<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:3938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-19T09:44:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.340.986</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3938">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3938</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-19T09:44:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3938 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 11-06-2024 / 200.340.986</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:3938:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijkheid, appelgrens ook van toepassing in kort geding, appelgrens niet gehaald. 332 lid 1 Rv, ECLI:NL:HR:2016:1087, ECLI:NL:HR:1981:AG4175.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:3938:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN		</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem, afdeling civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.340.986</para>
      <para>zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 10874714 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest in kort geding van 11 juni 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>
      </para>
      <para>die woont in [woonplaats1]</para>
      <para>die hoger beroep heeft ingesteld </para>
      <para>en bij de kantonrechter optrad als eiser</para>
      <para>hierna: [appellant]  </para>
      <para>advocaat: mr. A.T. Leigh</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de maatschap Scaly</emphasis>
      </para>
      <para>die is gevestigd in Arnhem</para>
      <para>en bij de kantonrechter optrad als gedaagde</para>
      <para>hierna: Scaly </para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure in hoger beroep </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in kort geding dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 22 februari 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De kern van de zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft Scaly gedagvaard in een kort geding procedure bij de kantonrechter (als voorzieningenrechter). Hij heeft het kort geding vervolgens ingetrokken. Scaly heeft gevorderd dat [appellant] in de proceskosten wordt veroordeeld. De kantonrechter heeft die vordering toegewezen. In totaal gaat het om een bedrag van € 542,- (inclusief nakosten).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [appellant] heeft op 21 maart 2024 hoger beroep ingesteld. Hij vordert vernietiging van voornoemd vonnis in kort geding van 22 februari 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over zijn ontvankelijkheid, omdat zijn vordering onder de appelgrens van artikel 332 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ligt. [appellant] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Scaly is niet in de procedure verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het oordeel van het hof</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het hof zal [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Volgens art. 332 lid 1 Rv kunnen partijen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer bedraagt dan € 1.750,-. In eerste aanleg diende de kantonrechter uitsluitend te beslissen over de door Scaly gevorderde proceskosten. De kantonrechter heeft die kosten toegewezen en begroot op € 407,-, zijnde de helft van het liquidatietarief, en op € 135,- in verband met nakosten. [appellant] is het niet eens met deze veroordeling. Het door hem ingestelde hoger beroep richt zich tegen de toegewezen proceskosten van in totaal € 542,-. Dit bedrag ligt onder de appelgrens. Deze appelgrens is (overeenkomstig) van toepassing in dit geval.<footnote-ref linkend="_1555cb1f-a475-4b90-9f90-cbd334814e5a" /> Om die reden kan [appellant] niet worden ontvangen in het door hem ingestelde hoger beroep en zal het hof hem niet-ontvankelijk verklaren. Doordat Scaly niet in de procedure is verschenen, blijft een proceskostenveroordeling in hoger beroep achterwege.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, M. Schoemaker en G.R. den Dekker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>11 juni 2024. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1555cb1f-a475-4b90-9f90-cbd334814e5a" label="1">
    <para> HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087 (r.o. 3.5.4) en HR 3 april 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4175.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>