrag afkomstig was uit enig misdrijf.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>In dit kader wijst het hof erop dat uit het verhoor van verdachte bij de politie blijkt dat hij wist dat medeverdachte [naam] wel eens mensen via Marktplaats had opgelicht (al dan niet samen met iemand anders) en dat zij ook de beschikking had over een eigen bankrekening. Wanneer verdachte tijdens dit verhoor verder wordt gevraagd om te reageren op het gegeven dat aangeefster het onder 1 ten laste gelegde geldbedrag naar hem heeft overgemaakt reageert verdachte met: “Zou kunnen. Er is wel meer geld op mijn rekening gestuurd en dan zei [naam] (het hof begrijpt: medeverdachte [naam] ) of ik het geld eraf wilde halen.”. </para>
    <para>Onder deze omstandigheden, waaronder dat verdachte wist dat medeverdachte [naam] zich bezig hield met oplichting en hij desondanks zijn bankrekening beschikbaar stelde aan haar zodat mensen die hij niet kende, waaronder aangeefster, er geld op konden storten, terwijl hij wist dat medeverdachte [naam] zelf ook een bankrekening had die zij kon gebruiken, is het hof van oordeel dat  verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het door hem ontvangen geld afkomstig was uit enig misdrijf. Gelet hierop is het hof van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde geldbedrag voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit bedrag uit enig misdrijf afkomstig was. Hierbij is het hof van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde bestanddeel ‘medeplegen’ niet bewezen kan worden, nu niet van enige nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [naam] , of één of meer ander(en), is gebleken. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Het onder 2 ten laste gelegde </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof stelt ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde voorop dat voor een veroordeling ter zake van dit feit (oplichting) is vereist dat de verdachte bij een ander door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen een onjuiste voorstelling in het leven heeft willen roepen teneinde daarvan misbruik te maken.</para>
    <para>Daartoe moet de verdachte één of meer van de in artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt, door welk gebruik de ander(en) is (of zijn) bewogen tot de afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het beschikbaar stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld.</para>
    <para>Het antwoord op de vraag of het slachtoffer in een concreet geval door een oplichtingsmiddel dat door de verdachte is gebruikt, is bewogen tot één van voornoemde handelingen, is in sterke mate afhankelijk van de omstandigheden van het geval. </para>
    <para>In algemene zin kunnen tot die omstandigheden, voor wat betreft het oplichtingsmiddel ‘een samenweefsel van verdichtsels’, behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) leugenachtige mededelingen in hun onderlinge samenhang. Oplichting in de zin van artikel 326, eerste lid, Sr door middel van voornoemd oplichtingsmiddel is echter enkel aan de orde wanneer sprake is van meer dan een enkele leugenachtige mededeling. Hierbij geldt dat van 'meer dan een enkele leugenachtige mededeling' niet slechts sprake kan zijn indien meerdere duidelijk van elkaar te scheiden leugens kunnen worden aangewezen, maar ook indien sprake is van een leugenachtige mededeling van voldoende gewicht, in combinatie met andere aan de verdachte toe te rekenen omstandigheden die tot misleiding van het beoogde slachtoffer kunnen leiden, zoals het misbruik van een tussen de verdachte en het beoogde slachtoffer bestaande vertrouwensrelatie. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uit het dossier blijkt dat verdachte in de gesprekken via Facebook en/of Whatsapp met aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] steeds desgevraagd aangaf dat hij airconditioning-units, dan wel koelinstallaties, bij hen kon installeren tegen betaling. Verder gaf hij ook aan dat hij over dergelijke airconditioning-units of koelinstallaties beschikte, dan wel dat hij deze kon bestellen en/of dat hij na de installatie ook de units eventueel periodiek kon schoonmaken tegen betaling. In de gesprekken met aangevers komt steeds eenzelfde gang van zaken terug, waarbij verdachte na de aanvankelijke bestelling met bijbehorende betaling(en) aangeeft toch een bepaald(e) unit en/of onderdeel en/of materiaal te hebben ontvangen of te zijn vergeten waardoor deze alsnog konden worden besteld of waardoor er nog kosten bijkwamen, dan wel dat hij de vertraagde levering of installatie kon versnellen als er meer werd betaald voor een spoedlevering of installatie door een ander die hij dan zou regelen. Op de momenten dat de afgesproken data voor het installeren van de airconditioning-units naderden, liet verdachte vervolgens steeds weten die data toch niet te gaan halen vanwege leveringsproblemen, dan wel, nadat het bestelde volgens verdachte wel al was geleverd en hij over de benodigde materialen en units beschikte, vanwege een auto-ongeluk of zijn been dat in het gips zat na een botbreuk. Wanneer aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] aangaven graag de door hen betaalde airconditioning-units bij verdachte op te halen om deze zelf te installeren of door een ander te laten installeren, hield verdachte dat in het geval van aangever [benadeelde 1] eerst af, waarna hij als adres waar aangever [benadeelde 1] terechtkon opgaf: [adres] te [woonplaats] . In het geval van aangever [benadeelde 2]  gaf verdachte als adres waar deze de spullen kon ophalen op: [adres] te [woonplaats] Na onderzoek door de politie bleek dat het adres te [woonplaats] een adres betrof waar een gezin woonde dat niets te maken had met verdachte en dat het adres te [woonplaats] niet bestond. Verder bevat het dossier geen aanwijzingen  dat verdachte ten tijde van het versturen van de berichten daadwerkelijk beschikte over de betreffende materialen en aiconditioning-units, dat hij deze had besteld of van plan was te bestellen en te installeren. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Onder deze omstandigheden, waarin sprake is van een verdachte die zich voordoet als bonafide verkoper van airconditioning of koelinstallaties door gebruik te maken van een aanzienlijk  aantal, verschillende en dus van elkaar te onderscheiden leugens, die in onderlinge samenhang met elkaar staan en die in die samenhang, naarmate de afgesproken installatiedata naderen, in indringendheid toenemen, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte door een samenweefsel van verdichtsels bij aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] een onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft geroepen, waardoor zij zijn bewogen tot de afgifte van verschillende geldbedragen. Het hof volgt daarmee de raadsvrouw niet in haar standpunt zoals hierboven uiteengezet. </para>
    <para>Derhalve acht het hof het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Hierbij is het hof van oordeel dat het onder 2 ten laste gelegde bestanddeel ‘medeplegen’ niet bewezen kan worden, nu niet van enige nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte [naam] , of één of meer ander(en), is gebleken. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:</para>
  </parablock>
  <para>1.<?linebreak?>hij op 26 november 2019 te [plaats] , een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 26,95, voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; </para>
  <para>2.<?linebreak?>hij in de periode van 27 maart 2020 t/m 19 juli 2020 te [plaats] , meermalen, telkens met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde 2] en [benadeelde 1] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere sommen geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid meermalen, telkens in voornoemde periode: </para>
  <para>- zich voorgedaan als een bonafide verkoper van airconditioningunits en/of koelinstallaties en </para>
  <para>- via Facebook Messenger contact gehad met die [benadeelde 2] en die [benadeelde 1] over spullen die hij moest bestellen ten behoeve van de installaties van die airconditioningunits en/of koelinstallaties, de daarvoor te betalen koopprijzen en de leveringen en de overeengekomen voorschotten door die [benadeelde 2] en die [benadeelde 1] over te laten maken ten behoeve van de aankoop op bankrekeningnummers </para>
  <parablock>
    <para>
      [rekeningnummer] en </para>
    <para>
      [rekeningnummer] en </para>
    <para>
      [rekeningnummer] en </para>
    <para>
      [rekeningnummer]
    </para>
    <para>telkens op naam van de door verdachte opgegeven persoon, te weten [medeverdachte] , waardoor die [benadeelde 2] en die [benadeelde 1] telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu enkel bewezen kan worden dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde geldbedrag voorhanden heeft gehad en dit bedrag afkomstig is uit een eigen misdrijf van verdachte. Het hof volgt de raadsvrouw niet in dit standpunt, nu het dossier geen enkel aanknopingspunt bevat op grond waarvan vastgesteld kan worden dat het door verdachte op zijn rekening ontvangen geld uit eigen misdrijf afkomstig is. De betreffende Marktplaatsoplichting is immers gepleegd door middel van een telefoonnummer van medeverdachte [naam] en toen aangeefster met het nummer belde, kreeg zij een vrouw aan de lijn. Van enige betrokkenheid van verdachte hierbij is niet gebleken. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof is dan ook van oordeel dat het onder 1 bewezenverklaarde gekwalificeerd kan worden als:</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">witwassen.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verder levert het onder 2 bewezenverklaarde op:</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">oplichting, meermalen gepleegd.</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Oplegging van straf </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft hierbij in het bijzonder het navolgende in ogenschouw genomen. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 26,95 dat aangeefster door middel van Marktplaatsoplichting afhandig is gemaakt. Door zijn handelen heeft verdachte eraan bijgedragen dat de door de oplichting ontvangen opbrengst een schijnbaar legale herkomst zou worden gegeven en eraan bijgedragen dat het vertrouwen van de maatschappij in het financieel economische verkeer wordt geschaad. </para>
    <para>Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan de oplichting van aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] door zich voor te doen als een bonafide verkoper van airconditioning-units of koelinstallaties, waarbij hij hen heeft bewogen tot de afgifte van verschillende geldbedragen voor de koopprijs, levering en installatie van de betreffende units of installaties, terwijl hij deze blijkens het dossier niet had, niet had besteld of van plan was te bestellen en te installeren. Door dit handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de aangevers en hun vertrouwen in de medemens geschaad. </para>
    <para>Verdachte heeft op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen en de schadelijke gevolgen daarvan voor de aangevers en de maatschappij. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof weegt bij de strafoplegging mee het uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 mei 2025 van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Op grond van dit uittreksel stelt het hof tevens vast dat artikel 63 Sr van toepassing is. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft eveneens acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht door de raadsvrouw. Zij heeft te kennen gegeven dat verdachte bezig is met het oplossen van de problemen uit zijn verleden. Zo heeft hij inmiddels een vaste woonplaats waar hij samen met zijn vriendin woont. Daarnaast is hij fulltime bezig als automonteur en is hij bezig met het aflossen van zijn schulden. Hiervoor heeft hij betalingsregelingen getroffen. Momenteel is verdachte bezig met het uitvoeren van een taakstraf die hem in een andere strafzaak is opgelegd, maar hij is in staat om daarnaast, en naast zijn werkzaamheden als automonteur, een eventuele in onderhavige strafzaak op te leggen taakstraf uit te voeren.  </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Gelet op het hiervoor overwogene acht het hof passend en geboden de oplegging van een taakstraf van 100 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 50 dagen hechtenis. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vorderingen van de benadeelde partijen </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Benadeelde partij [benadeelde 3]</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 79,30 aan materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 26,95, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en uit het dossier is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 26,95. Benadeelde partij [benadeelde 3] heeft de schade voldoende onderbouwd en deze is door of namens verdachte niet betwist. Verdachte is dan ook tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, zal worden toegewezen. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Voor het overige is het hof van oordeel dat het causale verband tussen verdachtes handelen en de rest van de door benadeelde partij [benadeelde 3] gestelde schade onvoldoende is komen vast te staan. Derhalve zal het hof benadeelde partij [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering en bepalen dat zij deze slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2]</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met vordering tot schadevergoeding van € 2.065,00 respectievelijk € 1.510,00, beide bestaande uit materiële schade. De vorderingen zijn bij het vonnis waarvan beroep, vermeerderd met de wettelijke rente, toegewezen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en uit het dossier is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden tot een bedrag van € 2.065,00 respectievelijk € 1.510,00 aan materiële schade. De benadeelde partijen hebben de schade voldoende onderbouwd en deze is door verdachte niet betwist. Verdachte is dan ook tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vorderingen, vermeerderd met de wettelijke rente, zullen worden toegewezen. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof ten aanzien van beide toegewezen vorderingen de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Toepasselijke wettelijke voorschriften</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57, 63, 326 en 420bis Sr.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
  </parablock>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vernietigt</emphasis> het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart</emphasis> niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en <emphasis role="bold">spreekt</emphasis> de verdachte daarvan <emphasis role="bold">vrij</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart</emphasis> het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, <emphasis role="bold">kwalificeert</emphasis> dit als hiervoor vermeld en <emphasis role="bold">verklaart</emphasis> de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeelt</emphasis> de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">100 (honderd) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">50 (vijftig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3]</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Wijst toe</emphasis> de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 3] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 26,95 (zesentwintig euro en vijfennegentig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart</emphasis> de benadeelde partij voor het overige <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis> in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeelt</emphasis> de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Legt</emphasis> aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 26,95 (zesentwintig euro en vijfennegentig cent)</emphasis> als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> de duur van de gijzeling op ten hoogste <emphasis role="bold">1 (één) dag</emphasis>. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op <emphasis role="bold">26 november 2019</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Wijst toe</emphasis> de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.065,00 (tweeduizend vijfenzestig euro) ter zake van materiële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeelt</emphasis> de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Legt</emphasis> aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 2.065,00 (tweeduizend vijfenzestig euro)</emphasis> als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> de duur van de gijzeling op ten hoogste 30 (dertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op <emphasis role="bold">19 juli 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]</title>
    <para>
      <emphasis role="bold">Wijst toe</emphasis> de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.510,00 (duizend vijfhonderdtien euro) ter zake van materiële schade</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Veroordeelt</emphasis> de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Legt</emphasis> aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [naam] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van <emphasis role="bold">€ 1.510,00 (duizend vijfhonderdtien euro)</emphasis> als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> de duur van de gijzeling op ten hoogste <emphasis role="bold">25 (vijfentwintig)</emphasis> dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bepaalt</emphasis> de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op <emphasis role="bold">19 juli 2020</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. A.H. toe Laer, voorzitter,</para>
      <para>mr. T.H. Bosma en mr. L.G. Wijma, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I.C. Bita, griffier,</para>
      <para>en op 11 juli 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>