<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:8023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-26T12:23:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.338.570/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JERF Actueel 2025/60</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2025-0133</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2025-0133</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:8023">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:8023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-27T07:45:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:8023 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-11-2024 / 200.338.570/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:8023:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Voormalige executeur-afwikkelingsbewindvoerder vordert in reconventie van één van beide erfgenamen in privé betaling van de helft van onbetaald gebleven facturen. Ondeelbare rechtsverhouding? De betreffende erfgenaam trad in conventie echter op in hoedanigheid (deelgenoot gemeenschap), zodat artikel 136 Rv eraan in de weg staat dat een vordering in reconventie deze erfgenaam persoonlijk zou betreffen. Niet-ontvankelijkheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:8023:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.338.570/01</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 557144</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 19 november 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kop of Munt Laren B.V.</emphasis>,</para>
      <para>die is gevestigd in Laren,</para>
      <para>die hoger beroep heeft ingesteld,</para>
      <para>en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Kop of Munt Laren B.V.</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. S.L.D. van den Brink te Mijdrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde] in haar hoedanigheid van erfgename en deelgenoot in de nalatenschappen</emphasis>,</para>
      <para>die woont in [woonplaats1] (Spanje),</para>
      <para>en bij de rechtbank optrad als eiseres in conventie en verweerster in reconventie,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde]</emphasis>,</para>
      <para>tegen wie verstek is verleend.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kop of Munt Laren B.V. heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, op 6 december 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:</para>
      <para>• de dagvaarding in hoger beroep</para>
      <para>• de memorie van grieven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Kop of Munt Laren B.V. heeft in de periode van 1 oktober 2019 tot 17 maart 2022 werkzaamheden verricht als executeur-afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschappen van [erflaatster] (overleden op 1 augustus 2019) en [erflater] (overleden 8 december 2019). [geïntimeerde] en [naam1] zijn de kinderen van [erflaatster] en [erflater] . Bij dagvaarding van 12 mei 2023 is Kop of Munt Laren B.V. gedagvaard door [geïntimeerde] omdat zij vindt dat het door Kop of Munt Laren B.V. aan zichzelf uitgekeerde bedrag van € 131.369,89 ter zake gemaakte kosten dient te worden terugbetaald aan de erfgenamen. Kop of Munt Laren B.V. heeft in reconventie gevorderd om [geïntimeerde] te veroordelen om de helft van de nog onbetaald gebleven facturen van in totaal € 10.224,50, derhalve een bedrag van € 5.112,50, aan Kop of Munt Laren B.V. te voldoen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In het bestreden vonnis van 6 december 2023 heeft de rechtbank in conventie aangekondigd een deskundige te zullen benoemen om de redelijkheid en hoogte van de door Kop of Munt Laren B.V. in rekening gebrachte kosten te beoordelen. In reconventie is Kop of Munt Laren B.V. niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, omdat volgens de rechtbank sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding. De factuur is op grond van artikel 4:7 lid 1 sub d BW een schuld van de nalatenschap en omdat [geïntimeerde] en [naam1] beiden deelgenoot van de nalatenschap zijn had de vordering naar het oordeel van de rechtbank ook tegen [naam1] moeten worden ingesteld.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Kop of Munt Laren B.V. voert in hoger beroep aan dat geen sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding, dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en dat de vordering ook toewijsbaar zou zijn indien wel sprake zou zijn van een ondeelbare rechtsverhouding. Kop of Munt Laren B.V. wil daarom dat haar vordering alsnog wordt toegewezen. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het oordeel van het hof <?linebreak?></title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Art. 3:171 BW biedt de mogelijkheid dat een deelgenoot op eigen naam een rechtsvordering tegen derden instelt ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de gemeenschap. Het hof constateert dat [geïntimeerde] bij de rechtbank in conventie in die hoedanigheid procedeert. De door Kop of Munt Laren B.V. ingestelde vordering in reconventie daarentegen treft [geïntimeerde] persoonlijk. Kop of Munt Laren B.V. beoogt immers een vonnis te verkrijgen waarmee zij zich op het persoonlijke vermogen van [geïntimeerde] kan verhalen. Art. 136 Rv bepaalt echter dat een eis in reconventie niet mogelijk is indien de eiser in conventie is opgetreden in hoedanigheid, en de reconventie hem persoonlijk zou betreffen. Het hof is om die reden van oordeel dat, zij het op andere gronden dan de rechtbank, Kop of Munt Laren B.V. niet-ontvankelijk is in haar vordering. Het bestreden vonnis zal daarom worden bekrachtigd. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 6 december 2023;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>wijst af wat verder is gevorderd.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. C. Koopman, G. van Rijssen en J.G. Knot, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>19 november 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>