<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:7820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T15:27:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-000155-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBMNE:2020:5667" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2020:5667</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7820">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7820</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T15:08:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7820 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 18-12-2024 / 21-000155-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:7820:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor uitkeringsfraude. Vrijspraak van voordeel trekken uit een door een ander door middel van uitkeringsfraude verkregen uitkering. Het hof heeft bij de strafoplegging onder meer rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. Gelet onder meer hierop is niet meer passend dat verdachte nog gedetineerd zou raken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:7820:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-000155-21 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	18 december 2024</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 30 december 2020 met het parketnummer 16-052318-20 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 december 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen namens verdachte door zijn raadsman, <?linebreak?>mr. P.P.J. van der Meij, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verdachte bij voornoemd vonnis, waartegen het hoger beroep gericht is, ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 te [plaats] , in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering krachtens de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk geen opgave gedaan van en/of verzwegen dat hij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding had gevoerd met [medeverdachte] en/of (aldus uit dien hoofde) inkomsten had en/of te goed had;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 te [plaats] , in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, te weten geld van (een) door [medeverdachte] , (met wie hij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde als bedoeld in de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet) door middel van het opzettelijk niet voldoen (door die [medeverdachte] ) aan de inlichtingenverplichting(en), uit hoofde van de Wet Werk en Bijstand en/of Participatiewet verkregen uitkering, welk geld geheel of gedeeltelijk werd besteed aan het huishouden waarvan hij, verdachte, deel uitmaakte.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overweging met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken van hetgeen aan hem is tenlastegelegd. Hiertoe heeft hij – kort samengevat – het volgende aangevoerd. </para>
      <para>Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde wordt verzocht om verdachte vrij te spreken omdat er geen sprake is geweest van een gezamenlijke huishouding met [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ). Subsidiair wordt verzocht om verdachte vrij te spreken vanwege een gebrek aan opzet op het tenlastegelegde. Meer subsidiair verzoekt de raadsman een kortere periode bewezen te verklaren. </para>
      <para>Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde wordt verzocht om verdachte vrij te spreken omdat er geen sprake is van uit misdrijf verkregen gelden, aangezien verdachte nooit zijn hoofdverblijf heeft gehad op de [straat 1] . Subsidiair wordt verzocht om verdachte vrij te spreken omdat het op basis van het dossier niet bewezen kan worden dat verdachte daadwerkelijk enig voordeel heeft genoten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_342b98f8-e4bd-445b-934c-af4f07976090" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich wat betreft de vaststelling van de feiten en omstandigheden met de – hieronder cursief weergegeven – overwegingen van de rechtbank. Waar de vaststelling van de feiten en omstandigheden van de rechtbank aanvulling of verbetering behoeven, heeft het hof dit aangegeven met niet-cursieve tekst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan verdachte is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [gemeente] vanaf 8 juli 2008 een uitkering toegekend ingevolge de Wet werk en bijstand, naar de norm van een alleenstaande. Vanaf 1 januari 2015 is door voornoemd college aan verdachte een uitkering toegekend ingevolge de Participatiewet, naar de norm van een alleenstaande.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_51a417bf-cf5b-4827-a5c8-c1bc741f936b" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdachte heeft tot 11 juli 2008 ingeschreven gestaan op het adres [straat 1] te [plaats] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_25aad6d7-bfb6-45c1-853d-7786f5653843" />
        <emphasis role="italic"> Hij heeft een woning toegewezen gekregen aan de [straat 2] te [plaats] ingaande 8 juli 2008</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_33820e59-b2fe-441c-a31f-2c1902dddea3" />
        <emphasis role="italic">, op welk adres hij staat ingeschreven per 11 juli 2008.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_fda26fd2-e175-4470-b36c-d2c7f53e892f" />
        <emphasis role="italic"> Vast staat dat verdachte sedertdien op geen enkele wijze melding heeft gemaakt van een wijziging in zijn woonsituatie of van een gezamenlijke huishouding met medeverdachte [medeverdachte] (hierna te noemen: [medeverdachte] ) op het adres [straat 1] te [plaats] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_0e265193-e4f4-41b4-90e0-3aa0f4bb869c" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met betrekking tot de door verdachte ontvangen uitkering betreft de benadelingsperiode de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_2b18f1a4-657c-4ca2-801d-cd82ad7b5c9d" />
        <emphasis role="italic"> Het benadelingsbedrag bedraagt 151.285,90 euro.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_2972d9c5-a4b6-4328-97f9-9bc2af96dba2" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bij beslissing van burgemeester en wethouders van [plaats] van 16 juli 2008 is de aan [medeverdachte] , wonende aan de [straat 1] te [plaats] , toegekende uitkering op grond van de Wet werk en bijstand gewijzigd om reden dat haar persoonlijke situatie is veranderd, in die zin dat de heer [verdachte] (verdachte) per 8 juli 2008 zelfstandige woonruimte heeft. Vanaf 8 juli 2008 is de bijstandsnorm van [medeverdachte] gewijzigd in de norm alleenstaande ouder.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_0d82b95e-ad91-4e74-9627-4b42854d66a2" />
        <emphasis role="italic"> Vast staat dat [medeverdachte] sedertdien op geen enkele wijze melding heeft gemaakt van een gezamenlijke huishouding met verdachte op het adres [straat 1] te [plaats] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_49009e3a-a837-404d-bd00-52a79bce6482" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Met betrekking tot de door [medeverdachte] ontvangen uitkering betreft de benadelingsperiode de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_c500f593-a9be-4a87-b874-7650aedbbdf4" />
        <emphasis role="italic"> Het benadelingsbedrag bedraagt </emphasis>62.264,84<emphasis role="italic"> euro.</emphasis><footnote-ref linkend="_9e12c894-6cf2-482a-9551-f8a7e5e55451" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdachte en [medeverdachte] zijn tot 8 november 2005 getrouwd geweest en hebben samen drie kinderen.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e928a43d-1e9f-4319-849a-6e38f9696dae" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [getuige 1] verklaart dat zij op een haar getoonde foto</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_987c7233-71a1-4d1d-8326-ae083dbf410e" />(het hof begrijpt dat verbalisanten de getuige een foto toonden waarop beide verdachten staan afgebeeld)<emphasis role="italic"> de buren herkent die wonen op de [straat 1] in [plaats] .</emphasis><footnote-ref linkend="_34e5fb0d-d3d9-40c5-8164-1bfcfb48130a" /><emphasis role="italic"> De achternaam van deze buren is [achternaam] en de man heet [voornaam] . Deze buren wonen al ruim 20/22 jaar op dit adres. Ze gaan wel eens op vakantie naar Dubai en ze zijn ook in Syrië geweest. De buurman was er altijd; hij is wel veel op pad maar hij is altijd thuis. De getuige ziet de man en vrouw dagelijks. Voor de periode dat de man er een paar maanden niet is geweest </emphasis>(het hof begrijpt: de periode dat verdachte in detentie verbleef)<emphasis role="italic">, was hij er ook dagelijks.</emphasis><footnote-ref linkend="_b5756fe9-b72c-4d62-930c-a69bcce8f640" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [getuige 2] verklaart op 29 januari 2020 dat zij op een haar getoonde foto</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e0dfb303-61b0-4b7b-aaf6-08e96b510bf3" />(het hof begrijpt dat verbalisanten de getuige een foto toonden waarop beide verdachten stonden afgebeeld) <emphasis role="italic">de man en vrouw herkent als de bewoners van de [straat 1] te [plaats] . De man en vrouw heten [achternaam] en zijn hier ongeveer 20 jaar geleden samen komen wonen.</emphasis><footnote-ref linkend="_b1a1f405-cf9d-4e0c-96a8-44911333e52d" /><emphasis role="italic"> De man is een poosje weggeweest </emphasis>(het hof begrijpt: de periode dat verdachte in detentie verbleef)<emphasis role="italic">. Ongeveer anderhalf à twee maanden geleden is de man weer teruggekomen. Voor de periode dat hij weg was, was hij er altijd overdag. ’s Avonds was hij wel eens weg, maar dan kwam hij ’s nachts thuis.</emphasis><footnote-ref linkend="_e099946e-3ead-4fa4-ad00-85d7749a88a8" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Getuige [getuige 3] is sinds 2002 woonachtig in de [straat 1] te [plaats] . Op een haar getoonde foto</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_1f0a79a1-443e-4e38-8df6-181489ef0cc2" />(het hof begrijpt dat verbalisanten de getuige een foto toonden waarop beide verdachten stonden afgebeeld)<emphasis role="italic"> herkent zij de man en vrouw als de bewoners van [huisnummer] . Hun achternaam is [achternaam] . De getuige weet dit omdat zij ieder jaar met kerst een kerstkaartje in de brievenbus doen met daarop ‘Familie [achternaam] [huisnummer] ’.</emphasis><footnote-ref linkend="_7cc5d478-84dc-41bd-a354-a5f24bf58deb" /><emphasis role="italic"> De man en vrouw woonden er al toen de getuige in de [straat 1] kwam wonen. In 2019 is het de getuige opgevallen dat zij de man opeens niet meer zag </emphasis>(het hof begrijpt: de periode dat verdachte in detentie verbleef)<emphasis role="italic">; zij heeft hem eind 2019 weer zien lopen. Voor de periode dat hij weg was, heeft de getuige de man altijd dagelijks gezien.</emphasis><footnote-ref linkend="_475a6757-82de-4a72-a787-5890d0fb0d38" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [medeverdachte] verklaart dat verdachte een sleutel heeft van de woning aan de [straat 1] te [plaats] en dat hij af en toe op zolder slaapt.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e538d1a8-0d0e-43a0-8cab-7df5f68df948" />
        <emphasis role="italic"> Op 3 maart 2019 werd in de auto van verdachte een sleutelbos aangetroffen met daaraan een sleutel die paste op het voordeurslot van perceel [straat 1] te [plaats] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_5a0565ec-0be0-419a-be67-3802ce5faf91" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 1 maart 2019 is onder verdachte een mobiele telefoon, voorzien van [telefoonnummer] , inbeslaggenomen.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_794673d3-e144-40fc-b735-0a2ec124e24d" />
        <emphasis role="italic"> Dit nummer stond op naam van [verdachte] , [straat 1] te [plaats] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_00391351-8215-4a1c-bae9-6141e720e148" />
        <emphasis role="italic"> In de telefoon is een app zichtbaar genaamd ‘Maps’. Onder het kopje ‘mijn plaatsen’ stond als thuisadres: [straat 1] [plaats] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_73e33fb9-1a70-46e0-b731-7a8299f2a03a" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De woning aan de [straat 1] te [plaats] ligt het dichtst bij de zendmast aan de [locatie 1] te [plaats] . In de periode 1 september 2018 tot en met 7 maart 2019 werd deze zendmast door de mobiele telefoon van verdachte 2033 keer aangestraald. De woning aan de [straat 2] te [plaats] ligt het dichtst bij de zendmasten aan het [locatie 2] te [plaats] en de [locatie 3] te [plaats] , welke zendmasten in genoemde periode respectievelijk 138 keer en 76 keer door deze telefoon werden aangestraald.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_f1eaf564-f4cf-47d0-9dbf-d7b448f863db" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 1 maart 2019 is door PostNL een pakketje bezorgd op het adres [straat 1] te [plaats] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_cf20f5a9-94bc-42fb-9105-26761c7e869a" />
        <emphasis role="italic"> Verdachte verklaart dat dit de levering betrof van een door hem bestelde broek.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_29887109-2142-4f9c-8da5-ccde9cf6310b" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 4 maart 2019 werden bij een doorzoeking van de woning aan de [straat 1] te [plaats] waarnemingen gedaan dat er mogelijk sprake was van bewoning door een mannelijke bewoner. Zo werden er bijvoorbeeld op verschillende plaatsen herenschoenen aangetroffen.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_dc198b47-3b7c-4ab1-9fc3-1ea28bb4505e" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdachte heeft een op zijn naam gestelde ING-bankrekening met [rekeningnummer] op het adres [straat 1] te [plaats] . Dit adres is bij de opening van de rekening vastgelegd en tussentijds nooit veranderd. Gemachtigde van deze rekening is [medeverdachte] .</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_bea7e0c6-6ff9-494b-b330-15fed68a0ed0" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de periode 11 januari 2013 tot en met 27 december 2019 hebben ten laste van voornoemde ING-bankrekening in totaal 258 pintransacties plaatsgevonden bij filialen van [supermarkt] in [plaats] , waarvan 254 transacties bij een filiaal gelegen op een afstand van 850 meter van het adres [straat 1] te [plaats] en 4 transacties bij een filiaal dat dichter in de buurt van de [straat 2] te [plaats] is gelegen.</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_c77e2219-fc76-45c9-9e56-b7b184669d46" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanvulling op het voorgaande stelt het hof het volgende vast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de aan verdachte en/of [medeverdachte] verstrekte of door hen ondertekende formulieren (bijvoorbeeld ook ter zake de bijzondere bijstand, de langdurigheidstoeslag en het continueringsonderzoek) zijn zij gewezen op de (informatie)verplichtingen die met het recht op uitkering gepaard gaan. Op de formulieren werd door hen bij de vraag over een gewijzigd inkomen en/of woon- gezinssituatie met ‘nee’ beantwoord dan wel niet beantwoord.<footnote-ref linkend="_cbcc9835-c13b-425d-bf9a-576ee749bb7b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het elektriciteitsverbruik van de woning aan de [straat 2] te [plaats] volgt het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘Februari 2009 tot februari 2010: 309 kWh</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Februari 2010 tot februari 2012: 483,5 kWh gemiddeld per jaar</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Februari 2012 tot februari 2013: 798 kWh</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Februari 2013 tot februari 2014: 507 kWh</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Februari 2014 tot februari 2015: 519 kWh</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Februari 2015 tot februari 2016: 340 kWh</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Februari 2016 tot februari 2017: 326 kWh</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Februari 2017 tot februari 2018: 439 kWh</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Februari 2018 tot maart 2019: 97 kWh in 13 maanden is ongeveer 90 kwh voor het jaar 2018.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Volgens de landelijke normering van het Nibud is het jaarverbruik van éénpersoonshuishouden gemiddeld 1925 kWh aan elektriciteit. (bron: www.nibud.nl)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De conclusie is dat in de jaren 2009 tot en met 2019, beduidend minder elektra is afgenomen, dan landelijk gemiddeld gebruikelijk is voor een éénpersoonshuishouden. (conform BRP inschrijving) Uit de gegevens van [energieleverancier] blijkt dat het verbruik van [achternaam] op het adres aan de [straat 2] nog niet de helft betreft van het elektriciteitsverbruik dat gemiddeld voor een éénpersoonshuishouden is vastgesteld.’</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_e2d5c0bb-d1cc-42d5-a0fe-a3886dbf9565" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dochter [naam] heeft vanaf 18 juli 2011 tot 23 mei 2012 met haar vader ingeschreven gestaan op de [straat 2] te [plaats] .<footnote-ref linkend="_86b20fac-ee4c-4642-be3a-f8356564199f" /> Bij de raadsheer-commissaris heeft [naam] verklaard dat zij in 2011 naar de woning aan de [straat 2] is verhuisd, hetgeen het hogere elektriciteitsverbruik rond die periode kan verklaren.<footnote-ref linkend="_088498a1-dcca-4061-8cb4-7cbf1869205c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit onderzoek van de verbalisanten is gebleken dat de woning aan de [straat 2] te [plaats] minimaal was gemeubileerd en niet de indruk gaf van een normale bewoning.<footnote-ref linkend="_b4dc70cb-3f7a-4fda-8fbb-e7fed3827b73" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Veroordeling ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verenigt zich wat betreft de vaststaande feiten en omstandigheden met de – hieronder cursief weergegeven – overwegingen van de rechtbank. Waar de overwegingen van de rechtbank aanvulling of verbetering behoeven, heeft het hof dit aangegeven met niet-cursieve tekst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gezamenlijke huishouding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voor de vraag of verdachte en [medeverdachte] een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd, dient allereerst te worden vastgesteld of zij beiden hun hoofdverblijf hebben gehad in dezelfde woning.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] in de ten laste gelegde periode gezamenlijk hun hoofdverblijf hebben gehad in de woning aan de [straat 1] te [plaats] . De rechtbank wordt gesterkt in deze overtuiging door onderzoeksbevindingen van een tweetal verbalisanten van politie Midden-Nederland in de woning aan de [straat 2] te [plaats] op 1 maart 2019, waaruit volgt dat deze woning minimaal was gemeubileerd en niet de indruk gaf van een normale bewoning.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Blijkens artikel 3, vierde lid, van de Wet werk en bijstand / Participatiewet (zoals dit artikel luidde in de periode van het ten laste gelegde) wordt een gezamenlijke huishouding in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden, zijnde verdachte en [medeverdachte] , hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij gehuwd zijn geweest of uit hun relatie een kind is geboren. Onder die omstandigheden volgt uit de wet een onweerlegbaar rechtsvermoeden dat sprake is van een gezamenlijke huishouding.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en -overwegingen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte] in de ten laste gelegde periode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opzetverweer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Door de verdediging is betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten de benodigde gegevens te verstrekken die van belang waren voor zijn uitkering. Omdat verdachte niet wist dat hij iets deed wat door instanties wordt gezien als samenwonen of als het voeren van een gezamenlijke huishouding, wist hij ook niet dat hij dit moest melden. Daarbij speelde ook de taalbarrière een rol. Er was geen sprake van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De rechtbank overweegt het volgende.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verdachte heeft met ingang van 8 juli 2008 een uitkering toegekend gekregen ingevolge de Wet werk en bijstand, naar de norm van een alleenstaande. Deze toekenning heeft plaatsgevonden nadat verdachte zich heeft laten uitschrijven van het adres aan de [straat 1] te [plaats] en hij een woning toegewezen heeft gekregen aan de [straat 2] te [plaats] . Vanaf dat moment heeft tevens een wijziging plaatsgevonden van de door [medeverdachte] ontvangen uitkering, in die zin dat de bijstandsnorm is gewijzigd in de norm voor een alleenstaande ouder.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uit het voorgaande volgt dat het verdachte bekend is geweest dat een wijziging in de persoonlijke situatie, inhoudende dat niet langer sprake is van samenwoning maar van een gescheiden leven op twee adressen, tot wijziging van de uitkeringssituatie leidt.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Reeds op grond van het voorgaande kan niet worden gesteld dat verdachte niet heeft geweten dat een wijziging van de persoonlijke situatie tot wijziging van de uitkeringssituatie leidt en dat hij gegevens betreffende dergelijke wijzigingen niet behoefde te melden. Ook is het zo dat bij toekenning van een uitkering, in contacten tussen uitkeringsgerechtigde en uitkeringsverstrekker en bijvoorbeeld op aan verdachte verstrekte of door hem ondertekende formulieren (bijvoorbeeld ook ter zake bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag) gewezen wordt op (informatie)verplichtingen welke met het recht op uitkering gepaard gaan. Daar komt bij dat, voor zover bij verdachte - al dan niet ten gevolge van een taalbarrière - sprake zou zijn geweest van onduidelijkheid betreffende de door hem in te vullen formulieren, op hem de verplichting rustte informatie hieromtrent in te winnen bij bijvoorbeeld de gemeente of een juridisch loket.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gelet op het voorgaande wordt het verweer verworpen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In aanvulling op het voorgaande overweegt het hof als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het onderzoek van de sociale recherche volgt dat het elektriciteitsverbruik van de woning aan de [straat 2] in de jaren 2009 tot en met 2019 aanzienlijk veel lager is geweest dan gebruikelijk voor een éénpersoonshouden. Uitgaande van het gemiddelde voor een éénpersoonshuishouden stelt het hof vast dat het verbruik aan de [straat 2] nog minder dan de helft van dat gemiddelde besloeg. Enkel in de periode februari 2012 tot februari 2013 is een verhoging van het elektriciteitsverbruik te zien. Het hof acht deze verhoging verklaarbaar, nu uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen volgt dat onder meer in die periode de dochter van verdachte in de woning aan de [straat 2] woonde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden, in samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend is bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Vrijspraak ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat dat verdachte en [medeverdachte] opzettelijk over en weer van elkaars uitkeringsfraude hebben geprofiteerd. Het hof is dan ook van oordeel dat niet vastgesteld kan worden dat er sprake is van opzettelijk voordeel trekken in de zin van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Gelet hierop zal het hof verdachte vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.<?linebreak?>in de periode van 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 te [plaats] telkens opzettelijk in strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 lid 1 van de Wet werk en bijstand en Participatiewet, heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking, te weten een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand en Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking, immers heeft hij, verdachte, telkens opzettelijk geen opgave gedaan dat hij, verdachte, duurzaam een gezamenlijke huishouding had gevoerd met [medeverdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft, mocht het hof tot bewezenverklaring van één of meer feiten komen, verzocht om matiging van de in eerste aanleg opgelegde straf. Dit gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, straffen in soortgelijke zaken, de overschrijding van de redelijke termijn en omdat sprake is van een vormverzuim. Ten aanzien van het vormverzuim heeft de raadsman – kort samengevat – aangevoerd dat verdachte in de onderhavige zaak is aangehouden met een ander doel dan om hem te verhoren, namelijk om verdachte te confronteren met een medeverdachte in een ander onderzoek. Gelet hierop is er sprake van misbruik van bevoegdheden en is er geen redelijke en billijke belangenafweging gemaakt. Er is sprake van een schending van de beginselen van een goede procesorde. Hierdoor is er sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, waarvan de raadsman strafvermindering in dit geval passend en geboden vindt om verdachte te compenseren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geen vormverzuim</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vooropgesteld moet worden dat indien binnen de door artikel 359a Sv bepaalde grenzen sprake is van een vormverzuim als bedoeld in deze bepaling, en de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, de rechter moet beoordelen of aan dat vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt. Daarbij dient hij rekening te houden met de in het tweede lid van artikel 359a Sv genoemde factoren. Het rechtsgevolg zal immers door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd.</para>
      <para>De eerste factor is ‘het belang dat het geschonden voorschrift dient’. De tweede factor is ‘de ernst van het verzuim’. De derde factor is ‘het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt’. Opmerking verdient dat indien het niet de verdachte is die door de niet-naleving van het voorschrift is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen, in de te berechten zaak als regel geen rechtsgevolg zal behoeven te worden verbonden aan het verzuim.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt voorts dat de officier van justitie aanhouding buiten heterdaad van de verdachte kan bevelen in het geval een verdenking van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Binnen de kaders van artikel 54 Sv staat het de officier van justitie in beginsel vrij te beoordelen of en op welk moment hij van deze bevoegdheid gebruik maakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, met name op basis van de bijlage gevoegd bij de door de raadsman overgelegde pleitnota, leidt het hof, zakelijk weergegeven en voor zover hier van belang, het navolgende af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van het onderzoek met de naam ‘14Vaart’ in de periode 1 maart 2019 tot en met 17 augustus 2019 is informatie verzameld waaruit onder andere het vermoeden is ontstaan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan sociale zekerheidsfraude. Vervolgens is verdachte op bevel van de officier van justitie op 29 januari 2020 te [plaats] aangehouden ter zake van de vermoedelijke overtreding van de artikelen 225, 227b, 416 en 417bis Sr, oftewel: sociale zekerheidsfraude.<footnote-ref linkend="_51127a43-4f56-46e2-82d0-588acec61027" /> Verdachte is op voornoemde dag verhoord door de sociale recherche en diezelfde dag heengezonden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte liep op het moment van de aanhouding in een schorsing van zijn voorlopige hechtenis in het kader van het onderzoek ‘14Vaart’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte werd na zijn aanhouding naar het politiebureau te [plaats] gebracht. Op dat moment bevond zich een andere verdachte, te weten [persoon] , in het onderzoek ‘14Vaart’ ook op het politiebureau. Hij is op dezelfde dag als verdachte aangehouden. Kort na de insluiting van verdachte werd verdachte naar een Progris-ruimte in de cellengang overgebracht. Tijdens deze Progris-controle werd verdachte [persoon] door enkele leden van het arrestatieteam, de cellengang binnen gebracht, ter insluiting in een dagcel. [persoon] was op dat moment geboeid. Door de arrestantenbewaker werd aan [verbalisant] gevraagd om de Progris-controle van verdachte af te breken en hem terug te plaatsen in zijn dagcel, zodat de leden van het arrestatieteam de insluiting van [persoon] veilig konden afronden. In de cellengang ontstond volgens verbalisant een ‘schrikreactie’ bij verdachte toen hij [persoon] zag.</para>
      <para>Op de terechtzitting van het hof van 28 februari 2023 – waarop de zaak ‘14Vaart’ werd behandeld – heeft [verbalisant] als getuige verklaard dat het afbreken van het Progrisproces een onderdeel is geweest van een opzetje dat verdachte en [persoon] elkaar zouden zien en dat verdachte zou zien dat [persoon] was aangehouden. Reden hiervoor was omdat er een actie was voorbereid waarbij het opnemen van vertrouwelijke communicatie aan de orde was. De schrikreactie was volgens [verbalisant] een extra waarneming die hij op verzoek van de coördinator van het onderzoek heeft geverbaliseerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt op grond van de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden vast dat ten tijde van de aanhouding van verdachte op 29 januari 2020 een redelijk vermoeden van schuld, als bedoeld in artikel 27 Sv, voor voornoemde strafbare feiten bestond. Dit betreffen feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat verdachte in een schorsing van een voorlopige hechtenis liep en er ook de mogelijkheid bestond om hem uit te nodigen voor een verhoor laat in dit geval onverlet dat de officier van justitie een bevel kon afgeven tot aanhouding buiten heterdaad van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is om voornoemde redenen van oordeel dat de officier van justitie rechtmatig gebruik heeft gemaakt van de aanhoudingsbevoegdheid. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat sprake is van enig vormverzuim in de onderhavige zaak als bedoeld in artikel 359a Sv, zodat het verweer wordt verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De aard en de ernst van het feit</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het plegen van uitkeringsfraude. Verdachte heeft in deze periode een groot aantal formulieren die dienden ter toetsing van de rechtmatigheid van (het verkrijgen van) de uitkering, onjuist ingevuld en ondertekend. Met dit handelen, dat gericht was op eigen financieel gewin, heeft verdachte misbruik gemaakt van het stelsel van sociale zekerheid, hetgeen niet alleen heeft geleid tot financiële benadeling van de Nederlandse samenleving maar ook tot ondermijning van dit stelsel door afbreuk te doen aan het daaraan ten grondslag liggende beginsel van solidariteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De persoon van verdachte en zijn omstandigheden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op het de verdachte betreffende uittreksel van de Justitiële Documentatie van 30 oktober 2024, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een strafbaar feit. Verder volgt daaruit dat artikel 63 Sr wel van toepassing is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof houdt bij de strafoplegging tevens rekening met de persoonlijke omstandigheden, zoals door zijn raadsman naar voren is gebracht op de terechtzitting van het hof. Ondanks dat de gezondheid van verdachte precair is, gaat het goed met hem. Hij wil zijn verleden achter zich laten en zich focussen op zijn toekomst. Hij heeft een goede band met [medeverdachte] en zijn dochters. Verder heeft verdachte een baan. Nu verdachte zijn leven op de rit heeft, heeft hij daarom veel te verliezen, met name bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De op te leggen straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht gelet op de aard en ernst van het feit, met name het benadelingsbedrag, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals de rechtbank die heeft opgelegd in beginsel passend en geboden. Echter, sinds het plegen van het feit en de terechtzitting in eerste aanleg is een aanzienlijke tijd verstreken en zijn de persoonlijke omstandigheden van verdachte substantieel gewijzigd. Verdachte heeft zich daar daadwerkelijk voor ingezet. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal ontegenzeggelijk leiden tot een negatieve doorkruising van de positieve ontwikkelingen die verdachte doormaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts houdt het hof bij het bepalen van de straf rekening met het tijdsverloop tussen het plegen van het bewezenverklaarde feit en de einduitspraak in hoger beroep. Voorst stelt het hof vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM fors is overschreden. Bij het wijzen van dit arrest op 18 december 2024, sinds het instellen van het hoger beroep op 11 januari 2021, zijn drie jaren, elf maanden en acht dagen verstreken. Weliswaar zijn in hoger beroep op verzoek van de verdediging drie getuigen gehoord bij de raadsheer-commissaris, maar het hof is van oordeel dat het niet voor de rekening van verdachte dient te komen dat een inhoudelijke behandeling van de onderhavige zaak zo lang op zich heeft laten wachten. De overschrijding zal daarom worden verdisconteerd in de op te leggen straf voor het bewezenverklaarde feit en wordt mede tot uitdrukking gebracht in de strafmodaliteit, een en ander op de wijze zoals hierna is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het geheel overziend acht het hof derhalve oplegging van een straf die zou inhouden dat verdachte nu nog (geruime tijd) gedetineerd zou raken thans niet meer passend. Het hof zal verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf voor de maximale duur opleggen. Daarnaast zal het hof, om de ernst van het feit te benadrukken, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur opleggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, thans passend en geboden is. De straf is lager dan de rechtbank heeft opgelegd en door de advocaat-generaal is geëist. Dit verschil wordt verklaard door het feit dat het hof minder bewezen heeft verklaard dan de rechtbank en de advocaat-generaal heeft gevorderd en hetgeen het hof hierboven heeft overwogen over de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 63 en 227b Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">240 (tweehonderdveertig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. J. Hielkema, voorzitter,</para>
      <para>mr. H.J. Deuring en mr. L. Pieters, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A. Abdulkarim, griffier,</para>
      <para>en op 18 december 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_342b98f8-e4bd-445b-934c-af4f07976090" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte Proces-verbaal uitkeringsfraude van 4 maart 2020, genummerd 190018 – 190019, opgemaakt door Sociale Recherche [locatie 4] , (in het digitale dossier) doorgenummerd 1 tot en met 441. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De paginanummering verwijst naar pagina’s zoals deze zijn genummerd in het digitale dossier.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_51a417bf-cf5b-4827-a5c8-c1bc741f936b" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 9.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_25aad6d7-bfb6-45c1-853d-7786f5653843" label="3">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 8.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_33820e59-b2fe-441c-a31f-2c1902dddea3" label="4">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 9.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fda26fd2-e175-4470-b36c-d2c7f53e892f" label="5">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 8.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0e265193-e4f4-41b4-90e0-3aa0f4bb869c" label="6">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina’s 9, 10 en 11.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2b18f1a4-657c-4ca2-801d-cd82ad7b5c9d" label="7">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 3.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2972d9c5-a4b6-4328-97f9-9bc2af96dba2" label="8">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Een geschrift: beslissing Gemeente [gemeente] van 27 juli 2020 (nummer 3SRRC01260786), pagina 2.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d82b95e-ad91-4e74-9627-4b42854d66a2" label="9">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 153.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_49009e3a-a837-404d-bd00-52a79bce6482" label="10">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina’s 12 en 13.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c500f593-a9be-4a87-b874-7650aedbbdf4" label="11">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 4.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e12c894-6cf2-482a-9551-f8a7e5e55451" label="12">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Een geschrift: beslissing Gemeente [gemeente] van 27 juli 2020 (nummer 3SRRC01260785), pagina 2.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e928a43d-1e9f-4319-849a-6e38f9696dae" label="13">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 9.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_987c7233-71a1-4d1d-8326-ae083dbf410e" label="14">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 419.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_34e5fb0d-d3d9-40c5-8164-1bfcfb48130a" label="15">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 416.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b5756fe9-b72c-4d62-930c-a69bcce8f640" label="16">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 417.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e0dfb303-61b0-4b7b-aaf6-08e96b510bf3" label="17">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 423.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b1a1f405-cf9d-4e0c-96a8-44911333e52d" label="18">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 420.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e099946e-3ead-4fa4-ad00-85d7749a88a8" label="19">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 421.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f0a79a1-443e-4e38-8df6-181489ef0cc2" label="20">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 415.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7cc5d478-84dc-41bd-a354-a5f24bf58deb" label="21">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 412.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_475a6757-82de-4a72-a787-5890d0fb0d38" label="22">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 413.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e538d1a8-0d0e-43a0-8cab-7df5f68df948" label="23">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 99.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5a0565ec-0be0-419a-be67-3802ce5faf91" label="24">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 289 en 290.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_794673d3-e144-40fc-b735-0a2ec124e24d" label="25">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 301, 304 en 347.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_00391351-8215-4a1c-bae9-6141e720e148" label="26">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 347.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_73e33fb9-1a70-46e0-b731-7a8299f2a03a" label="27">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 308.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f1eaf564-f4cf-47d0-9dbf-d7b448f863db" label="28">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 347 en 348.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf20f5a9-94bc-42fb-9105-26761c7e869a" label="29">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 69.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_29887109-2142-4f9c-8da5-ccde9cf6310b" label="30">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 71.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_dc198b47-3b7c-4ab1-9fc3-1ea28bb4505e" label="31">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina’s 277 tot en met 287.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bea7e0c6-6ff9-494b-b330-15fed68a0ed0" label="32">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina’s 22 en 23.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c77e2219-fc76-45c9-9e56-b7b184669d46" label="33">
    <para>
      <emphasis role="italic"> Pagina 24.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cbcc9835-c13b-425d-bf9a-576ee749bb7b" label="34">
    <para> Pagina’s 7 tot en met 11 en 121 tot en met 165 van het papieren dossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2d5c0bb-d1cc-42d5-a0fe-a3886dbf9565" label="35">
    <para> Pagina’s 14 en 15 van het papieren dossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_86b20fac-ee4c-4642-be3a-f8356564199f" label="36">
    <para> Pagina 7 van het papieren dossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_088498a1-dcca-4061-8cb4-7cbf1869205c" label="37">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [naam] bij de raadsheer-commissaris van 25 oktober 2022, pagina 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b4dc70cb-3f7a-4fda-8fbb-e7fed3827b73" label="38">
    <para> Pagina 101 van het papieren dossier.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_51127a43-4f56-46e2-82d0-588acec61027" label="39">
    <para> Pagina 358 van het papieren dossier.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>