<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:3778</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-11T16:49:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-000832-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3778">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3778</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-11T16:47:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3778 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 20-06-2025 / 21-000832-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:3778:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering. Bevestiging beslissing van de rechtbank.  </para>
      <para />
      <para>De rechtbank heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene vastgesteld op een bedrag van € 275.889,84 en de terugbetalingsverplichting van de betrokkene aan de Staat (wegens overschrijding van de redelijke termijn) vastgesteld op € 248.300,86. </para>
      <para />
      <para>Het hof verwerpt de verweren van de verdediging en gaat er evenals de rechtbank vanuit dat betrokkene 8 keer heeft geoogst en dat hij daaraan heeft verdiend.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:3778:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-000832-23 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	20 juni 2025</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">ONTNEMINGSZAAK</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,</para>
    <para>zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 7 februari 2023 met parketnummer 18-270789-20 op de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [betrokkene] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft tegen de hiervoor genoemde beslissing hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 6 juni 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door betrokkene en zijn raadsman, </para>
      <para>mr. L. de Leon, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij beslissing van 7 februari 2023 het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene vastgesteld op een bedrag van € 275.889,84 en de terugbetalingsverplichting van de betrokkene aan de Staat (wegens overschrijding van de redelijke termijn) vastgesteld op € 248.300,86. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist. Het gerechtshof zal de beslissing bevestigen, met aanvulling van de gronden naar aanleiding van hetgeen in hoger beroep is aangevoerd door de verdediging, en met ambtshalve verbetering van de gronden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verbetering bewijsmiddel 2:  </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank verwijst naar paginanummer 91 en verder van voornoemd dossier, dit moet zijn paginanummer 106 en verder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt, in aanvulling op de beslissing van de rechtbank, als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft in hoger beroep wederom het verweer gevoerd dat er geen sprake is geweest van acht oogsten. De verdediging heeft in aanvulling op de verweren bij de rechtbank betoogd dat de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel onjuist is, omdat het onmogelijk is om in één jaar (2019) een verbruik te hebben gehad van 121.935 kW, zoals door de meteropnemer van [energiebedrijf] is vastgesteld. Volgens de verdediging berust de berekening aldus op foutieve aannames. Het hof verwerpt dit verweer nu dit verweer onvoldoende is onderbouwd. Uit de stukken die verdachte heeft overgelegd blijkt niet of de elektriciteitsinrichting in zijn woning een dergelijk verbruik niet heeft kunnen verwerken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het door de rechtbank aangehaalde bewijs vormt, in onderling verband en samenhang bezien, afdoende objectief, betrouwbaar en verifieerbaar bewijs dat er in de periode van 26 november 2018 tot en met 6 juli 2020 meerdere oogsten zijn geweest. Het hof gaat er evenals de rechtbank vanuit dat betrokkene 8 keer heeft geoogst en dat hij daaraan heeft verdiend. Het hof acht de berekening van de fraude-inspecteur duidelijk en aannemelijk en ziet dan ook geen reden om deze berekening in twijfel te trekken, nu het gaat om een professionele partij die gespecialiseerd is in het berekenen van het stroomgebruik. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft verklaard in de jaren 2014 tot en met 2018 zelf opzettelijk te lage  meterstanden te hebben doorgegeven. Niet aannemelijk is geworden dat structureel een te laag stroomgebruik is opgegeven tot en met 2018 nu het opgegeven stroomgebruik over de jaren 2014 en 2018 geen onaannemelijk beeld laat zien. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat de verklaring van betrokkene dat het stroomverbruik in de jaren voor 2018  hoger was en kan worden toegeschreven aan de aanwezigheid en het verbruik van apparatuur zoals een sauna, een jacuzzi en houtverwerkingsapparatuur niet geloofwaardig en dus onaannemelijk is nu verdachte dit niet nader heeft onderbouwd. Het in hoger beroep ter zitting tonen van een foto waarop een sauna is te zien, is voor de onderbouwing onvoldoende. Deze foto zegt niets over het energieverbruik van de sauna, zegt niets over waar de sauna gestaan heeft, over hoe lang de sauna er gestaan heeft en hoe vaak de sauna in die jaren is gebruikt. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € <emphasis role="bold">275.889,84 (tweehonderdvijfenzeventigduizend achthonderdnegenentachtig euro en vierentachtig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de betrokkene de verplichting op tot <emphasis role="bold">betaling aan de Staat</emphasis> ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 248.300,86 (tweehonderdachtenveertigduizend driehonderd euro en zesentachtig cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. F.E.J. Goffin, voorzitter,</para>
      <para>mr. L.J. Hofstra en mr. Z.J. Oosting, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,</para>
      <para>en op 20 juni 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Oosting voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>