<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T09:16:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.321.189/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:651">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-02-12T09:15:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:651 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-01-2024 / Wahv 200.321.189/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:651:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Het niet deugdelijk op het dak bevestigen van goederen op/in/aan een deugdelijke lastdrager.</para>
        <para>De advocaat-generaal is er niet in geslaagd om te onderbouwen waarom de “soft racks” - waarmee de surfplank op het dak van het voertuig was bevestigd - niet kunnen worden aangemerkt als (deugdelijke) lastdrager. De sanctiebeschikking wordt vernietigd.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:651:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.321.189/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 245178589 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 25 januari 2024</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 1 november 2022, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Het tussenarrest</bridgehead>
    <para>De inhoud van het tussenarrest van 11 oktober 2023 wordt hier overgenomen. </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het verdere procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De in het tussenarrest aan de advocaat-generaal gevraagde informatie is op 9 november 2023 ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de gemachtigde van de betrokkene.</para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen om op de door de advocaat-generaal overgelegde informatie te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Het hof heeft de advocaat-generaal gevraagd om te onderbouwen waarom de “soft racks” - waarmee in de onderhavige zaak de surfplank van de betrokkene op het dak van het betrokken voertuig was bevestigd - niet kunnen worden aangemerkt als (deugdelijke) lastdrager als bedoeld in artikel 5.18.7, tweede lid, aanhef en onder a, juncto artikel 1.1 van de Regeling voertuigen.  </para>
    <para />
    <para>2. De advocaat-generaal heeft in reactie op het tussenarrest laten weten dat hij aan de heer [naam1] de in het tussenarrest gestelde vragen heeft voorgelegd en verwijst naar een overgelegd e-mailbericht d.d. 6 november 2023 afkomstig van [naam1] waarin [naam1] (in schuingedrukte letters) als volgt reageert op de gestelde vragen:</para>
    <para>- Waaraan ontleent de opsteller van het e-mailbericht zijn deskundigheid omtrent (deugdelijke) lastdragers?</para>
    <para>“<emphasis role="italic">Vanuit jaren (25) ervaring, een studie Politiekundige en een studie Verkeerskundige denk ik hier expertise op te hebben.</emphasis>”</para>
    <para>- Wanneer is volgens algemeen aanvaarde (verkeerskundige) inzichten sprake van een “constructie” als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen?</para>
    <para>“<emphasis role="italic">Als er een versterkte en deugdelijke installatie aangebracht is op delen van het voertuig welke daarvoor zijn aangebracht.</emphasis>”</para>
    <para>- Wanneer is volgens algemeen aanvaarde (verkeerskundige) inzichten sprake van een “(deugdelijke) lastdrager” als bedoeld in artikel 5.18.7, tweede lid, aanhef en onder a, van de Regeling voertuigen?</para>
    <para>“<emphasis role="italic">Als er een constructie is aangebracht welke de krachten aan kan welke bij normaal verkeersgebruik van toepassing kan zijn, bv. noodberemming, lastwisselingen en het rijden met een hogere snelheid.</emphasis>”</para>
    <para />
    <para>3. Naar het oordeel van het hof is de advocaat-generaal met de overgelegde beantwoording van de in het tussenarrest gestelde vragen er niet in geslaagd om de in overweging 1. bedoelde onderbouwing te leveren. In het bijzonder mist het hof in de beantwoording van de tweede vraag de onderbouwing daarvoor dat om te kunnen spreken van een lastdrager als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen gebruik moet worden gemaakt van een (versterkte en deugdelijke) <emphasis role="italic">installatie.</emphasis> Het door [naam1] gegeven antwoord op vraag 2, waarbij niet is aangegeven aan welke inzichten dit antwoord is ontleend, of er onder deskundigen hierover overeenstemming bestaat en of deze inzichten algemeen worden toegepast, is onvoldoende om zodanige uitleg aan deze bepaling te geven. </para>
    <para>Indien er - veronderstellende wijs - van zou worden uitgegaan dat de hier gebezigde “soft racks” wel als op het dak van het voertuig aangebrachte afneembare constructie en daarmee als lastdrager kunnen worden aangemerkt, ontbreekt in het dossier informatie op basis waarvan kan worden vastgesteld dat deze niet de krachten aankan die bij normaal verkeersgebruik van toepassing zijn. </para>
    <para />
    <para>4. Het hof acht het niet opportuun thans nog nadere informatie in te winnen en verbindt hieraan de gevolgtrekking dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. </para>
    <para />
    <para>5. Het voorgaande leidt tot de navolgende conclusie. </para>
    <para />
    <para>6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting van het hof dienen in totaal vijf punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 624,- en voor het (hoger) beroep € 875,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 2.218,- (= (1,5 x € 624,- x 0,5) + (4 x € 875,- x 0,5)).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 2.218,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>