<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2024:3459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-21T14:06:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-004174-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zwolle</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3459">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2024:3459</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-21T14:04:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2024:3459 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 14-03-2024 / 21-004174-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2024:3459:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevestiging van het vonnis met aanvulling van de bewijsmiddelen en de motivering van het opleggen van de tbs-maatregel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2024:3459:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-004174-23 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	14 maart 2024</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 31 augustus 2023 met parketnummer 18-108188-22 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1973,</para>
      <para>thans verblijvende in P.I. [locatie P.I.] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 februari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde en ontslag van alle rechtsvervolging met oplegging van een ongemaximeerde maatregel van terbeschikkingstelling (hierna: tbs-maatregel) met verpleging van overheidswege. Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen heeft de advocaat-generaal gevorderd dat hierop conform de beslissing van de rechtbank wordt beslist. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. D. Schaddelee, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is bij vonnis van 31 augustus 2023 door de rechtbank Noord-Nederland ter zake van de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde feiten ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank heeft verdachte een gemaximeerde tbs-maatregel met verpleging van overheidswege opgelegd. </para>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank beslist dat de inbeslaggenomen goederen deels verbeurd dienen te worden verklaard en deels teruggegeven moeten worden aan verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank grotendeels op juiste gronden heeft beslist. Het hof zal het vonnis met aanvulling van de bewijsmiddelen en de motivering van het opleggen van de tbs-maatregel bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Aanvulling bewijsmiddelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewijsmiddelen zoals die in het vonnis zijn opgenomen ter zake van de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde feiten worden als volgt aangevuld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van het hof van 29 februari 2024, voor zover inhoudende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klopt dat ik mij schuldig heb gemaakt aan hetgeen door de rechtbank bewezen is verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Aanvullende overweging ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft in hoger beroep bepleit aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de duur van zijn voorarrest, dan wel een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit aan verdachte een gemaximeerde tbs-maatregel op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten omdat hij geheel ontoerekeningsvatbaar wordt verklaard. Dit betekent dat oplegging van een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet tot de mogelijke afdoeningen behoort.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat hij is veranderd en geen behandeling nodig heeft. Het hof gaat hier niet in mee. Bij verdachte is een manisch psychotisch toestandsbeeld gediagnosticeerd door de deskundigen van het Pieter Baan Centrum. De enigszins rustiger houding die verdachte leek te hebben tijdens de zitting van het hof, betekent niet dat bij hem geen sprake meer is van een stoornis. De stoornis van verdachte zal zonder behandeling, die verdachte tot op heden niet heeft gehad, namelijk niet over gaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de vraag of de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege gemaximeerd dan wel ongemaximeerd dient te worden opgelegd, overweegt het hof als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof overweegt dat de bewezenverklaarde belagingen en de bedreiging niet zonder meer zijn aan te merken als geweldsmisdrijven als bedoeld in artikel 38e Sr, zodat de tbs-maatregel met verpleging van overheidswege in beginsel de maximale duur van vier jaren niet te boven kan gaan. </para>
      <para>Onder omstandigheden kan echter ook bij een bewezenverklaring van belaging en bedreiging een ongemaximeerde tbs-maatregel worden opgelegd. Deze omstandigheden doen zich naar het oordeel van het hof echter niet voor in deze zaak. Uit verdachtes strafblad noch uit de rapportage van het Pieter Baan Centrum blijkt dat verdachte zou kampen met een agressieregulatieprobleem. Evenmin heeft hij gewelddadig gedrag geuit jegens de aangevers. Ook overigens ziet het hof onvoldoende aanknopingspunten in deze zaak om tot een ander oordeel dan de rechtbank te komen. Net als de rechtbank is het hof van oordeel dat verdachte hoofdzakelijk als een psychiatrisch patiënt moet worden gezien. Gelet op het voorgaande is het hof het eens met het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is geweest van zogenaamde ‘hands-on delicten’. De rechtbank heeft – anders dan de officier van justitie in zijn appelschriftuur heeft betoogd – bij de oplegging van de gemaximeerde tbs-maatregel dan ook de juiste toets aangelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. H.J. Deuring, voorzitter,</para>
      <para>mr. J. Hielkema en mr. A.F. van Kooij, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis, griffier,</para>
      <para>en op 14 maart 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>