<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T10:17:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.353.598/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T10:17:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3924 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-06-2025 / 200.353.598/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:3924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ondertoezichtstelling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:3924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN		</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem, afdeling civiel </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.353.598</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 584170</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 26 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over de ondertoezichtstelling van <emphasis role="bold">[de minderjarige]</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis> (de moeder)</para>
      <para>die woont in [woonplaats1]</para>
      <para>advocaat: mr. F. Pool</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming</emphasis> (de raad)<?linebreak?>die is gevestigd in Utrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de stichting Samen Veilig Midden-Nederland</emphasis> (de GI)</para>
      <para>die is gevestigd in Utrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>als informant is aangemerkt: </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis> (de vader)<?linebreak?>die woont in [woonplaats1] , maar verblijft in [plaats1] . <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Samenvatting </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft [de minderjarige] onder toezicht gesteld van 30 januari 2025 tot 30 januari 2026. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De moeder en de vader hebben een kind: [de minderjarige] . </para>
        <para>
          [de minderjarige] is [in] 2023 geboren. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De moeder heeft alleen het gezag over de [de minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [de minderjarige] woont bij de moeder. </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">3.	De procedure bij de kinderrechter </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De raad heeft verzocht [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor een jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft het verzoek van de raad toegewezen en [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 30 januari 2026. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De procedure bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De moeder is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt of de duur van de ondertoezichtstelling verkort. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De raad wil dat de beslissing in stand blijft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">De informatie die het hof heeft ontvangen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de stukken van de GI ingediend op 13 mei 2025</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De zitting bij het hof was op 22 mei 2025. Aanwezig waren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder met mr. Brouwer, waarnemend voor mr. Pool</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (de raad)</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>twee vertegenwoordigers van de GI</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Wat staat in de wet?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kinderrechter kan een kind onder toezicht stellen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Dat is als er grote zorgen zijn over zijn ontwikkeling. Ook moet vast komen te staan dat de ouders niet of niet genoeg meewerken aan vrijwillige hulpverlening. <?linebreak?>Ten slotte moet de kinderrechter ervan kunnen uitgaan dat de ouders de opvoeding en verzorging binnen een aanvaardbare termijn weer helemaal zelf op zich kunnen nemen<footnote-ref linkend="_23dea5d8-c1c5-4d10-9d6a-162c632afd4a" />. Dat is de periode van onzekerheid die een kind kan overbruggen zonder ernstige schade op te lopen in zijn ontwikkeling.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Hoe oordeelt het hof? </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [de minderjarige] terecht onder toezicht gesteld. Het hof neemt de overwegingen 5.3 tot en met 5.8 van de kinderrechter over, omdat het hof na eigen onderzoek heeft vastgesteld dat de zorgen die de kinderrechter had over de onstabiele gezinssituatie waarin [de minderjarige] opgroeit en de stress, spanningen en onrust die dit bij [de minderjarige] veroorzaakt, nog steeds bestaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor het hof staat vast dat er sprake is van ernstige spanningen tussen de ouders van [de minderjarige] . De moeder heeft meerdere aangiftes en meldingen tegen de vader gedaan. De vader ontkent de aantijgingen van de moeder en de politie heeft de juistheid van de in de aangiftes geuite beschuldigingen niet kunnen vaststellen. De politie constateert dat er geen bewijzen zijn gevonden van betrokkenheid van de vader bij de feiten gesteld in door de moeder gedane aangiftes en meldingen. Toch blijft de moeder aangegeven dat zij telefonisch wordt lastiggevallen, onder andere met een beweerdelijk van de vader afkomstig bericht met een foto van haar en [de minderjarige] in een doodskist. </para>
        <para>Voor het hof staat vast dat de spanningen tussen de ouders niet goed zijn voor [de minderjarige] . De angst die de moeder voor de vader stelt te hebben en haar beweerde gevoel van onveiligheid vormen een ontwikkelingsbedreiging voor [de minderjarige] , omdat dit ook bij hem spanning en stress veroorzaakt. [de minderjarige] groeit momenteel naar het hof begrijpt op in een vrouwenopvang en hij ziet zijn vader helemaal niet. De geplande omgangsbegeleiding door [naam1] is, volgens de moeder vanwege door haar aangekaarte veiligheidsoverwegingen, niet van de grond gekomen. Voordat de omgangsbegeleiding opnieuw kan worden opgestart moet er eerst duidelijkheid komen over de nieuwe dreigementen die de moeder zegt te hebben ontvangen. [de minderjarige] kan hierdoor geen veilige band opbouwen met zijn vader en dit is voor de ontwikkeling van [de minderjarige] wel van belang. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Het hof ziet dat de moeder (inmiddels) hulpverlening lijkt te accepteren en dat de samenwerking tussen de jeugdbeschermer van de GI en de ouders goed verloopt. Toch is de moeder op dit moment (door haar beweerdelijke angst voor de vader) niet in staat om de zorgen over [de minderjarige] zonder hulp weg te nemen. Het is noodzakelijk dat er een jeugdbeschermer betrokken is die vanuit een neutrale positie beslissingen neemt in het belang van [de minderjarige] , zijn ontwikkeling monitort en zo nodig aanvullende hulp kan inzetten. De beslissing van de kinderrechter zal daarom in stand blijven (worden bekrachtigd).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2025 over de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] ;  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. I.G.M.T. Weijers-van der Marck, P.B. Kamminga en C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers, bijgestaan door mr. K.E. Vaartjes-de Wit als griffier, is bij afwezigheid van de voorzitter getekend door mr. R. Feunekes en is in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_23dea5d8-c1c5-4d10-9d6a-162c632afd4a" label="1">
    <para> artikel 1:255 lid 1 onder a en b BW</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>