<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:3458</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T07:51:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.334.022/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3458">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3458</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-07T07:51:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3458 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-06-2025 / Wahv 200.334.022/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:3458:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voertuig is voorzien van meer lichten dan toegestaan. In de grill waren extra lampjes aangebracht die verschillende kleuren licht uitstraalden en boven op het dak vier lampen die rood licht uitstraalden met in het midden een wit kruis. De gedraging kan worden vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:3458:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.334.022/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 247689378 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 5 juni 2025</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 22 september 2023, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: <?linebreak?>“het voertuig is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (feitcode N650)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 februari 2022 om 15.14 uur op de Rijksweg (A15) in Ochten met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde voert aan dat de betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Uit artikel 5.2.57, eerste lid, onder b, van de Regeling voertuigen (Rv) blijkt dat de lampen van de betrokkene onder de uitzondering van artikel 5.2.65 van de Rv vallen. De lampen van de betrokkene zijn grote lichten, deze zijn toegestaan mits er niet meer dan vier grote lichten branden. In het geval van de betrokkene brandden er ten tijde van de vermeende gedraging vier grote lampen. Dit betekent dat de betrokkene binnen de uitzondering valt. De gedraging kan, anders dan de kantonrechter meent, niet worden vastgesteld. De inleidende beschikking komt dan ook voor vernietiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>3. De onderhavige gedraging ziet op een overtreding van artikel 5.2.65, eerste lid, onder a, in verbinding met artikel 5.2.57 van de Rv. </para>
    <para />
    <para>4. Artikel 5.2.65 Rv luidt - voor zover hier van belang -:<?linebreak?>“Personenauto’s mogen niet zijn voorzien van:</para>
    <para>a. meer lichten en retroreflecterende voorzieningen dan in de artikelen 5.2.51, 5.2.51a, 5.2.57</para>
    <para>en 5.2.57a is voorgeschreven of toegestaan (…)”<?linebreak?></para>
    <para>5. Artikel 5.2.57 Rv luidt - voor zover hier van belang -:<?linebreak?>“Personenauto’s mogen zijn voorzien van:</para>
    <para>a. twee mistvoorlichten;</para>
    <para>b. meerdere grote lichten, tegelijkertijd mogen niet meer dan vier grote lichten werken;</para>
    <para>c. twee extra stadslichten;</para>
    <para>d. twee extra achterlichten;</para>
    <para>e. twee extra markeringslichten die zichtbaar zijn aan de voorzijde en twee extra markeringslichten die zichtbaar zijn aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn;</para>
    <para>f. twee of vier markeringslichten die zichtbaar zijn aan de voorzijde en twee of vier markeringslichten die zichtbaar zijn aan de achterzijde van het voertuig, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn;</para>
    <para>g. twee staaklichten;</para>
    <para>h. parkeerlichten;</para>
    <para>i. één extra mistachterlicht aan de achterzijde van het voertuig;</para>
    <para>j. extra achteruitrijlichten;</para>
    <para>k. twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de voor- en achterzijde van het voertuig;</para>
    <para>l. extra zijrichtingaanwijzers aan beide zijkanten van het voertuig;</para>
    <para>m. ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, indien deze retroreflectoren niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn, de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn;</para>
    <para>n. witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig;</para>
    <para>o. zijmarkeringslichten, indien deze lichten niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn, waarbij bijlage VIII, artikelen 119 tot en met 122, van toepassing is;</para>
    <para>p. werklichten;</para>
    <para>q. een derde remlicht, indien dit licht niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht is, aangebracht overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.2.51, eerste lid, onderdeel p;</para>
    <para>r. twee dagrijlichten;</para>
    <para>s. twee bochtlichten;</para>
    <para>t. twee hoeklichten;</para>
    <para>u. één manoeuvreerlicht aan elke zijkant van het voertuig. (…)”<?linebreak?></para>
    <para>6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: </para>
    <para>“Ik, verbalisant, zag dat het voertuig aan de voorzijde was voorzien van extra overbodige verlichting welke in werking was en dus brandde. In de grill waren extra verschillende kleuren lampjes welke brandden en boven op het dak waren vier lampen met rode kruizen erin welke brandden. Hiervan is tevens een foto gemaakt. (…)<?linebreak?>Verklaring betrokkene: we hebben meegedaan aan de garbage (het hof leest: carbage) run in Zweden.”<?linebreak?></para>
    <para>7. Naast het zaakoverzicht bevindt zich in het dossier een foto van de voorzijde van het betreffende voertuig. Hierop is te zien dat er op het dak van het voertuig een stellage is bevestigd waarin onder meer vier ronde lampen zijn aangebracht. Deze lichten stralen rood licht uit en in het midden, in kruisvorm, wit licht. Verder is te zien dat in de grill extra lampjes zijn aangebracht die verschillende kleuren uitstralen. </para>
    <para />
    <para>8. Nog afgezien daarvan dat de vier ronde lampen op het dak van het voertuig, nu deze ook rood licht uitstraalden, gelet op artikel 5.2.53 van de Rv niet als groot licht in de zin van artikel 5.2.57, onder b, van de Rv kunnen worden aangemerkt, blijkt uit de verklaring van de ambtenaar en de bijgevoegde foto dat de grill van het voertuig was voorzien van lampjes die verschillende kleuren uitstraalden. Deze verlichting behoort, zo is door de gemachtigde niet betwist, niet tot de toegestane verlichting zoals in artikel 5.2.57 van de Rv is omschreven. De gedraging kan worden vastgesteld. De grond treft geen doel. </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>