<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:6512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-27T10:41:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.345.263</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6512">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-27T10:41:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:6512 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-10-2024 / 200.345.263</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:6512:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter waarbij het verzoek van de moeder om de kinderen onder toezicht te stellen is afgewezen. Het hof laat de ingediende schriftelijke verklaring van de moeder buiten beschouwing wegens strijd met de twee-conclusieregel. Het hof veroordeelt de moeder in de proceskosten van de vader in hoger beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:6512:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.345.263</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 574003)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 22 oktober 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>die woont in [woonplaats1] (Zuid-Afrika),<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. L.D.M. Rubens-Snijders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>die woont in [woonplaats2] ,</para>
      <para>verweerder in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. C.H.C. Houben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 11 juni 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Het hof zal deze beschikking hierna ‘de bestreden beschikking’ noemen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift, ingekomen op 30 augustus 2024, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift, met producties;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een journaalbericht namens de vader van 19 september 2024 met een productie;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een journaalbericht namens de moeder van 30 september 2024 met producties.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 11 oktober 2024 plaatsgevonden. Aanwezig waren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de advocaat van de moeder;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader met zijn advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De moeder heeft het hof verzocht om deelname aan de mondelinge behandeling in hoger beroep door middel van een digitale verbinding. Het hof heeft dit verzoek afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De moeder en de vader zijn gescheiden. Zij zijn de ouders van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [de minderjarige1] , geboren [in] 2017 in [plaats1] , en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de minderjarige2] , geboren [in] 2019 in [plaats2] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De kinderen wonen bij de vader. Hij heeft als enige het gezag over hen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In de bestreden beschikking heeft de kinderrechter het verzoek van de moeder om de kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht te stellen, afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De moeder is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt het hof bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, haar verzoek om de kinderen onder toezicht te stellen alsnog toe te wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De vader voert verweer. Hij vraagt het hof de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek in hoger beroep, althans dat verzoek af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen en de moeder te veroordelen in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de processtukken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Bij het hiervoor genoemde journaalbericht van 30 september 2024 heeft de moeder als productie 7 een eigen verklaring overgelegd. De vader heeft bezwaar gemaakt tegen het in het geding brengen van dit stuk. Zoals het hof op de mondelinge behandeling heeft beslist, laat het hof dit stuk buiten beschouwing wegens strijd met de zogenoemde ‘twee-conclusieregel’. Deze regel houdt in dat partijen in één schriftelijk stuk hun standpunt kunnen uiteenzetten en dat het aanvoeren van standpunten in nadere stukken in beginsel niet mogelijk is (artikel 347 lid 1 Rv in verbinding met artikel 362 Rv). Gesteld noch gebleken is dat in de jurisprudentie aanvaarde uitzonderingen op de twee-conclusieregel (kort gezegd: ondubbelzinnige toestemming van de wederpartij, nova en de bijzondere aard van de desbetreffende procedure) hier aan de orde zijn. Voor zover namens de moeder een beroep is gedaan op het beginsel van hoor en wederhoor is het hof van oordeel dat dit beginsel niet is geschonden, omdat de advocaat van de moeder het standpunt van de moeder naar voren heeft kunnen brengen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van de verzochte ondertoezichtstelling </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Net als de kinderrechter is het hof van oordeel dat niet is voldaan aan de eisen die de wet stelt aan een ondertoezichtstelling (artikel 1:255 lid 1 BW). De moeder wil een ondertoezichtstelling om contactherstel tussen haar en de kinderen te bewerkstellingen. Het enkele ontbreken van contact tussen een kind en zijn ouder vormt onvoldoende grond voor een ondertoezichtstelling. Het ontbreken van contact moet zodanige conflicten of problemen opleveren voor het kind dat deze, op zichzelf of in combinatie met andere omstandigheden, een ernstige bedreiging opleveren voor zijn zedelijke of geestelijke belangen. Het is het hof niet gebleken dat daarvan sprake is. Zoals de kinderrechter heeft overwogen, zijn meerdere instanties betrokken bij de kinderen en heeft geen van deze instanties een melding gedaan over de kinderen. Daarnaast staat de vader open voor hulpverlening en heeft hij [naam1] ingeschakeld. Uit het contact dat de raad heeft gehad met [naam1] blijkt dat deze instantie op dit moment geen actieve rol heeft omdat het goed gaat met de kinderen. [de minderjarige1] heeft de PMT afgerond. Het lukt hem nu beter om met zijn emoties om te gaan en hij wordt minder snel boos. Beide kinderen doen het goed op school. Omdat niet is gebleken dat de kinderen ernstig worden bedreigd in hun ontwikkeling zal het hof – overeenkomstig het advies van de raad – geen ondertoezichtstelling opleggen. Dit betekent dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van de verzochte proceskostenveroordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>De hoofdregel is dat de in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld in de proceskosten van de andere partij. Hoewel op die hoofdregel in familiezaken doorgaans een uitzondering wordt gemaakt door de proceskosten te compenseren, ziet het hof in deze zaak reden om de hoofdregel toe te passen en de moeder te veroordelen in de proceskosten van de vader in hoger beroep. Het hof legt hierna uit waarom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het hof heeft in zijn beschikking van 7 november 2023 geoordeeld dat het vaststellen van een omgangsregeling tussen de moeder en de kinderen op dat moment in strijd was met de belangen van de kinderen, onder meer omdat de moeder zich niet betrouwbaar en voorspelbaar had getoond in de nakoming van de omgang van de kinderen, zij op grote afstand van de kinderen was gaan wonen en zij de vader en de kinderen in onzekerheid had gelaten over waar zij in de nabije toekomst zou gaan wonen. Amper vijf maanden na die beschikking van het hof heeft de moeder haar verzoek tot ondertoezichtstelling van de kinderen ingediend met als doel contactherstel tussen haar en de kinderen te bewerkstelligen, zonder dat zij enige nadere onderbouwing heeft gegeven waarom omgang nu wél in het belang van de kinderen zou zijn. Daarmee is de moeder nodeloos een procedure begonnen. Het hof zal haar daarom als de in het ongelijk te stellen partij veroordelen in de proceskosten van de vader in de procedure in hoger beroep (€ 2.428,- voor salaris van de advocaat volgens het liquidatietarief, namelijk 1 punt voor het verweerschrift en 1 punt voor de mondelinge behandeling met een tarief van € 1.214,- per punt). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Voor zover namens de moeder is aangevoerd dat het hof in de beschikking van 7 november 2023 contactherstel tussen de moeder en de kinderen niet volledig heeft uitgesloten door te overwegen dat het van belang is dat partijen zich wenden tot het wijkteam om afspraken te maken over omgang, overweegt het hof dat het hof partijen heeft aangeraden om zich tot het wijkteam te wenden omdat de moeder zei dat zij bereid was tot overleg met de vader. Verder heeft het hof overwogen dat <emphasis role="italic">als </emphasis>de inzet van hulpverlening ertoe leidt dat de ouders op een constructieve manier met elkaar kunnen overleggen over de kinderen en de moeder bereid en in staat is om op een manier met de kinderen communiceren die hen niet met volwassen zaken belast, de ouders <emphasis role="italic">dan</emphasis> in onderling overleg een omgangsregeling kunnen afspreken. Uit niets blijkt echter dat de moeder daadwerkelijk bereid is om op een constructieve manier te overleggen met de vader. Integendeel, uit het dossier blijkt dat zij blijft herhalen dat “ze beschermd wil worden tegen de vader, en dat ze niet wil spreken met de vader”. Uit de onderhavige procedure blijkt ook dat zij haar strijd tegen de vader onverminderd voortzet.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen en de moeder veroordelen in de proceskosten van de vader in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 11 juni 2024; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de moeder in de proceskosten van de vader in hoger beroep, begroot op € 2.428,- voor salaris van de advocaat overeenkomstig het liquidatietarief;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskostenveroordeling betreft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. K.A.M. van Os-ten Have, P.B. Kamminga en S. Kuijpers, bijgestaan door mr. K.A.M. Oude Vrielink als griffier, en is op 22 oktober 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>