<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:3998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-30T12:15:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.332.607</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3998">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3998</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-06-30T12:15:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3998 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-06-2025 / 200.332.607</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:3998:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Effectenlease. Dexia.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:3998:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN 	</bridgehead>
    <para>locatie Leeuwarden, afdeling civiel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.332.607</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, 9573022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 17 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Dexia Nederland B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Amsterdam</para>
      <para>die hoger beroep heeft ingesteld</para>
      <para>en bij de kantonrechter optrad als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie</para>
      <para>hierna: Dexia</para>
      <para>advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats1] </para>
      <para>en bij de kantonrechter optrad als eiser in conventie en verweerder in reconventie </para>
      <para>hierna (in mannelijk enkelvoud): de afnemer</para>
      <para>advocaat: mr. J.B. Maliepaard</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Dexia heeft hoger beroep ingesteld tegen het tussenvonnis van 30 augustus 2023 (het hof begrijpt: het tussenvonnis van 30 augustus 2022) en het eindvonnis van 23 mei 2023 dat de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, (hierna: de kantonrechter) tussen partijen heeft uitgesproken. Vervolgens heeft Dexia de zaak op de roldatum 9 april 2024 aangebracht bij het hof en is de afnemer verschenen. Daarna is de zaak op de roldatum 21 mei 2024 geplaatst voor memorie van grieven van Dexia.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Dexia heeft op de roldatum van 21 mei 2024 geen memorie van grieven genomen. Vervolgens is conform artikel 2.19 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven een uitstel van vier weken verleend tot 18 juni 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op de rol van 18 juni 2024 heeft Dexia de memorie van grieven ook niet ingediend. Het hof heeft toen ambtshalve een akte van niet dienen verleend; het recht op het door Dexia indienen van een memorie van grieven is komen te vervallen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Dexia heeft vervolgens op 2 juli 2024 de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd, waarna het hof een datum voor arrest heeft bepaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2.	Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De omstandigheid dat het hof niet tijdig een memorie van grieven van Dexia heeft ontvangen, leidt in principe tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. In het door Dexia op 2 juli 2024 overgelegde procesdossier bevindt zich echter een memorie van grieven waarop door Dexia “Zitting d.d. 21 mei 2024” is genoteerd. Gelet daarop zal het hof Dexia de gelegenheid geven om een akte te nemen ten aanzien van de vraag of zij tijdig een memorie van grieven heeft genomen. De afnemer mag daar bij akte op reageren. Verder zal iedere beslissing worden aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van <emphasis role="bold">1 juli 2025</emphasis> voor het nemen van een akte door Dexia 	zoals bedoeld in rov. 2.1;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat na het nemen van de akte door Dexia, de afnemer op een termijn van 	<emphasis role="bold">twee weken</emphasis> in de gelegenheid wordt gesteld om bij antwoordakte te reageren;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. A.A.J. Smelt, S.C.P. Giesen en A.J.J. van Rijen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2025. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>