<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:3461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T07:55:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.350.647/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3461">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3461</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T07:55:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3461 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-06-2025 / Wahv 200.350.647/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:3461:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv. Uit het door de officier van justitie overgelegde document kan genoegzaam worden afgeleid dat de betrokkene ten tijde van de gedraging de huurder van het voertuig was.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:3461:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.350.647/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 257878263 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 5 juni 2025</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 12 december 2024, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 380,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 mei 2023 om 15:09 uur op de Rijksweg (A4) in Leidschendam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de kantonrechter van belang geacht dat de sanctie op grond van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv aan de betrokkene kan worden opgelegd, omdat de betrokkene, blijkens het door de officier van justitie overgelegde document (Rental record van Hertz), ten tijde van de gedraging de huurder van de auto was.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene ontkent dat hij ten tijde van de gedraging de huurder was van het voertuig. Weliswaar staan er op het document van Hertz bepaalde gegevens van de betrokkene, maar dat zegt op zich niets. De betrokkene heeft namelijk wel eens een voertuig gehuurd bij Hertz, maar nu dus niet. Bovendien bevat dat document geen handtekeningen, zijn de personalia niet volledig vermeld en is het slechts een eenzijdig document van een verhuurder. Van de juistheid en geldigheid van dat stuk is niet gebleken, terwijl daar meer eisen aan mogen worden gesteld, temeer nu het hier niet gaat om de disculpatiemogelijkheid voor de kentekenhouder maar om de aanwijzing van de vermeende huurder, die uit het niets een sanctie krijgt opgelegd.</para>
    <para />
    <para>4. Het hof heeft in het arrest van 20 april 2016, te vinden op rechtspraak.nl onder: ECLI:NL:GHARL:2016:3156, overwogen dat de strekking van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv meebrengt dat de huurder voldoende identificeerbaar dient te zijn teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de administratieve sanctie op te leggen aan de huurder van het morrijtuig. Voorts heeft het hof in het arrest van 6 augustus 2019, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2019:6372, overwogen dat ook een uitgeprinte tekst of computeruitdraai van een verhuurder onder het begrip huurovereenkomst kan worden begrepen.</para>
    <para />
    <para>5. Op het overgelegde document “Rental record” van [naam1] zijn, naast de naam van de betrokkene [de betrokkene] , onder andere het rijbewijsnummer [nummer1] en het adres [adres] , [woonplaats] vermeld. Uit raadpleging door de advocaat-generaal van het BCS-portaal is gebleken dat het rijbewijsnummer op naam van de betrokkene staat. Verder is uit raadpleging door de advocaat-generaal van de Basisregistratie Personen gebleken dat de betrokkene ten tijde van de gedraging op het genoemde adres stond ingeschreven. Dit adres is overigens ook vermeld in de machtigingen bij de beroepschriften. Naar het oordeel van het hof zijn in het betreffende document van [naam1] voldoende gegevens van de betrokkene als huurder opgenomen. Dat op dit document niet alle voorletters van de betrokkene staan vermeld en dat het niet is ondertekend, doet daar niet aan af. Het hof neemt voorts in aanmerking dat op het document staat dat de auto is gehuurd van 8 mei 2023 tot en met 11 mei 2023, 18:00 uur. Aldus kan uit dit stuk genoegzaam worden afgeleid dat de betrokkene ten tijde van de gedraging de huurder was van het betreffende voertuig. De enkele stelling van de betrokkene, dat hij ten tijde van de gedraging het voertuig niet had gehuurd, is onvoldoende om niet uit te gaan van de juistheid van deze gegevens.</para>
    <para />
    <para>6. De aangevoerde gronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>