<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:4803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-30T08:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.333.159/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4803">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-24T09:07:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4803 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-07-2024 / 200.333.159/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:4803:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de appeltermijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:4803:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.333.159/01</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 10124051</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 23 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>die woont in [woonplaats1] ,</para>
      <para>die hoger beroep heeft ingesteld,</para>
      <para>en bij de kantonrechter optrad als eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. J.B.M. Swart te Almere,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>die woont in [woonplaats1] ,</para>
      <para>en bij de kantonrechter optrad als gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. D. Bülbül te 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure bij het hof</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere, op 1 maart 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:</para>
      <para>• de dagvaarding in hoger beroep van 2 juni 2023, die niet is aangebracht bij het hof</para>
      <para>• de hersteldagvaarding van 19 september 2023 tegen de roldatum van 10 oktober 2023</para>
      <para>• het rolbericht van 24 oktober 2023 waarbij [geïntimeerde] in de procedure is verschenen;</para>
      <para>• het rolbericht van mr. Swart van 24 oktober 2024 over de te late appeldagvaarding;</para>
      <para>• de memorie van grieven (met producties)</para>
      <para>• de memorie van antwoord (met producties)</para>
      <para>• een akte van [appellante]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [appellante] vordert ruim € 6.500,- als vergoeding voor de (letsel)schade die zij heeft geleden ten gevolge van een mishandeling door [geïntimeerde] . De kantonrechter heeft ruim <?linebreak?>€ 800,- toegewezen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [appellante] vindt dat ook het meerdere moet worden toegewezen en heeft om die reden hoger beroep ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Het hof komt niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de vordering van [appellante] , omdat [appellante] te laat hoger beroep heeft ingesteld. Om die reden is zij niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep. Het hof zal die beslissing hierna toelichten. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [appellante] is in beroep gekomen tegen een vonnis van de kantonrechter van <?linebreak?>1 maart 2023. De oorspronkelijke appeldagvaarding is op 2 juni 2023 aan [geïntimeerde] betekend. In de appeldagvaarding werd [geïntimeerde] gedagvaard op 5 september 2023 te verschijnen. [appellante] heeft de zaak niet op 5 september 2023 aangebracht bij de griffie van het hof. Vervolgens heeft zij op 19 september 2023 een herstelexploot aan [geïntimeerde] laten betekenen, waarbij [geïntimeerde] werd opgeroepen tegen de zitting van het hof van 10 oktober 2023. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Van belang is dat de appeltermijn drie maanden bedroeg na 1 maart 2023 en dus eindigde op (donderdag) 1 juni 2023. De appeldagvaarding van 2 juni 2023 was dus te laat. Het hof heeft in verband met die constatering [appellante] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over haar ontvankelijkheid. [appellante] heeft geen akte genomen. Wel heeft zij een H-formulier aan het hof gezonden waarin zij stelt dat het ingeschakelde deurwaarderskantoor een fout heeft gemaakt en dat haarzelf geen blaam treft. Zij heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van de ontvankelijkheid en aangegeven dat zij, in verband met de aansprakelijkheidskwestie, in geval van niet-ontvankelijkverklaring een schriftelijke beslissing van het hof wenst. Hierna is de zaak de zaak abusievelijk verwezen voor memorie van grieven, in plaats van dat direct een beslissing over de ontvankelijkheid is genomen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Een eventuele fout van de deurwaarder maakt de overschrijding van de appeltermijn niet verschoonbaar. Het hof zal [appellante] dan ook niet-ontvankelijk verklaren in het door haar ingestelde hoger beroep. Aan de bespreking van de grieven van [appellante] tegen het vonnis van de kantonrechter komt het hof dan ook niet toe. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        [appellante] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten (geliquideerd salaris van de advocaat van [geïntimeerde] : 1 punt, tarief I). Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.<footnote-ref linkend="_00249fee-f4c5-40d3-bbca-f3ef171436b5" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De proceskostenveroordeling kan ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).<?linebreak?></para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere van 1 maart 2023;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>veroordeelt [appellante] tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerde] : </para>
        <para>€ 343,- aan griffierecht</para>
        <para>€ 858,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] ; </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H. de Hek, J.H. Kuiper en J. Smit en is door de rolraadsheer in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_00249fee-f4c5-40d3-bbca-f3ef171436b5" label="1">
    <para> HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>