<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:7991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T16:16:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.347.379</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7991">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7991</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-04-28T10:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-04-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7991 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 31-12-2024 / 200.347.379</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:7991:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 351 Rv. Incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van het vonnis waarin de huurders van een stuk grond op een camping zijn veroordeeld om de door hen gehuurde standplaats vóór 1 januari 2025 te ontruimen. In dit geval mag, gelet op de wederzijdse belangen van partijen, van ALO Beheer gevergd worden dat zij de procedure in hoger beroep afwacht alvorens tot ontruiming van de standplaatsen wordt overgegaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:7991:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.347.379</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn 10913215</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest in het incident van 31 december 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Belangenvereniging De Scheepsbel</title>
    <parablock>
      <para>die is gevestigd in Weesp <?linebreak?><emphasis role="bold">2. [appellant2]</emphasis></para>
      <para>die woont in [woonplaats1] <?linebreak?><emphasis role="bold">3. [appellant3]</emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">4. [appellante4]</emphasis></para>
      <para>die wonen in [woonplaats2]<?linebreak?><emphasis role="bold">5. [appellante5]</emphasis></para>
      <para>die woont in [woonplaats3]</para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">6. [appellant6]</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">7. [appellante7]</emphasis>
      <?linebreak?>die wonen in [woonplaats4]<?linebreak?><emphasis role="bold">8. [appellante8]</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>die woont in [woonplaats5]<?linebreak?><emphasis role="bold">9. [appellante9]</emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">10. [appellant10]</emphasis></para>
      <para>die wonen in [woonplaats6]</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">11. [appellant11]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>die woont in [woonplaats7]<?linebreak?><emphasis role="bold">12. [appellant12]</emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">13. [appellante13]</emphasis></para>
      <para>die wonen in [woonplaats8]</para>
      <para>die hoger beroep hebben ingesteld en een eis in het incident</para>
      <para>en die bij de kantonrechter optraden als eisers in conventie en verweerders in reconventie</para>
      <para>hierna samen: De Scheepsbel c.s. </para>
      <para>advocaat: mr. D.F. Briedé</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">ALO Beheer B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Doornspijk (gemeente Elburg)	</para>
      <para>die verweer voert in het incident</para>
      <para>en die bij de kantonrechter optrad als gedaagde in conventie en eiser in reconventie</para>
      <para>hierna: ALO Beheer</para>
      <para>advocaat: mr. J. Kamphuis</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Scheepsbel c.s. hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn (hierna: de kantonrechter), op 17 juli 2024 heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding in hoger beroep met daarin incidentele vorderingen en grieven in de hoofdzaak</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord in het incident</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlatingen incident namens De Scheepsbel c.s.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de akte uitlaten namens ALO Beheer</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de memorie van antwoord in de hoofdzaak</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisende partijen sub 2 tot en met 13 (hierna: de huurders) hebben mondelinge huurovereenkomsten met ALO Beheer, ieder voor een stuk onbebouwde grond op de camping van ALO Beheer. Op die stukken grond hebben zij zelf een eigen caravan of chalet geplaatst. ALO Beheer heeft bij de huurders aangekondigd wijzigingen voor het jaar 2023 door te willen voeren. Naar aanleiding daarvan heeft ALO Beheer de huurders in maart 2023 een schriftelijke huurovereenkomst toegezonden, waarop het parkreglement en de zogenaamde RECRON-voorwaarden voor vaste plaatsen van toepassing zijn. De huurders hebben die huurovereenkomst niet (ondertekend) geretourneerd. ALO Beheer heeft de bestaande huurovereenkomsten met de huurders vervolgens bij brief van 28 september 2023 opgezegd tegen 31 december 2024. Tussen partijen is in geschil of die opzeggingen rechtsgeldig zijn gebeurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De Scheepsbel c.s. hebben bij de kantonrechter (in conventie) onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat de huuropzeggingen door ALO Beheer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn en dat de huurovereenkomsten niet zullen eindigen. ALO Beheer heeft (in reconventie) onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat de huurovereenkomsten rechtsgeldig zijn opgezegd tegen 31 december 2024. Daarnaast heeft ALO Beheer gevorderd de huurders te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, maar uiterlijk voor 1 januari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft Belangenvereniging De Scheepsbel niet-ontvankelijk verklaard en heeft de vorderingen van de huurders (in conventie) afgewezen. De kantonrechter heeft (in reconventie) voor recht verklaard dat de huurovereenkomsten rechtsgeldig zijn opgezegd, zodat die zullen eindigen per 31 december 2024 en de huurders veroordeeld om de door hen gehuurde standplaats vóór 1 januari 2025 te ontruimen. De kantonrechter heeft in het vonnis bepaald dat de veroordelingen in het vonnis ook ten uitvoer kunnen worden gelegd als een van partijen hoger beroep instelt (uitvoerbaar bij voorraad). Dat betekent dat de huurders hun standplaats vóór 1 januari 2025 moeten ontruimen ondanks het door hen ingestelde hoger beroep. In dit incident vorderen De Scheepsbel c.s. kort gezegd schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, zodat zij in afwachting van de procedure in hoger beroep niet tot ontruiming hoeven over te gaan. Ook willen zij dat ALO Beheer wordt verboden de camping te ontruimen, de nutsvoorzieningen af te sluiten en de camping middels een slagboom voor de huurders af te sluiten, op straffe van een dwangsom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Vanwege de veroordeling van de huurders om de door hen gehuurde standplaats vóór 1 januari 2025 te ontruimen hebben De Scheepsbel c.s. het hof verzocht voor die datum arrest in het incident te wijzen. Vanwege het spoedeisende belang heeft het hof afgezien van een termijn voor fourneren. Het hof heeft van De Scheepsbel c.s. de in eerste aanleg overgelegde stukken ontvangen en heeft de advocaten van partijen op 30 december 2024 geïnformeerd over de arrestdatum van 31 december 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof zal de incidentele vordering van De Scheepsbel c.s. voor een belangrijk deel toewijzen. Dat betekent dat de huurders de standplaatsen niet hoeven te ontruimen totdat het hof in hoger beroep over de zaak heeft beslist. Het hof zal hierna uitleggen hoe het tot die beslissing is gekomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het juridisch kader voor schorsing van de tenuitvoerlegging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het hof beoordeelt de incidentele vordering aan de hand van de criteria die de Hoge Raad heeft gegeven in het arrest van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026). Een veroordeling is uitvoerbaar, ook als daartegen hoger beroep is ingesteld. Het hof kan de uitvoerbaarheid schorsen als het belang van de veroordeelde partij bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij. Het hof gaat uit van de overwegingen en beslissingen van het vonnis van de kantonrechter. De kans van slagen van het hoger beroep blijft daarbij buiten beschouwing. Als blijkt dat de beslissing van de kantonrechter op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Als de beslissing over de uitvoerbaarheid bij voorraad in de ten uitvoer te leggen uitspraak is gemotiveerd geldt als uitgangspunt dat in de hiervoor bedoelde belangenafweging aan de hand van de daarvoor van belang zijnde feiten en omstandigheden al is gemaakt. In dat geval moet de eiser, afgezien van het geval dat deze beslissing berust op een kennelijke misslag, aan zijn vordering of verzoek feiten en omstandigheden ten grondslag leggen die bij het nemen van deze beslissing niet in aanmerking konden worden genomen doordat zij zich eerst na de betrokken uitspraak hebben voorgedaan. In het geval dat de rechter in de uitspraak waartegen beroep is ingesteld geen, dan wel een niet gemotiveerde, beslissing heeft gegeven over de uitvoerbaarheid bij voorraad, moet worden aangenomen dat nog geen afweging van de belangen van partijen heeft plaatsgevonden aan de hand van de daarvoor van belang zijnde feiten en omstandigheden. De rechter in de hogere instantie moet in de hier bedoelde incidenten deze afweging daarom alsnog maken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hof gaat over tot een belangenafweging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>ALO Beheer vorderde bij de kantonrechter de huurders te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, maar uiterlijk voor 1 januari 2025 het gehuurde te ontruimen. Bij de kantonrechter hebben de huurders verweer gevoerd tegen de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis. Ter onderbouwing daarvan hebben zij aangevoerd dat de gevorderde ontruimingstermijn van 14 dagen na betekening van het vonnis uiterst onredelijk en irreëel is en dat de huurders daardoor zwaar worden geraakt in hun financiële belangen. De kantonrechter heeft overwogen dat, omdat is geoordeeld dat de ontruiming voor 1 januari 2025 moet plaatsvinden en niet binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, het door de huurders aangedragen argument om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren niet opgaat. Vervolgens overweegt de kantonrechter dat de huurders geen andere omstandigheden naar voren hebben gebracht en ontruiming pas over een paar maanden aan de orde is, zodat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Anders dan ALO Beheer aanvoert, blijkt uit de overweging van de kantonrechter niet kenbaar dat de kantonrechter bij de toewijzing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad de belangen van partijen heeft afgewogen bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door de huurders ingestelde hoger beroep is beslist. De kantonrechter heeft immers alleen en vooral de termijn voor de ontruiming beoordeeld. Omdat het hof niet kan vaststellen of die belangenafweging in het kader van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad (voldoende) heeft plaatsgevonden, zal het hof alsnog overgaan tot deze belangenafweging.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het belang van De Scheepsbel c.s. bij schorsing van de tenuitvoerlegging weegt zwaarder dan het belang van ALO Beheer</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Volgens De Scheepsbel c.s. leidt de tenuitvoerlegging van het vonnis, onder meer de ontruiming van de door de huurders gehuurde standplaatsen vóór 1 januari 2025, tot onomkeerbare gevolgen en aanzienlijke kosten voor verwijdering van hun eigendommen. Als zij niet tot verwijdering zouden overgaan, worden hun eigendommen bovendien wegens gebrek aan toezicht blootgesteld aan diefstal en vernieling. De eigendommen zijn, na verwijdering daarvan, daarnaast niet meer beschikbaar voor taxatie in het geval wordt geoordeeld dat ALO Beheer schadeplichtig is jegens hen. Tot slot menen De Scheepsbel c.s. dat de in hoger beroep aan de orde zijnde rechtsvragen ook voor andere gevallen van groot juridisch belang zijn. Tegenover het belang van De Scheepsbel c.s. staat het belang van ALO Beheer bij tenuitvoerlegging van het vonnis, dat erin is gelegen dat zij in staat wordt gesteld vrijelijk te beschikken over haar eigendom (de standplaatsen).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Naar het oordeel van het hof valt de belangenafweging uit in het voordeel van De Scheepsbel c.s. Ontruiming van de standplaatsen heeft voor de huurders verstrekkende en onomkeerbare persoonlijke en financiële gevolgen. De huurders hebben investeringen gedaan bij de aanschaf en/of aanpassing van hun eigendommen op de standplaatsen. Zo wordt door ALO Beheer niet weersproken dat verwijdering van de eigendommen van de huurders kan niet plaatsvinden zonder die eigendommen (grotendeels) te slopen. Het simpelweg verplaatsen daarvan is daarom niet mogelijk. Een aantal huurders maakt daarnaast inmiddels al een lange periode gebruik van de door hen gehuurde en ingerichte standplaatsen. Omdat behoud van de eigendommen bij ontruiming grotendeels onmogelijk is, zou ontruiming bovendien tot gevolg hebben dat de procedure in hoger beroep deels zinledig zou worden. De procedure in hoger beroep zou in dat geval immers alleen nog een schadevergoedingsvordering aan de zijde van De Scheepsbel c.s. tot doel hebben, terwijl de huurders primair voortzetting van de huur met behoud van de ingerichte standplaatsen wensen. Aan de zijde van ALO Beheer bestaan nog geen concrete plannen voor de betreffende standplaatsen, zo blijkt uit het feit dat de huurders nog altijd de mogelijkheid hebben om in te stemmen met de door ALO Beheer voorgestelde huurovereenkomst, zodat het belang van ALO Beheer bij ontruiming van de standplaatsen beperkt is. Daar komt tot slot bij dat de procedure in hoger beroep zich inmiddels in een vergevorderd stadium bevindt (er is ook al een memorie van antwoord in de hoofdzaak genomen). In dit geval mag daarom, gelet op de wederzijdse belangen van partijen, van ALO Beheer gevergd worden dat zij die procedure afwacht alvorens tot ontruiming van de standplaatsen wordt overgegaan. Het hof zal de tenuitvoerlegging van de beslissing van de kantonrechter voor zover die betrekking heeft op de veroordeling tot ontruiming (onder 6.7) daarom schorsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De Scheepsbel c.s. hebben gevorderd ALO Beheer te verbieden om de camping te ontruimen en voor de huurders middels een slagboom af te sluiten en de nutsvoorzieningen af te sluiten, op straffe van verbeurte van een dwangsom. Gelet op de beoordeling van het hof in rechtsoverweging 3.7 schorst het door de huurders ingestelde hoger beroep de tenuitvoerlegging van het vonnis van 17 juli 2024. De bestaande toestand blijft daardoor ongewijzigd, hetgeen betekent dat partijen de uit hoofde van de huurovereenkomst voortvloeiende wederzijdse verplichtingen zullen moeten nakomen in afwachting van de beslissing in hoger beroep. Voor een aparte veroordeling van ALO Beheer om de op haar rustende verplichten uit hoofde van de bestaande huurovereenkomsten gestand te doen bestaat geen reden. Uit de stellingen van huurders begrijpt het hof bovendien dat de bedoelde maatregelen door ALO Beheer uitsluitend zijn aangekondigd in het kader van de in het vonnis uitgesproken – en door deze uitspraak geschorste - veroordeling tot ontruiming van de camping. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Het hof wijst de incidentele vordering toe, voor zover dat betrekking heeft op de veroordeling tot ontruiming onder 6.7 van het vonnis en houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot het eindarrest in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>Het hof bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich blijkens het roljournaal bevindt. Verder houdt het hof iedere beslissing aan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>schorst de tenuitvoerlegging bij voorraad van het vonnis van de kantonrechter in rechtbank Gelderland, zittingsplaats Apeldoorn, van 17 juli 2024, voor zover dat betrekking heeft op de veroordeling tot ontruiming in reconventie onder 6.7 van het vonnis;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten aan tot hierover bij eindarrest zal worden beslist;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">in de hoofdzaak in hoger beroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich volgens het roljournaal bevindt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, J. Sap en M. Wallart, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 31 december 2024. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>