<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:6167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-09T13:58:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-10-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000721-24 en 000722-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6167">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:6167</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-05-09T13:58:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:6167 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-10-2024 / 000721-24 en 000722-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:6167:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het belang van het onderzoek in de strafzaak is niet gediend met de opgemaakte forensische rapportage. De inhoud van de zogenoemde quick scan heeft niet tot verdieping of verscherping van het debat geleid. Geen vergoeding op voet van artikel 529 Sv.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:6167:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-004703-21</para>
    <para>AV-nummer:	000721-24 en 000722-24</para>
    <para>Uitspraak d.d.:	2 oktober 2024</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Beslissing van de meervoudige raadkamer op de verzoeken ex artikel 529 en artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <bridgehead role="bold">
    [verzoeker] ,</bridgehead>
  <parablock>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,</para>
    <para>woonplaats kiezende [adres] ,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>hierna te noemen verzoeker.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker vraagt vergoeding uit 's Rijks kas voor gemaakte kosten in een strafzaak tegen verzoeker, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven.</para>
    <para>Daarnaast vraagt verzoeker een vergoeding voor de gemaakte kosten voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof heeft de verzoeken behandeld in openbare raadkamer van 18 september 2024, waarbij zijn gehoord de advocaat-generaal en mr. C.B. Stenger, voornoemd. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Beoordeling van de verzoeken</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker is bij arrest van dit hof van 29 november 2022, parketnummer</para>
    <para>21-004703-21, veroordeeld wegens onder andere poging doodslag, bedreiging, afpersing, voorhanden hebben van een vuurwapen en diefstal met geweld, tot onder meer een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaar en TBS. Bij arrest van 12 maart 2024 heeft de Hoge Raad het ingestelde beroep in cassatie verworpen. De veroordeling is hiermee onherroepelijk geworden. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft in het verzoekschrift aangevoerd dat hij kosten heeft gemaakt die het belang van het onderzoek hebben gediend. Het betreft een bedrag van € 1.500,00 voor een forensische rapportage van [bedrijf] opgemaakt door de heer [naam 1] . In het verzoekschrift en in raadkamer is aangevoerd dat de ingebrachte rapportage door zowel de rechtbank als het hof aan de orde is gesteld. Dat in de beslissing niet is verwezen naar de rapportage maakt niet dat het belang van het onderzoek daarmee niet is gediend. Ter onderbouwing van haar stelling verwijst de advocaat naar een beslissing van het hof Amsterdam van 20 juli 2021 (ECLI:NL:GHAMS:2021:2229). Daarbij wordt erop gewezen dat ook in deze zaak de belangen van de verdediging enorm waren; het betrof een ontkennende verdachte die een forse straf boven het hoofd hing. Kijkend naar ernst en aard van de zaak en alle op het spel staande belangen, is het belang van het onderzoek met de rapportage gediend. Om die reden komen de kosten voor vergoeding in aanmerking.  </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De advocaat-generaal heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat gelet op de wijze waarop de rechtbank en het gerechtshof met het rapport zijn omgegaan de daarvoor gemaakte kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof overweegt dat het de verdediging in beginsel vrij staat om opdracht te geven tot het verrichten van alle onderzoek dat zij in het belang van de verdediging nuttig of wenselijk acht. Die kosten komen voor eigen rekening van de (voormalig) verdachte, tenzij het onderzoek later door de rechter in het belang van het onderzoek wordt geoordeeld. Daarbij is niet alleen doorslaggevend of het onderzoek is meegewogen in het oordeel, maar ook of het onderzoek verdieping in de discussie brengt of inzichten verscherpt. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof stelt vast dat de verdediging destijds op eigen initiatief namens verzoeker [bedrijf] opdracht heeft gegeven nader onderzoek te verrichten. Niet blijkt dat het hof, maar ook de rechtbank, de bevindingen en conclusie(s) van de heer [naam 1] voor de bewijsbeslissing heeft gebruikt. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat de door de heer [naam 1] opgemaakte forensische rapportage, een zogenoemde quick scan, slechts kanttekeningen plaats bij de door het NFI opgemaakte rapportage. Niet gezegd kan worden dat de inhoud van de quick scan tot verdieping of verscherping van het debat heeft geleid. Het hof is in de gegeven omstandigheden dan ook van oordeel dat het belang van het onderzoek in de strafzaak niet is gediend met de forensische rapportage. Het verzoek wordt daarom in zoverre afgewezen.  </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof acht het in dit geval billijk om aan verzoeker een vergoeding tot te kennen voor gemaakte kosten voor het indienen en de behandeling van het verzoekschrift. Deze kosten kunnen worden vergoed overeenkomstig de ter zake landelijk gehanteerde uitgangspunten, en wel tot een bedrag van € 680,00.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>kent toe aan verzoeker [verzoeker] een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van <emphasis role="bold">€ 680,00 (zeshonderdtachtig euro)</emphasis>;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>wijst af het meer of anders verzochte;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op rekeningnummer [rekeningnummer] , ten name van [naam 2]</para>
    <para> , onder vermelding van [kenmerk] .</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door</para>
    <para>mr. P.W.J. Sekeris, voorzitter,</para>
    <para>mr. W.M. van Schuijlenburg en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,</para>
    <para>in tegenwoordigheid van E.J. Swart, griffier,</para>
    <para>door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 2 oktober 2024 ter openbare zitting uitgesproken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>