<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:7731</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-19T08:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.342.639/01 en 200.342.640/01 en 200.342.641/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7731">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7731</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-16T08:29:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7731 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-12-2024 / 200.342.639/01 en 200.342.640/01 en 200.342.641/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:7731:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep tegen afwijzing verzoeken ex artikel 1:264 BW tot vervallenverklaring schriftelijke aanwijzingen is niet-ontvankelijk op grond van artikel 807 Rv. Het gaat hier niet om verzoeken tot vervallenverklaring van een op grond van artikel 1:265f lid 2 BW als schriftelijke aanwijzing geldende beslissing van de GI; de beslissingen zien immers niet op beperking van de contacten tussen een met het gezag belaste ouder en de minderjarige. Er zijn geen gronden voor doorbreking van het appelverbod gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:7731:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers gerechtshof 200.342.639/01, 200.342.640/01 en 200.342.641/01</para>
      <para>(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 571907, 570902 en 570061)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 12 december 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis> (de vader),</para>
      <para>die woont in [woonplaats1] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. R.H. Bouwman te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Samen Veilig Midden-Nederland </emphasis>(de GI),</para>
      <para>gevestigd te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbende is aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder] </emphasis>(de moeder),</para>
      <para>die woont in [woonplaats1] ,</para>
      <para>advocaat voorheen: mr. D.G. Nagel te Almere,</para>
      <para>thans geen advocaat gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming </emphasis>(de raad),</para>
      <para>regio Overijssel, locatie Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
    </para>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para> Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, van (naar het hof begrijpt:) 11 april 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 11 juni 2024;</para>
      <para>- een brief namens de vader van 23 juli 2024 met bijlage(n);</para>
      <para>- een brief namens de vader van 25 juli 2024 met bijlage(n);</para>
      <para>- het verweerschrift van de GI;</para>
      <para>- een brief van de raad van 15 oktober 2024, waarin de raad mededeelt niet ter zitting te zullen verschijnen;</para>
      <para>- een e-mail van de GI van 5 november 2024.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 21 november 2024 plaatsgevonden. Verschenen zijn:</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;</para>
      <para>- de moeder;</para>
      <para>- twee medewerksters van de GI.</para>
      <para>De advocaat van de vader heeft ter zitting mede het woord gevoerd aan de hand van door hem overgelegde spreekaantekeningen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De griffier van het hof heeft partijen/belanghebbenden bij brief van 12 november 2024 bericht dat ter zitting eerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep aan de orde zal komen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2015. Op verzoek van de ouders is op 13 juni 2023 in het gezagsregister aangetekend dat zij gezamenlijk met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] zijn belast. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [de minderjarige] is met ingang van 13 april 2022 onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling is nadien steeds verlengd en duurt nog tot 13 april 2025. [de minderjarige] verblijft op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De GI heeft de vader op 6 februari 2024 een schriftelijke aanwijzing gegeven, die inhoudt dat hij dient mee te werken aan de uitbreiding van het contact tussen [de minderjarige] en de moeder volgens het schema van [naam1] .<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De GI heeft de vader op 4 maart 2024 een schriftelijke aanwijzing gegeven die inhoudt dat de vader zijn medewerking moet verlenen aan het inzetten van hulpverlening in de thuissituatie.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De GI heeft de rechtbank op 7 februari 2024 verzocht om de schriftelijke aanwijzing van 6 februari 2024 te bekrachtigen en een dwangmiddel op te leggen en op 5 maart 2024 om de schriftelijke aanwijzing van 4 maart 2024 te bekrachtigen en een dwangmiddel op te leggen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De vader heeft de rechtbank op 21 februari 2024 verzocht om de schriftelijke aanwijzing van 6 februari 2024 vervallen te verklaren.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank, voor zover van belang, de schriftelijke aanwijzingen van de GI van – naar het hof begrijpt – 6 februari 2024 en 4 maart 2024 bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para> De vader is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking en verzoekt het hof om de bestreden beschikking te vernietigen voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en opnieuw beschikkende:<?linebreak?>I.	te bepalen dat de schriftelijke aanwijzing van 7 februari 2024 (gedateerd 6 februari </para>
        <para>	2024) van de GI aan de vader alsnog vervallen zal worden verklaard; </para>
        <para>II.	te bepalen dat de schriftelijke aanwijzing van 5 maart 2024 (gedateerd 4 maart 2024) van de GI aan de vader alsnog vervallen zal worden verklaard. <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De GI voert verweer en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 807 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) staat tegen een beslissing van de kinderrechter op grond van (onder andere) artikel 1:263 lid 3 en artikel 1:264 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geen andere voorziening open dan cassatie in het belang der wet. Tot de bepalingen waartegen op grond van artikel 807 Rv geen andere voorziening openstaat dan cassatie in het belang der wet behoort niet artikel 1:265f BW. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het hoger beroep van de vader richt zich tegen de afwijzing van zijn verzoeken tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzingen van de GI. Dat betreffen naar het oordeel van het hof verzoeken op grond van artikel 1:264 BW. Er is geen sprake van verzoeken tot vervallenverklaring van een op grond van artikel 1:265f lid 2 BW als schriftelijke aanwijzing geldende beslissing van de GI. De beslissingen van de GI in de schriftelijke aanwijzingen van 6 februari 2024 en 4 maart 2024 zien immers niet op beperking van de contacten tussen een met het gezag belaste ouder en de minderjarige. Namens de vader zijn geen gronden voor doorbreking van het appelverbod gesteld. De advocaat van de vader heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van het hof met betrekking tot de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Dat betekent dat het hof de vader niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn verzoeken in hoger beroep. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Het hof begrijpt dat deze beslissing teleurstellend is voor de vader. Gebleken is dat sprake is van positieve ontwikkelingen. Er vindt inmiddels omgang plaats tussen de moeder en [de minderjarige] , de ene week op woensdag en zondag en de andere week op zondag. De GI ziet een vader die zich positief inzet voor die omgang en voor de hulpverlening die bij hem thuis langskomt. De ouders maken een positieve groei door en het lukt hun om samen aan één tafel te zitten. Het is hun ook gelukt om een gezamenlijke boodschap uit te dragen richting [de minderjarige] , dat hij bij beide ouders mag wonen en dat er toegewerkt zal worden naar een 50/50-regeling. De hulpverlening van [naam1] vindt doorgang. Hoewel er ook nog stappen te zetten zijn, complimenteert het hof partijen voor de stappen die zij samen in het belang van [de minderjarige] hebben gezet. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing <?linebreak?></title>
    <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoeken in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Lorist, mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en <?linebreak?>mr. M. Kemmers, bijgestaan door mr. L.S. Veldmans als griffier, en is op 12 december 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>