<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:7703</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-27T10:30:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-12-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.343.422</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7703">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:7703</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-27T10:29:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:7703 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-12-2024 / 200.343.422</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:7703:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewind. Het hof verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het hof oordeelt dat verzoekers niet tijdig een beroepschrift hebben ingediend dat voldoet aan de wettelijke eisen. Artikelen 358 lid 2 Rv, 359 Rv, 278 Rv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:7703:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.343.422</para>
      <para>(zaaknummers rechtbank Gelderland 10782379 BM VERZ 23-7537 en 10782371 BM VERZ 23-7536)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 12 december 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het hoger beroep van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ( [verzoeker] )</emphasis>, </para>
      <para>en </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ( [verzoekster] )</emphasis>, </para>
      <para>woonplaats van beiden: [plaats1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. Y. Seyran.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden zijn:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de bewindvoerder] (de bewindvoerder)</emphasis>,</para>
      <para>vestigingsplaats: [plaats1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind1] ( [kind1] )</emphasis>,</para>
      <para>woonplaats: [plaats1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind2] ( [kind2] )</emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [plaats1] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind3] ( [kind3] )</emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [plaats1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [kind4] ( [kind4] )</emphasis>, </para>
      <para>woonplaats: [plaats1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderwerp </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat in deze zaak om het beschermingsbewind (het bewind) over de goederen van [verzoeker] en [verzoekster] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [verzoeker] is geboren [in] 1961. [verzoekster] is geboren [in] 1962. Zij zijn met elkaar gehuwd geweest. [kind1] , [kind2] , [kind3] en [kind4] zijn hun kinderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Op 14 februari 2019 heeft de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (verder: de kantonrechter), de goederen van [verzoeker] en [verzoekster] onder bewind gesteld. Uit de beschikkingen blijkt dat het bewind is ingesteld op grond van de geestelijke of lichamelijke toestand van [verzoeker] en [verzoekster] . De kantonrechter heeft de [de bewindvoerder] benoemd tot bewindvoerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing van de kantonrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] en [verzoekster] hebben de kantonrechter op 6 november 2023 verzocht het bewind over hun goederen op te heffen. Op 15 april 2024 heeft de kantonrechter dit verzoek afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] en [verzoekster] zijn het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij zijn in hoger beroep gegaan. Zij verzoeken het hof hun hoger beroep gegrond te verklaren en de beslissing van de kantonrechter te vernietigen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De rechtszaak bij het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>een inleidend beroepschrift, ontvangen op 12 juli 2024, met een bijlage;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het beroepschrift, ontvangen op 25 augustus 2024, met bijlagen, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>twee e-mailberichten van mr. Seyran, van 12 november 2024 en van 13 november 2024, allebei met een bijlage. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>De zitting bij het hof was op 14 november 2024. Namens [verzoeker] en [verzoekster] was hun advocaat aanwezig. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De redenen voor de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beslissing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Het hof zal [verzoeker] en [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. Het hof legt hierna uit waarom. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De redenen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        [verzoeker] en [verzoekster] hadden vanaf de dag van de uitspraak door de kantonrechter drie maanden de tijd om hoger beroep in te stellen (artikel 358 lid 2 Rv). Binnen die termijn is namens hen een ‘inleidend beroepschrift’ ingediend. In dit inleidend beroepschrift staat dat [verzoeker] en [verzoekster] niet overtuigd zijn van de juistheid van de beslissing van de kantonrechter en dat de nadere gronden waarop het hoger beroep berust zo spoedig mogelijk aan het hof kenbaar zullen worden gemaakt. Het hof is van oordeel dat dit schriftelijk stuk niet voldoet aan de eisen die de wet stelt aan een beroepschrift. Een beroepschrift dient namelijk de gronden te bevatten waarop het verzoek in hoger beroep berust (artikel 359 Rv in samenhang met artikel 278 Rv). Dit betekent dat uit het beroepschrift moet blijken op welke gronden appellant meent dat de door hem bestreden beschikking onjuist is. Uit het inleidend beroepschrift blijkt niet op grond van welke feiten en omstandigheden [verzoeker] en [verzoekster] van mening zijn dat de beslissing van de kantonrechter onjuist is. Weliswaar is daarna namens [verzoeker] en [verzoekster] een beroepschrift ingediend dat wél de gronden van het hoger beroep bevat, maar dit is gedaan na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep. De advocaat van [verzoeker] en [verzoekster] heeft op de zitting bij het hof gezegd dat hij ervan was uitgegaan dat het ging om een bestuursrechtelijke procedure, waarin het mogelijk is om de gronden van het hoger beroep in een later stadium aan te vullen. Verder heeft hij gezegd dat hij van de griffie van het hof het verzoek heeft gekregen om het procesdossier uit eerste aanleg compleet te maken en dat hij daaruit heeft afgeleid dat de termijnoverschrijding kon worden hersteld door de ontbrekende stukken alsnog op te sturen. Naar het oordeel van het hof rechtvaardigen deze omstandigheden niet dat een uitzondering wordt gemaakt op het wettelijk voorschrift dat het beroepschrift binnen drie maanden na de uitspraak ingediend moet worden en de gronden van het hoger beroep dient te bevatten. Nu [verzoeker] en [verzoekster] niet tijdig een beroepschrift hebben ingediend dat voldoet aan de wettelijke eisen, kan het hof hen niet ontvangen in het hoger beroep en komt het hof niet toe aan een inhoudelijke behandeling. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [verzoeker] en [verzoekster] niet-ontvankelijk in het hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. I.G.M.T. Weijers-van der Marck, H. Phaff en D.J.I. Kroezen, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink, griffier. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>