<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:4145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-17T10:47:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.336.195/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4145">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:4145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-17T10:47:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:4145 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-06-2024 / Wahv 200.336.195/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:4145:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet tijdig ingesteld beroep. De in het zaakoverzicht genoemde verzending van het bericht “beschikking na beroep OvJ" kan niet worden aangemerkt als bekendmaking van de beslissing van de officier van justitie, omdat de inhoud van die beslissing daarin niet wordt vermeld. Met de aannemelijk gemaakte verzending van de brief met de motivering van die beslissing, gelezen in samenhang met dit bericht, dat de rechtsmiddelverwijzing bevat, kan worden vastgesteld dat de beslissing van de officier van justitie bekend is gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:4145:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.336.195/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 247795799 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 19 juni 2024</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 9 november 2023, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingesteld.</para>
    <para />
    <para>2. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, van de Wahv en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. </para>
    <para />
    <para>3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat in de beslissing op het administratief beroep die hij van het CJIB heeft ontvangen voor de motivering daarvan wordt verwezen naar een brief van de CVOM, maar dat hij die brief niet heeft ontvangen. Het gaat hierbij om een structureel probleem. Door het ontbreken van een motivering is er geen sprake van een beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. De termijnoverschrijding is verschoonbaar. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>4. In het dossier bevindt zich het zaakoverzicht van het CJIB. Hieruit blijkt dat op 9 december 2022 een bericht aan de betrokkene is toegezonden, getiteld "beschikking na beroep OvJ". Dit bericht, dat de gemachtigde ook heeft ontvangen, bevindt zich niet bij de stukken, zodat niet kan worden vastgesteld dat in dit bericht melding wordt gemaakt van de inhoud van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Het hof houdt het ervoor dat dit niet het geval is. Daarmee kan deze in het zaakoverzicht aangegeven toezending van dit bericht als zodanig niet worden aangemerkt als bekendmaking van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep (vgl. het arrest van het hof van 7 juni 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2016:4607). </para>
    <para />
    <para>5. Echter bevindt zich in het dossier ook een afschrift van een brief van 1 december 2022 van de officier van justitie aan de gemachtigde van de betrokkene. Deze brief bevat de beslissing op het administratief beroep en de motivering daarvan. Nu de gemachtigde de ontvangst van die brief betwist, dient het hof te beoordelen of de officier van justitie aannemelijk heeft gemaakt dat deze brief is verstuurd.</para>
    <para />
    <para>6. In het dossier bevindt zich de verzendadministratie van de “Hoorpoule, afdeling Mulder beoordelen”.  Hierin wordt verklaard dat de betreffende brief ter post is bezorgd op 2 december 2022. De officier van justitie heeft hiermee naar het oordeel van het hof aannemelijk gemaakt dat de brief op 2 december 2022 aan de gemachtigde van de betrokkene is verzonden.</para>
    <para />
    <para>7. Met deze brief van de officier van justitie, gelezen in samenhang met de in het zaakoverzicht genoemde verzending van het bericht "beschikking na beroep OvJ", welke, naar het hof ambtshalve bekend is, de rechtsmiddelverwijzing bevat, kan worden vastgesteld dat de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is bekend gemaakt op 9 december 2022. De beroepstermijn eindigde dus op 20 januari 2023. De gemachtigde van de betrokkene heeft op 23 mei 2023 via het Digitaal Loket beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. Het beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.</para>
    <para />
    <para>8. De gemachtigde van de betrokkene heeft ontkend dat de (inhoud en motivering van de) beslissing van de officier van justitie is ontvangen. Die enkele stelling is onvoldoende om de ontvangst daarvan op een niet ongeloofwaardige wijze te betwisten. Dat volgens de gemachtigde sprake is van een structureel probleem bij het parket CVOM maakt dat niet anders. Wat wordt aangevoerd maakt dus niet dat het te laat instellen van beroep (de gemachtigde van) de betrokkene niet kan worden toegerekend.</para>
    <para />
    <para>9. Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Aanleiding tot het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>