<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:5619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-09T12:00:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.332.586</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5619">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:5619</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-09T11:59:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:5619 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-09-2024 / 200.332.586</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:5619:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 130 Rv. Wijziging van eis in memorie van grieven. Wijziging van eis is niet betekend aan de niet verschenen geïntimeerde in hoger beroep. Verwijzing zaak naar rol zodat appellant de vermeerdering van eis alsnog in het geding kan brengen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:5619:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.332.586/02</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen 9890937</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 3 september 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De Leigraaf Holding B.V. </title>
    <para>die is gevestigd in Oeffelt </para>
    <bridgehead role="bold">2. Leigraaf Transport B.V. </bridgehead>
    <para>die is gevestigd in Oeffelt </para>
    <bridgehead role="bold">3. [appellant3]</bridgehead>
    <para>die woont in [woonplaats1] </para>
    <bridgehead role="bold">4. [appellante4]</bridgehead>
    <para>die woont in [woonplaats1]</para>
    <bridgehead role="bold">5. [appellant5]</bridgehead>
    <parablock>
      <para>die woont in [woonplaats1] </para>
      <para>die hoger beroep hebben ingesteld</para>
      <para>en bij de kantonrechter optraden als eisers in conventie en verweerders in reconventie </para>
      <para>hierna: samen [appellanten] en ieder afzonderlijk De Leigraaf Holding, Leigraaf Transport, [appellant3] , [appellante4] en [appellant5]</para>
      <para>advocaat: mr. W.B. Brusse</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>DL Agro Logistics B.V. </title>
    <parablock>
      <para>die is gevestigd in Nijmegen</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [geïntimeerde2] </emphasis>handelend onder de naam <emphasis role="bold">[naam1]</emphasis></para>
      <para>die woont in [woonplaats2] </para>
      <para>die bij de kantonrechter optraden als gedaagden in conventie en eisers in reconventie</para>
      <para>hierna: samen [geïntimeerden] en ieder afzonderlijk DL Agro Logistics en [geïntimeerde2] </para>
      <para>niet verschenen in hoger beroep</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [appellanten] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Nijmegen, (hierna: de kantonrechter) op 19 mei 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding in hoger beroep; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verstekverlening tegen [geïntimeerden] op de rol van 2 april 2024;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de memorie van grieven tevens houdende akte wijziging van eis. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [appellant3] en [appellante4] waren eigenaar van een onroerende zaak (waaronder een bedrijfswoning) in [woonplaats1] . Zij woonden samen met hun zoon [appellant5] in die bedrijfswoning. Op enig moment ontstonden er financiële problemen en is door partijen een constructie bedacht zodat [appellant3] , [appellante4] en [appellant5] toch in de woning konden blijven wonen. Onderdeel van die constructie was onder meer dat de onroerende zaak werd verkocht en geleverd aan DL Agro Logistic (waarvan [geïntimeerde2] enig aandeelhouder is) en vervolgens (deels) aan [appellant3] en [appellante4] werd verhuurd. Partijen spraken een koopoptie af. Voor de overige feiten en omstandigheden verwijst het hof naar de stukken in de procedure bij de kantonrechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In deze procedure twisten partijen (onder meer) over de uitleg van die koopoptie. Volgens [appellanten] hebben [appellant3] en [appellante4] dan wel een derde – zoals hun zoon [appellant5] – de mogelijkheid om het onroerend goed tegen kostprijs op enig moment terug te kopen. [geïntimeerden] is het daar niet mee eens en weigert mee te werken aan de door [appellanten] gewenste koop. Daarom heeft [appellanten] bij de kantonrechter (in conventie), onder meer, gevorderd dat [geïntimeerden] wordt veroordeeld tot verkoop en levering van het onroerend goed tegen de kostprijs. Omdat in hoger beroep de overige vorderingen van [appellanten] geen rol meer spelen, gaat het hof daar verder niet op in. [geïntimeerden] heeft in eerste aanleg een vordering in reconventie ingesteld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft in conventie alle vorderingen van [appellanten] afgewezen. De vorderingen in reconventie werden wel (grotendeels)  toegewezen. [appellanten] is het niet eens met het vonnis van de kantonrechter en heeft daarom hoger beroep ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omvang hoger beroep en wijziging van eis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [appellanten] heeft vijf grieven aangevoerd tegen het vonnis van de kantonrechter. Zij vermeldt in de memorie van grieven dat zij gedwongen is ontruimd door [geïntimeerden] en vanwege financiële redenen de vorderingen in hoger beroep sterk beperkt en wijzigt. [appellanten] wil in hoger beroep enkel nog aan de orde stellen dat [appellant3] , [appellante4] en [appellant5] op elk gewenst moment het recht hebben om het onroerend goed (tegen kostprijs of marktwaarde) te kopen en dat, nu [geïntimeerde2] en DL Agro Logistics dit hebben geweigerd, zij daarmee jegens hen elk voor zich toerekenbaar tekort schieten c.q. een onrechtmatige daad begaan. Om die reden heeft [appellanten] haar eis gewijzigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [appellanten] vordert – kort samengevat – voor recht te verklaren dat [geïntimeerden] toerekenbaar tekort is geschoten dan wel een onrechtmatige daad heeft begaan tegenover [appellant3] , [appellante4] en [appellant5] , door te weigeren het onroerend goed te verkopen en te leveren primair tegen een koopprijs van € 230.000 en subsidiair tegen de marktwaarde van € 325.000 en dat als gevolg daarvan [geïntimeerden] aansprakelijk is voor de geleden schade. Daarnaast vordert [appellanten] zowel primair als subsidiair voor recht te verklaren dat de overeenkomst tussen DL Agro Logistics en [appellant3] , [appellante4] en [appellant5] is ontbonden wegens de genoemde toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatige daad. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Volgens artikel 130 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is een wijziging of vermeerdering van eis uitgesloten tegen een partij die niet in het geding is verschenen, tenzij de eisende partij de wijziging of vermeerdering van eis tijdig bij exploot aan de niet verschenen partij kenbaar heeft gemaakt. Dit geldt ook voor een wijziging of vermeerdering van de grondslag van de eis.<footnote-ref linkend="_2c477466-b74c-4167-9376-6648d8ff0340" /> Op basis van artikel 353 lid 1 Rv is de hiervoor genoemde regel ook in hoger beroep van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [geïntimeerden] is niet in de procedure in hoger beroep verschenen. Uit het procesdossier blijkt niet dat [appellanten] de eiswijziging bij exploot aan [geïntimeerden] kenbaar heeft gemaakt. [appellanten] zal alsnog in de gelegenheid worden gesteld om de eiswijziging aan [geïntimeerden] te betekenen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 1 oktober 2024 om [appellanten] in de gelegenheid te stellen het exploot van betekening van de eiswijziging over te leggen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, B.J. Engberts en D.M.I. de Waele, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 september 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2c477466-b74c-4167-9376-6648d8ff0340" label="1">
    <para> Zie onder meer HR 16 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7494.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>