<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:786</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-09T08:03:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/1573</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:786">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:786</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-05T10:25:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:786 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-01-2024 / 23/1573</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:786:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontvankelijkheid hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:786:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM – LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para>Locatie Arnhem</para>
    <para>nummer BK-ARN 23/1573</para>
    <para>uitspraakdatum: 30 januari 2024</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de derde enkelvoudige belastingkamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het hoger beroep van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende] B.V.  te [vestigingsplaats] </emphasis>(hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 4 mei 2023, nummer ZWO 22/690, in het geding tussen belanghebbende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van GBTwente</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Ontstaan en loop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het hogerberoepschrift is op 15 juni 2023 ontvangen ter griffie van het Hof.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De gemachtigde van belanghebbende heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om digitaal te procederen via ‘Mijn Rechtspraak’. Zijn aanmelding is op 19 juli 2023 door het Hof verwerkt. Sindsdien wordt in deze zaak in beginsel digitaal geprocedeerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Bij in het digitale zaaksdossier geplaatste berichten van 3 oktober 2023 en 6 november 2023 heeft de griffier belanghebbendes gemachtigde erop gewezen dat het hogerberoepschrift naar de eisen van de wet niet volledig is, omdat het niet de gronden van het hoger beroep bevat. Daarbij heeft de griffier belanghebbendes gemachtigde in de gelegenheid gesteld de verzuimen te herstellen binnen een daartoe gestelde termijn en erop gewezen dat als van deze mogelijkheid geen gebruik wordt gemaakt het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De in de brief van 6 november 2023 gestelde termijn eindigde op 20 november 2023. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Bij aangetekende brief van 18 december 2023 heeft de gemachtigde van belanghebbende het hogerberoepschrift gemotiveerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling van de ontvankelijkheid van het hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Belanghebbende heeft het hogerberoepschrift niet binnen de door het Hof gestelde termijn gemotiveerd, ondanks diverse malen in de gelegenheid te zijn gesteld het verzuim te herstellen en op de mogelijke gevolgen te zijn gewezen. Hierin vindt het Hof aanleiding het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Nu het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, sluit het Hof het onderzoek en doet het uitspraak op de voet van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Proceskosten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.H. van Suilen, lid van de derde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van M.H.J. Pince van der Aa als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>(M.H.J. Pince van der Aa)</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>(A.J.H. van Suilen)</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op 31 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Ieder van de partijen kan binnen <emphasis role="bold">zes weken</emphasis> na de verzenddatum van deze uitspraak hiertegen een <emphasis role="bold">verzetschrift</emphasis> indienen bij dit Gerechtshof. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen op het verzet te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een kopie van deze uitspraak moet bij het verzetschrift worden overgelegd. Het verzetschrift moet zijn ondertekend en ten minste bevatten:</para>
    </parablock>
    <para>a.	de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b.	de dagtekening;</para>
    <para>c.	de vermelding van de uitspraak waartegen het verzet is gericht;</para>
    <para>d.	de gronden van het verzet, waarbij de bezwaren tegen de uitspraak duidelijk zijn omschreven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak vervalt indien het Gerechtshof het verzet gegrond verklaart. De behandeling van het hoger beroep wordt dan voortgezet in de stand waarin het zich bevond toen deze uitspraak werd gedaan.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>