<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2025:3105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-23T08:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.353.567</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3105">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2025:3105</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-21T09:54:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2025:3105 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-05-2025 / 200.353.567</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2025:3105:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2025:3105:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof W200.353.567/01</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van 19 mei 2025 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in het wrakingsincident</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">de verzoeker</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>dat strekt tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mrs. E. de Witt, voorzitter, J.J. Beswerda en O. Anjewierden, </para>
      <para>raadsheren in dit hof, locatie Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij de afdeling strafrecht van het hof is onder parketnummer 21-001399-24 een procedure aanhangig waarin de verzoeker verdachte is.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 14 april 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden voor de (economische) meervoudige strafkamer van dit hof. Op de strafzitting waren aanwezig de verzoeker en de advocaat-generaal. De verzoeker heeft tijdens de strafzitting mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden gewraakt. De voorzitter heeft hierop de behandeling van de zaak geschorst. Het van deze mondelinge behandeling opgemaakte proces-verbaal bevindt zich bij de stukken. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden hebben niet in de wraking berust. Bij verweerschrift van 29 april 2025 heeft mr. De Witt (mede namens mrs. Beswerda en Anjewierden) op het wrakingsverzoek gereageerd. Zij hebben verder aangegeven geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om gehoord te worden.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 2 april 2025 heeft de verzoeker medegedeeld dat zijn wrakingsverzoek voorwaardelijk is, in die zin dat als de door de verzoeker in zijn pleitnota geformuleerde bezwaren alsnog worden aangemerkt als een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), het verzoek tot wraking als ingetrokken kan worden beschouwd. De verzoeker heeft in deze brief verder aangegeven geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om gehoord te worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek is ter zitting van 8 mei 2025 behandeld door de wrakingskamer. Verzoeker en mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden zijn bij deze behandeling, zoals aangekondigd, niet verschenen. Ook de advocaat-generaal is niet verschenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling van het verzoek<?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">De ontvankelijkheid van het verzoek</bridgehead>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De wrakingskamer acht het verzoek tijdig ingediend en acht de verzoeker ook overigens ontvankelijk. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van verweerders</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden hebben geconcludeerd tot afwijzing van het wrakingsverzoek. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De inhoudelijke beoordeling van het verzoek</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit voornoemde brief van 2 april 2025 begrijpt de wrakingskamer dat het verzoek uitsluitend ziet op de situatie dat het hof de bezwaren van de verzoeker zoals beschreven in de overgelegde pleitnota niet, of niet tijdig, aanmerkt als een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 Sr. Nu op dat verzoek (nog) niet is beslist - en de feiten of omstandigheden waarop de wrakingsgrond berust, zich dus ook (nog) niet hebben voorgedaan - kan het wrakingsverzoek niet slagen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De conclusie uit het voorgaande is dat het wrakingsverzoek wordt afgewezen.  </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>3.	De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gerechtshof (wrakingskamer):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot wraking van mrs. De Witt, Beswerda en Anjewierden af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. J. Hielkema, R.E. Weening en M.A.F. Veenstra, leden van de wrakingskamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>